Veel gevraagd
Pad tot huidige pagina

Typisch Amsterdams - Gedichtenstad

18 januari 2008
-
Arnold Korporaal

In het kort

Zonder dichters had Amsterdam er anders uitgezien; het zou een stad zijn zonder P.C. Hooftstraat of Vondelpark , zonder gevelteksten als ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’ van J.C. Bloem. Amsterdam en dichters horen bij elkaar.


Zonder dichters had Amsterdam er anders uitgezien; het zou een stad zijn zonder P.C. Hooftstraat of Vondelpark , zonder gevelteksten als ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’ van J.C. Bloem. Amsterdam en dichters horen bij elkaar.

De bekendste is natuurlijk ‘de prins der dichters’ Joost van den Vondel. Als negenjarig jochie komt hij vanuit Keulen naar Amsterdam, waar zijn ouders een zijdewinkel openen op de Warmoesstraat 37. Tot zijn dood in 1679 (hij werd 92) blijft Vondel in Amsterdam wonen en schrijft een lange reeks treurspelen, hekeldichten en gelegenheidsgedichten, vaak ter meerdere glorie van Amsterdam. In de Warmoesstraat is zijn standbeeld in de muur van de Effectenbeurs gemetseld, enkele meters naast een winkel in erotisch ondergoed – toch een beetje een zijdewinkel.

Ingang Vondelpark Burgerlijke domineesdochters

In Amsterdam zijn rebelse stromingen in de poëzie ontstaan. Zoals De Tachtigers, met jonge Amsterdamse dichters als Willem Kloos en Albert Verwey, die ‘walgden van het gerijmel van de burgerlijke domineedichters’, waarin godsdienst en huiselijkheid als idealen werden bezongen: schoonheid, dáár ging het om. Ze voegden daad bij woord in hun tijdschrift De Nieuwe Gids (1885). Omstreeks 1949 werd de burgerij opgeschrikt door De Vijftigers (met de Amsterdammers Lucebert en Vinkenoog). De ‘duffe ernst’ van na de oorlog was ‘te saai voor woorden’: jonge dichters wilden vrij en associatief schrijven in experimentele poëzie, zonder vaste versvormen of eindrijm. Hoewel de Eerste Kamer sommige gedichtennog afdeed met ‘infantiel gebazel’, verwierf Lucebert drie keer de Amsterdamse poëzieprijs.

Burgemeester Cohen leest gedicht voor, 4 december 2007 Extatisch

Ook vernieuwend was het extatische optreden van Johnny de Selfkicker in 1966, die in Carré werd uitgejouwd nadat hij een versnellende stroom klanken de zaal had in gegild –Amsterdam was toen nog niet klaar voor deze vorm van klankpoëzie. Alles kan poëzie worden: dat zal blijken tijdens De Gedichtendag op donderdag 31 januari 2008, een feest voor de liefhebber. Heeft u zelf dichterlijke aspiraties? Geef u dan op! Misschien levert het in de toekomst wel een plein op, met uw naam erboven.

Of stuur uw gedicht over Amsterdam naar redactie@Amsterdam.nl, dan plaatsen wij hem op de speciale gedichtenpagina.

Bronnen:

- Querido’s letterkundige reisgids van Nederland, Willem van Toorn
- Van den Vondel, P. Oomes
- Parmentier, Johnny van Doorn, jaargang 4, nummer 3
- Wikipedia
- VPRO, geschiedenissite
- Nieuw Cultureel Woordenboek, Dolfh Kohnstamm en Elly Cassee

-----