Geachte aanwezigen,
Het is nu 12 jaar geleden dat de Parlementaire Enquête Commissie “Opsporingsmethoden” haar rapport uitbracht over de Wallen. De criminologen Fijnaut en Bovenkerk kwamen toen tot de conclusie dat de overheid in dit gebied niet meer de baas was. De overheid was de grip kwijt in de binnenstad, criminele organisaties en netwerken hadden economische machtsposities verworven, waar de overheid het nakijken had. Dit was buiten gewoon ernstig en de gemeenteraad heeft toen twee besluiten genomen. Ten eerste moest er specifiek Wallenbeleid komen om de criminaliteit effectiever te bestrijden en de overheid weer significant daar aanwezig te laten zijn. Ten tweede moest er beleid ontwikkeld worden op welke wijze het openbaar bestuur een rol kan spelen in de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Wat is er gedaan vanuit het openbaar bestuur en welke conclusies kunnen we trekken?
1. Stringente screening van vergunningen in dit gebied en gelieerd onderzoek in de stad, vanaf 2003 met behulp van de Wet Bibob;
2. Stringente integrale handhavingsacties, in het kader van het vrijplaatsenbeleid, met als belangrijke partner de fiscus;
3. Verbeterde samenwerking politie, centrale stad, stadsdeel Centrum en Justitie;
4. Harde aanpak op het gebied van drugsgerelateerde overlast;
5. Cameratoezicht;
6. Verwerving van 120 panden d.m.v. strategische aankopen met nieuwe eigenaren, de NV Zeedijk en de NV Stadsgoed, met als doel het bevorderen van een bonafide sociaal-economische structuur.
Twee conclusies kan ik hieruit trekken. De eerste conclusie is dat vergeleken met 12 jaar geleden de overheid op dit moment buitengewoon prominent aanwezig is in dit gebied. De tweede conclusie is dat de afgelopen 12 jaar aangetoond is dat het openbaar bestuur inderdaad een grote rol kan spelen in de bestrijding van de georganiseerde misdaad en dat deze bestrijding in dit gebied ontwikkeld is. Tot mijn genoegen is deze Amsterdamse aanpak inmiddels ook tot landelijk beleid uitgeroepen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die nog in deze kabinetsperiode ernaar streeft bij wijze van pilot in het hele land regionale expertisecentra ´bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad` te willen financieren. Dit past binnen de prioriteiten van het huidige kabinet, namelijk het intensiveren van de bestrijding van de georganiseerde misdaad door het versterken van de bestuurlijke en preventieve aanpak, het versterken van de strafrechtelijke repressieve aanpak en door het versterken van de internationale samenwerking. Terug naar de bestuurlijke aanpak en in het bijzonder hier in dit gebied.
Toch waren we nog niet tevreden met hoe het ging met dit gebied. Samen met het stadsdeel Centrum kwamen we tot de conclusie dat de balans van wonen, werken en recreëren er niet meer was. Ook kwamen we tot de conclusie dat de opeenstapeling van criminogene branches in dit gebied een grote aanzuigende werking had op de georganiseerde misdaad. Neem de prostitutie. Gedwongen achter de ramen zitten, vrouwenhandel, het wordt steeds duidelijker dat deze praktijken nog steeds voorkomen. Dat bleek onlangs uit een groot onderzoek van de Nationale Recherche, genaamd Sneep. De bevindingen zijn gepubliceerd onder de naam “Schone Schijn”. Die bevindingen liegen er niet om. Uitbuiting en dwang zijn helaas nog altijd schering en inslag, de legalisering van de prostitutie ten spijt.
Ook onze eigen Bibob-dossiers wijzen op criminele samenwerkingsverbanden die er nog steeds zijn in het gebied. In de afgelopen jaren hadden we 18 adviezen van het landelijk bureau met een ernstig gevaar, 86%, die verwezen naar 83 adressen op de Wallen.
Ik heb het dan over stroman-constructies, criminele netwerken en niet-transparante geldstromen/financieringen. Met enige regelmaat komen we “grote” namen tegen in de raamprostitutie, horeca en coffeeshops, gokhallen en bouwvergunningen. Een deel daarvan is inmiddels geliquideerd óf zit voor jaren achter de tralies! Er moet in een dossier veel aan de hand zijn wil de Wet Bibob ingezet worden, anders had ik de APV al ingezet, waarover straks meer.
Al deze ervaringen maken dat wij de gehele infrastructuur van de Wallen kritisch moeten bekijken en moeten nagaan in hoeverre de hoeveelheid criminogene branches in dit gebied niet tezamen een criminele infrastructuur is geworden, die door de gemeente wordt gefaciliteerd middels vergunningen en bijvoorbeeld bestemmingsplannen. Deze vragen en deze constateringen hebben er toe geleid dat we nu twee nieuwe projecten in dit gebied hebben opgezet. Het 1012 project met twee doelen: het doorbreken van de criminogene infrastructuur door criminogene functies en overlastgevende functies te verminderen én tegelijkertijd het gebied op te waarderen naar een meer en divers hoogwaardig aanbod. Daarnaast is een verdere intensivering gerealiseerd tussen de gemeente Amsterdam en de rijksoverheid in het Emergo-project. In dit project vindt een vervolgstudie plaats op het eerdergenoemde rapport van Fijnaut/Bovenkerk om recente onderzoeksgegevens te verzamelen. Concreet houdt dit in dat alle betrokken partners, OM, politie, bestuur en ook de fiscus, gesteund door analyse en onderzoek, samenwerken om zicht te krijgen op de criminele machtsconcentraties en de achterliggende gelegenheidsstructuren in de Amsterdamse binnenstad met als doel het intensiveren van strafrechtelijke interventies in dit gebied.
Al ver vóór Bibob zijn we gaan ingrijpen in de vergunningverlening door aanvragers van horecavergunningen beter te screenen op antecedenten. In onze APV hebben we bijvoorbeeld een bijzondere bepaling opgenomen, namelijk de toets op (slecht) levensgedrag. Daarmee kunnen we aanvragers niet alleen afwijzen als in hun café drugs is aangetroffen, maar ook als zij naast hun café vanuit hun huis of elders in de drugshandel zitten. De contouren van wat nu de Wet Bibob is, begonnen zich toen al af te tekenen.
De doelstelling voor de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit in Amsterdam luidt: Criminelen niet faciliteren en criminele infrastructuren aanpakken! Met niet- faciliteren wordt bedoeld dat de gemeente bijvoorbeeld geen vergunningen wil verlenen voor economische activiteiten die voortkomen uit criminaliteit of voor criminaliteit zullen worden gebruikt.
De ambtenaren die dit beleid ontwikkelden zijn de mensen achter het zogenaamde Van Traa-team. Zij hebben tal van projecten bedacht en uitgevoerd, contacten gelegd binnen de gemeente en binnen het opsporingsapparaat van politie, justitie en de fiscus. Ze hebben vergunningen gescreend, onroerend goed aangekocht, lokale regelgeving bedacht of aangepast. In verschillende gebieden, waaronder het westelijk havengebied, zijn onder hun leiding integrale handhavingsacties uitgevoerd. Ook hebben zij mij ondersteund in mijn lobby in Den Haag voor de Wet Bibob.
Met de Wet Bibob nam, vanaf 2003, de bestuurlijke aanpak een grote vlucht. Dat het hier direct zo snel ging met de toepassing van Bibob had er alles mee te maken dat Amsterdam er klaar voor was na jarenlang pionieren met de bestuurlijke aanpak: de wet viel in vruchtbare bodem. Eindelijk konden we de opgedane kennis effectief toepassen en de samenwerking met politie, justitie en fiscus ten volle benutten. Een sterke informatie-positie van het openbaar bestuur is een essentiële voorwaarde om een effectieve bestuurlijke aanpak vorm te kunnen geven.
Ik noemde al de integriteitsbepaling in onze APV. Voorafgaand aan de Bibobprocedure toets ik de ondernemer al op criteria als “slecht levensgedrag”. Deze toets concentreert zich op de exploitant zelf en diens bedrijfsleider en vindt de basis in onze APV. Bibob geeft mij als Burgemeester van Amsterdam, de mogelijkheid om vergunningen en subsidies te weigeren of in te trekken als het gegronde risico bestaat dat de aanvrager op een of andere manier via criminele derden betrokken is bij criminele activiteiten of als hij met crimineel geld wordt gefinancierd.
Nog vóórdat de Wet Bibob er was werd ik geconfronteerd met een koffiehuis waarin een jonge exploitant de vergunningaanvraag kwam indienen. Wat uit het vergunningendossier echter naar voren kwam was dat de vorige exploitant gevangen zat wegens grootschalige drugshandel en de zaak gratis had overgedragen aan wat bleek deze jongere broer. Ook zat in het dossier een tapverslag van de politie waarin te lezen was dat de oudere broer vanuit de bajes instructies aan deze jongere broer gaf. De APV bood mij geen mogelijkheden de vergunning te weigeren. Deze jongere broer was nl. brandschoon. Een jaar later kon deze vergunning met Bibob in de hand worden ingetrokken daar de oudere broer vanuit de bajes de leiding en zeggenschap had over de zaak. Amsterdam kent een actieve toepassing van de Wet Bibob, waarbij we vanaf het begin gebruik konden maken van onze expertise die is opgebouwd in de afgelopen 12 jaar. Vanaf 2003 is als onderdeel van het Van Traa-team het Coördinatiebureau Bibob, of CBB, actief. Deze heeft de volgende taken:
- De wet fasegewijs per branche stadsbreed implementeren. Op de branches horeca/coffeeshops, speelautomatenhallen, prostitutie, milieu en bouw is de wet al in heel Amsterdam van toepassing;
- Het CBB geeft trainingen aan vergunningmedewerkers van stadsdelen en gemeentelijk diensten;
- Het CBB is verplicht loket binnen de gemeentelijke organisatie voor advies i.v.m. eventuele toepassing Wet Bibob of doorgeleiding naar het landelijk bureau Bibob. Dit bureau is verbonden aan het Ministerie van Justitie en adviseert de Nederlandse gemeenten. Het bureau heeft toegang tot alle gesloten bronnen;
- Het CBB toetst de adviezen van het landelijk bureau op kwaliteit en begeleidt stadsdelen en diensten bij de uitvoering van deze adviezen;
- Op basis van de adviezen van het Landelijk Bureau Bibob doet het CBB onderzoek naar overige gelieerde bedrijven om daarop eveneens Bibob toe te passen.
Al in de aanvraagfase van vergunningen proberen we het kaf van het koren te scheiden. Zo moeten bijvoorbeeld alle vergunningaanvragers in Amsterdam vragen over de herkomst van hun financiering beantwoorden. De beantwoording van deze vragen, alsmede andere informatie, kan leiden tot nieuwe vragen. Daarbij valt te denken aan de volgende indicaties:
- Dubieuze financiers die bij de onderneming van de aanvrager zijn betrokken.
- Beschikbaarheid van specifieke politie-informatie.
- Inconsistentie in de jaarrekeningen.
Ter onderbouwing van verklaringen wordt soms gevraagd een verklaring van de Belastingdienst te overleggen, waaruit de juistheid van die verklaringen kan blijken.
Hier gaat een grote preventieve werking van uit. Als bijvoorbeeld de herkomst van financiering niet helder is en er wordt afgesproken daar een volgende keer op terug te komen om alsnog helderheid te verschaffen, dan komt het regelmatig voor dat we deze aanvrager nooit meer zien. Selecteren aan de poort! We hebben met onze APV al eerder een goede schifting kunnen maken tussen bonafide en malafide ondernemers door de eis van levensgedrag te stellen. Bij Bibob gaat het er vooral om om de zakenrelaties en geldstromen goed in beeld te krijgen. Dames en Heren, dit is een verhaal dat stevig staat.
In alle Bibobzaken wordt in Amsterdam op drie criteria van de wet hoog gescoord:
1. Op integriteit: ernstig strafblad van de aanvrager zelf;
2. Herkomst financiën: witwassen;
3. Zakelijke samenwerkingsverbanden: of populair gezegd: “foute zakenvrienden” van de aanvrager.
Ik hoor en lees regelmatig dat wij Bibob misbruiken. Dit beeld wil ik hier voor eens en voor altijd rechtzetten: het is aperte flauwekul dat de Bibob-beschikkingen slechts op basis van vermoedens tot stand komen. Het gaat om goed onderbouwde dossiers, met informatie uit verschillende bronnen. En als gemeente zijn we ons er zeer van bewust dat we niet over een nacht ijs mogen gaan voordat we een ondernemer treffen in zijn economisch belang. Elke beschikking is dan ook weloverwogen waarbij maatwerk is geleverd voordat hij de deur uitgaat. Het is dan ook wel eens jammer dat wij op grond van de wet aan zo'n strikte geheimhouding zijn gebonden. Soms zouden we wat graag laten zien hoe een Bibob-advies en besluit er uit zien, zodat u zich kan overtuigen van onze nauwkeurigheid. Die nauwkeurigheid is natuurlijk ook om een hele praktische reden van belang: degene die een beschikking krijgt kan naar de rechter en die zal een slecht onderbouwd besluit gewoon afwijzen. De beschuldiging dat we Bibob misbruiken om de Wallen te saneren is een rare: natuurlijk willen we de Wallen opschonen als blijkt dat er criminaliteit achter bepaalde branches schuilgaat. Dat is geen misbruik, maar een plicht van de overheid!
Dames en heren, deze bestuurlijke aanpak, waar Bibob een belangrijk onderdeel van is, wordt intensief toegepast in het Wallengebied en de rest van de stad. De stelling van 12 jaar geleden, dat de overheid niet meer de baas is, gaat nu zeker niet meer in dezelfde mate op. De overheid is buitengewoon actief. Exploitanten worden rigoureus gescreend, bonafide pandbezit wordt uitgebreid en intensieve handhavingsacties vinden plaats. Het moge duidelijk zijn dat ik achter de wet sta, toch signaleer ik ook knelpunten. Waar ik me bijvoorbeeld over verbaas is dat een exploitant het Bibobadvies slechts mag inzien en geen afschrift mag ontvangen of dat een externe bezwaarschriftencommissie geen kennis mag nemen van het advies. Als wij transparantie verwachten van de ondernemer mag deze andersom ook van de overheid transparantie verwachten. Verder kunnen wij geen goede Bibob-besluiten nemen als we vermoeden dat vergunningaanvragers een crimineel verleden in het buitenland hebben. Of als men zich verschuilt achter een buitenlandse rechtspersoon. Deze informatie krijgen wij niet, omdat nationale regelgeving in vrijwel alle landen de verstrekking van strafrechtelijke informatie voor bestuursrechtelijke doeleinden uitsluit. Of als verstrekking aan het buitenland niet is geregeld. Ik heb dan ook een dringende oproep gedaan op een Europees congres begin dit jaar om uitwisseling van strafrechtelijke informatie voor de bestuurlijke aanpak mogelijk te gaan maken. Ook de rechten van de ondernemer met name van de bonafide wil ik hierbij niet uit het oog verliezen. Ik erken dat er een spanningsveld is: geconfronteerd worden met extra Bibobvragen en foute zakenpartners, terwijl jezelf brandschoon bent. Ik geloof dat een verbeterde informatiepositie van het bestuur ten aanzien van de ondernemer zelf en ten aanzien van diens zakenpartners ons uitgangspunt “Bibob is maatwerk” nog meer zal versterken. Het verzamelen van gesloten en actuele informatie en het kunnen voldoen aan onze vergewisplicht ten aanzien van informatie is essentieel om tot een goede besluitvorming en aanpak te kunnen komen. Zowel in het belang van de ondernemer, zakenrelaties als dat van het bestuur. Hierover zijn allerlei uitzoekpunten gaande met de wetgever.
Het zal u duidelijk zijn geworden dat Amsterdam criminaliteitsbestrijding als gemeentetaak plaatst naast integriteitsbewaking, zo ook met Bibob.
Ik wens u nog een goede en leerzame dag toe.