In het kort
Bij ongewijzigd beleid stevent de gemeente Amsterdam af op flinke financiële tekorten. De uitgaven stijgen en de inkomsten dalen. Daarom wordt er fors bezuinigd. In 2011 is de opgave 83 miljoen euro die oploopt naar 208 miljoen euro structureel in 2014. Dit op een totale begroting van ongeveer 5,8 miljard euro per jaar. In absolute getallen was de financiële opgave voor het stadsbestuur nog nooit zo groot. Het college van B&W maakt daarbij duidelijke keuzes door zwakkeren te ontzien en te blijven investeren in de toekomst. Ruim de helft van de totale bezuinigingen wordt uit de eigen organisatie gehaald.
Bij ongewijzigd beleid stevent de gemeente Amsterdam af op flinke financiële tekorten. De uitgaven stijgen en de inkomsten dalen. Daarom wordt er fors bezuinigd. In 2011 is de opgave 83 miljoen euro die oploopt naar 208 miljoen euro structureel in 2014. Dit op een totale begroting van ongeveer 5,8 miljard euro per jaar. In absolute getallen was de financiële opgave voor het stadsbestuur nog nooit zo groot. Het college van B&W maakt daarbij duidelijke keuzes door zwakkeren te ontzien en te blijven investeren in de toekomst. Ruim de helft van de totale bezuinigingen wordt uit de eigen organisatie gehaald.
Het college kiest om de pijn te beperken en de lasten eerlijk te verdelen. Dat gebeurt allereerst door ruim de helft van de totale bezuinigingsopgave - 112 miljoen - uit de gemeentelijke organisatie zelf te halen. Dat vraagt om een forse ingreep in de manier van werken, een daling van het aantal ambtenaren en slim omgaan met huisvesting, ICT en inkoop. De komende vier jaar wordt gewerkt aan een kleinere, zelfbewuste gemeentelijke overheid.
Drie basisprincipes: solidariteit, rendement, toekomstgericht
Naast de eigen bestuurlijke organisatie wordt er in 2011 gekort in het sociale (12 miljoen) en het fysieke domein (31 miljoen). Bij het maken van deze keuzes hanteert het college drie basisprincipes: solidariteit, rendement, toekomstgericht. Allereerst geldt dat de allerzwaksten die de gemeente écht nodig hebben, op de steun van de gemeente kunnen blijven rekenen. Ten tweede wordt bij de besteding van gemeentegeld gekozen voor die alternatieven die voor de Amsterdammer het meeste rendement opleveren. Ten derde kiest het college ervoor om te blijven investeren in de vitale infrastructuur die nodig is voor de duurzame toekomst van de stad.
|
Structurele Ombuigingen 2011-2014 per pijler |
Bedragen x € 1 miljoen | |||||
|
Pijler |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
Totaal | |
|
Bedrijfsvoering |
39,6 |
32,8 |
15,7 |
23,8 |
111,9 | |
|
Bestuur/concern |
2,0 |
3,9 |
1,5 |
0,4 |
7,7 | |
|
Bestuursdienst |
4,7 |
1,8 |
0,7 |
0,8 |
8,0 | |
|
Subsidieproces |
0 |
0 |
0 |
1,5 |
1,5 | |
|
Rentestelsel |
8,0 |
0 |
0 |
0 |
8,0 | |
|
Huisvesting |
4,6 |
3,6 |
0 |
2,7 |
10,9 | |
|
ICT |
2,0 |
4,4 |
6,0 |
9,0 |
21,4 | |
|
Inkoop |
4,2 |
6,8 |
4,9 |
7,8 |
23,7 | |
|
Personeel |
14,2 |
12,4 |
2,6 |
1,5 |
30,7 | |
|
Fysiek |
31,3 |
4,8 |
2,2 |
2,9 |
41,3 | |
|
Sociaal |
12,0 |
7,9 |
16,6 |
4,4 |
40,9 | |
|
Eindtotaal |
82,9 |
45,6 |
34,5 |
31,0 |
194,1 | |
Ombuigingen Bedrijfsvoering
Zoals afgesproken in het Programakkoord Kiezen voor de stad wordt het grootste gedeelte van de bezuinigingen binnen de gemeentelijke organisatie gerealiseerd. De effecten van de bezuinigingen in de stad, bij burgers en bedrijven, wordt zodoende zoveel mogelijk voorkomen. In totaal is voor een kleine € 112 miljoen aan besparingen opgenomen. In de eerste twee jaren wordt bijna tweederde van de besparingen gerealiseerd. De grootste besparingen worden behaald door de structurele ICT- en personeelsuitgaven te verlagen en het realiseren van inkoopvoordelen.
Ombuigingen fysieke domein
Oplopend tot 2014 wordt € 41 miljoen bespaard in de fysieke sector. De grootste ombuigingen worden gerealiseerd binnen het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (€ 8 miljoen), het Mobiliteitsfonds (€ 10 miljoen), binnen de portefeuilles verkeer (€ 10,3 miljoen) en Haven (€ 2,5 miljoen).
Ombuigingen Sociaal domein
In het sociale domein wordt ook € 41 miljoen bespaard. De besparingen zijn divers en over verschillende portefeuilles verdeeld. In 2013 is een besparing van bijna € 10 miljoen op het Kunstenplan opgenomen zoals in het Programakkoord is afgesproken. Het huidige Kunstenplan loopt tot en met 2012. Het voornemen is om vanaf 2013 diverse subsidierelaties met de 140 instellingen uit het huidige Kunstenplan te verminderen of te beëindigen.
In de sociale sector zal de subsidierelatie met een aantal subsidieontvangers in 2011 beëindigd of gekort worden. Deze instellingen worden in 2011 daarvoor eenmalig, ter afbouw, geheel of gedeeltelijk gecompenseerd. De structurele bezuiniging wordt daardoor pas in 2012 in de gemeentelijke financiën zichtbaar. Het betreft een totaalbedrag van € 3,7 miljoen in 2012. In 2013 volgt nog € 0,95 miljoen. Bij de verlaging van de subsidiebedragen is bekeken in hoeverre deze bijdragen aan de uitvoering van wettelijke taken. Ook is gekeken naar de aard en structuur van de werkzaamheden en de mate waarin de werkzaamheden bijdragen aan de beleidsdoelen van het college. Bij instemming met dit voorstel zal ons College de uitwerking naar de betrokken instellingen ter hand te nemen.
Speerpunten
Naast de keuzes die het college voor de ombuigingen heeft gemaakt, zijn ook speerpunten benoemd waar het college de komende jaren extra in investeert.
Veiligheid
Aan de capaciteit voor toezicht en handhaving op straat wordt niet getornd. Toezichthouders en straatcoaches zijn net als in 2010 herkenbaar op straat aanwezig. Ook investeert het college in het Project 1012, een lik-op-stuk aanpak in combinatie met recidivebeperkende trajecten voor criminele en risicojongeren.
Jeugd en Onderwijs
Het college zet de kwaliteitsaanpak basisonderwijs voort. Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten worden onverminderd aangepakt. In 2011 is er minder investeringsruimte voor schoolgebouwen. Het college kiest er uitdrukkelijk voor om kwaliteit van het onderwijs de voorrang te geven. Het college kiest duidelijk voor het in stand houden en verbeteren van kerntaken: kwaliteit van onderwijs, maar ook voor een duidelijke verbeterslag in de Jeugdzorg. Hiervoor wordt € 7,5 miljoen voor vrijgemaakt.
Armoedebestrijding
Het college kiest er expliciet voor om 11,5 miljoen euro beschikbaar te stellen voor armoedebestrijding, zoals afgesproken in het Programakkoord. Dit geld wordt onder meer gebruikt om de schuldhulpverlening te verbeteren en voor kinderen in een minimagezin.
Wijken
De continuïteit van de wijkaanpak staat onder druk. In de begroting is daarom 7,5 miljoen euro gereserveerd voor het verbeteren van de leefbaarheid in aandachtswijken.
P & R’s
Dit college reserveert 2 miljoen voor de verbetering van de verbinding van P+R’s met het openbaar vervoer. De dagtarieven van de P+R-voorzieningen worden verhoogd van 6 naar 8 euro.
Zorg
De zorgsector wordt geconfronteerd met forse Rijksbezuinigingen. De gemeente Amsterdam compenseert daar een groot deel van. Dat betekent behoud van voorzieningen zoals het aanvullend openbaar vervoer, waar veel ouderen en gehandicapten gebruik van maken. Ook compenseert de gemeente de bezuinigingen op de woningaanpassingen, die mensen in staat stelt langer zelfstandig te wonen, de alfahulpen en psychosociale ondersteuning. Het totaal aan bezuinigingen bedraagt zo’n € 15 miljoen.
Vereveningsfonds
De Amsterdamse woning- en kantoorbouw stagneert. De vraag naar kantoorruimte is gekelderd. De bereidheid om te investeren in woningbouwprojecten is onder invloed van de crisis ver te zoeken. Daardoor dreigen tekorten in het Vereveningsfonds dat gebruikt wordt om projecten waar we geld mee verdienen en projecten waar we juist geld om moeten toeleggen met elkaar te verevenen. Het college doet vergaande voorstellen om het vereveningsfonds financieel gezond te krijgen. Door nu te saneren kunnen er ook weer projecten doorgaan. Voorlopig wordt IJburg 2 niet in volle omvang aangelegd. Naast stevig schrappen in bestaande projecten, stelt het college voor om op sommige plekken in de stad minder sociale woningbouw te financieren en de aanleg van riolering voortaan in de rioolheffing te verwerken. In totaal levert dat 150 miljoen op voor het fonds.
Het Amsterdams Investeringsfonds
De begroting 2011 kent naast de noodzaak tot grote structurele bezuinigingen een aantal incidentele baten die optellen tot 320 miljoen euro, waarvan 145 miljoen afkomstig is uit de opbrengst van de NUON verkoop.
In lijn met de wens van de gemeenteraad wordt een deel van de incidentele meevallers gestort in een investeringsfonds. Voor dit Amsterdams Investeringsfonds (AIF) wordt 200 miljoen uitgetrokken - hiervan is in de begroting 2011 € 150 miljoen opgenomen - en wordt gebruikt voor Stedelijke Ontwikkeling en Bereikbaarheid (€ 40 miljoen), Economie en Innovatie(€ 50 miljoen) en Klimaat, Duurzaamheid en Luchtkwaliteit (€ 60 miljoen). Geld dat aan het fonds wordt onttrokken, moet zichzelf in belangrijke mate terug kunnen verdienen en zo als aanjager fungeren voor economische ontwikkelingen. Het AIF biedt de unieke mogelijkheid om juist in economisch zware tijden gericht te kunnen investeren wanneer concrete kansen zich voordoen die de stad ten goede komen. Het college wil in gesprek met de raad de criteria nader uitwerken voor toekomstige bestemmingen van middelen uit het AIF.
Investeringen 2010
Er is in 2010 een bedrag van € 10,4 miljoen aan het fonds toegekend waardoor vier projecten doorgang hebben kunnen vinden: de Rode Loper, het verbeteren van binnenmilieu op schoolgebouwen, energiebesparing in woningen en creatieve topopleidingen.
Vooruitlopend op een nadere uitwerking en beschrijving van het AIF en het vereiste ‘terugverdieneffect’, is in het programakkoord al een aantal uitgaven ten laste van het fonds opgenomen Ze betreffen het Foodcenter (€ 20 miljoen) en het Programma Maatschappelijke Investeringen (€ 20 miljoen). Voor de pijler Economie en innovatie zijn kosten opgenomen voor het organiseren van grootstedelijke (sport)evenementen.