De Staat van de Stad
Leden van de raad, dames en heren.
Vandaag presenteert het college zijn begroting voor het jaar 2009. Het is alweer de tweede keer dat de begroting aan u op deze wijze – vergelijkbaar met Prinsjesdag in Den Haag - wordt aangeboden; we kunnen daarom nu op deze tweede woensdag van oktober spreken van een heuse traditie.
Aanstonds zal wethouder Asscher een toelichting geven op de begroting en op de daarin gemaakte keuzes. Ik zal eerst ingaan op de situatie waarin de stad verkeert en voor welke vragen wij ons gesteld zien.
Dames en heren,
“Wat is de staat van de stad?” vormt een vraag die onlosmakelijk verbonden is met de vraag wat is de “stand van ons land”, en die vraag hangt weer samen met vraag welke plaats Nederland internationaal inneemt op de “kaart van deze aard”. Want in deze tijden waarin het vertrouwen in het internationaal verweven financiële systeem geschokt is en gerenommeerde zakenbanken wankelen en soms zelfs omvallen, heeft ook Nederland natuurlijk – wij vormen immers geen eiland - te maken met de gevolgen van de internationale kredietcrisis. Wij hebben de afgelopen week de spectaculaire gebeurtenissen rond Fortis en ABNAMRO gezien, temidden van al die andere stormen die door de financiële wereld razen. Het zijn ontwikkelingen die zeker ook Amsterdam, het financiële centrum van ons land, raken. Over de manier waarop, valt op dit moment nog niet veel met zekerheid te zeggen, maar wij zullen de ontwikkelingen in ieder geval nauwgezet volgen en zoveel als in ons vermogen ligt, daarnaar handelen. Het kan zijn dat we op sommige punten pas op de plaats zullen moeten maken met het realiseren van onze ambities. Dat moeten we onder ogen zien.
Wèl laten de ontwikkelingen van de afgelopen weken zien, dat de rol van de overheid in de financiële sector onmisbaar is: als opsteller van spelregels waaraan financiële instellingen zich dienen te houden, als toezichthouder en als het echt erop aan komt als belangrijke partij om de rust en het vertrouwen van het publiek in deze vitale sector te bewaren of zoveel mogelijk te herstellen en daarmee de economie te ondersteunen.
Wij weten allemaal hoe belangrijk de financiële sector voor onze stad is. Maar Amsterdam heeft meer dan een financiële sector. Laten wij onze zegeningen tellen en beseffen dat Amsterdam andere sterke kanten kent die in de afgelopen jaren verder tot bloei zijn gekomen en, ondanks tegenwind, een stevige basis bieden voor de toekomst.
Wij mogen ons gelukkig prijzen dat de Amsterdamse economie zo divers is samengesteld. De pijlers die onze economie schragen – u kunt ze dromen - zijn: Schiphol & de haven, ICT & Nieuwe Media, het toerisme, het MKB en de financiële sector. Deze verscheidenheid hebben we als stad waar mogelijk bewust bevorderd, de laatste jaren onder de noemer Amsterdam Topstad. Een divers samengestelde economie maakt een stad immers minder kwetsbaar als het tij tegen zit. En om de zoveel jaar zit het tij tegen, dat hoort nu eenmaal tot het economische leven. Het gaat erom dat een stad – in goede en kwade dagen – onafhankelijk van de waan van de dag welvaart en welzijn voor haar burgers brengt. Daarvoor is een vitale en duurzame economie een eerste vereiste, waarvoor dit college de nodige stappen heeft gezet. Dat betekent: investeren in bijvoorbeeld extra capaciteit voor de bloeiende haven, in de creatieve sector, in duurzaamheid, in het aanleggen van glasvezel door de hele stad – op een manier die in de hele wereld als een te volgen standaard wordt gezien -, in bereikbaarheid, dus in de Noord-Zuidlijn, in de nieuwe Afval-Energie-Centrale, waarvan wij verwachten dat ook die een nieuwe standaard zal zetten, in de Zuidas, en, op niet te lange termijn, in een nieuwe zeesluis. Het zijn stuk voor stuk ambitieuze projecten, projecten die de stad nodig heeft en vooruit zullen helpen; tegelijkertijd zijn het grote projecten waaraan risico’s kleven, risico’s die bij een aantal ervan juist de afgelopen weken duidelijk te zien zijn. Want bij risico’s horen tegenslagen. En natuurlijk is het zo dat de overheid bij grote projecten strak moet budgetteren en moet proberen de tegenslagen zoveel mogelijk vóór te zijn en daar voorzieningen voor treffen, maar garanties dat het allemaal zo gaat als wij willen, zijn er niet en dergelijke garanties moeten wij dan ook niet geven. Wij voeren deze en dergelijke projecten uit omdat wij denken dat de opbrengsten opwegen tegen de initiële kosten. Dat hebben wij eerder gezien bij de aanleg van onze eerste metrolijn; de protesten voor en tijdens de aanleg ervan zijn weggeëbd, en zelfs tal van tegenstanders van toen zijn nu blij dat deze lijn er is. Wij hebben dat ook ervaren bij de Ceres Terminal: nog niet lang geleden zieltogend, en afgeschreven als een debacle, nu florerend. En wat de Zuidas betreft, hebben we in elk geval positieve ervaringen met de jarenlange investeringen die de stad daarin tot nu toe heeft gedaan.
De stad timmert kortom aan de weg. Wij willen behoren bij de beste steden van Europa, zonder de realiteit uit het oog te verliezen en daarbij zo nodig de tering naar de nering te zetten en ambities bij te stellen als dat nodig is.
Ik sprak zojuist over de kredietcrisis, die ons sinds de afgelopen weken bezig houdt. Voor de klimaatcrisis geldt dat minder. Het is maar de vraag of dit terecht is. Natuurlijk, ons land, onze stad zal morgen niet meteen onder water lopen. Maar de verandering van het klimaat en de gevolgen daarvan voor de langere termijn moeten wij niet onderschatten. Het rapport van de commissie Veerman heeft dit nog eens onderstreept. In Nederland kunnen we de dijken verhogen, onze welvaart maakt dat wij daar grote sommen geld voor kunnen uittrekken. En wij beschikken over de kennis om dit te doen. In andere landen geldt dit niet. Bangladesh zal vaker onderstromen. Dit alles kan scherpere tegenstellingen tussen arm en rijk in de wereld, nieuwe conflicten over water en nieuwe migratiestromen tot gevolg hebben. De klimaatcrisis is nu nog abstract maar heeft het karakter van een sluipmoordenaar. Een agressieve sluipmoordenaar. Recent onderzoek laat zien dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer sneller toeneemt dan verwacht. Kortom, er is alle aanleiding voor actie. Alleen dijken verhogen, waar de commissie Veerman het vooral in zoekt, is niet voldoende. We moeten onze afhankelijkheid van fossiele energie drastisch terugbrengen en de uitstoot van CO2 fors verlagen. Amsterdam neemt hierin het voortouw met het programma ' Nieuw Amsterdams klimaat'. Een ambitieus programma om de stad gereed te maken voor de toekomst. Want energiebesparing en duurzame energie zijn niet alleen vanwege het klimaatprobleem bittere noodzaak. Ook voor een gezonde economische toekomst is het onmisbaar. De energieprijzen lopen immers steeds verder op. En we dreigen steeds meer afhankelijk te worden van energie uit politiek instabiele regio's als we niets doen. Besparen en nieuwe duurzame bronnen leggen een solide basis voor een gezonde economie. Alleen steden, waar innovatieve bedrijven nieuwe slimme en schone oplossingen aandragen, toepassen en verder de wereld in brengen, alleen steden die ook op deze terreinen een voorhoedepositie innemen, mogen zich rekenen te behoren tot de topsteden van de wereld. En daarom gaat Amsterdam samen met bedrijven, woningcorporaties, scholen en andere partners aan de slag om de stad klaar te maken voor een gezonde toekomst en zo een bijdrage te leveren aan het oplossen van de klimaatcrisis.
De stad investeert dus in infrastructurele werken en in duurzaamheid om in de komende decennia de welvaart en de werkgelegenheid voor de huidige en voor de toekomstige bewoners te bevorderen. De schoorsteen moet roken – hoewel dat over niet al te lange tijd een achterhaalde uitdrukking zal zijn –; en daarbij hebben we elke Amsterdammer nodig. Niet alleen het prozaïsche argument van de vergrijzing noopt ons daartoe, maar vooral dat iedere Amsterdammer ook daadwerkelijk kan bijdragen aan de bloei en de groei van onze stad.
Een divers samengestelde economie als de onze heeft behoefte aan werknemers met verschillende talenten op verschillende niveaus. Onderwijs vormt de sleutel voor een gezond functioneren van onze stad – zeker voor een stad die als Amsterdam Topstad en als duurzame\creatieve kennisstad door het leven wil en moet gaan. Terecht is immers de afgelopen jaren beredeneerd dat daar onze kansen liggen – en dan heb ik het natuurlijk niet over de stad in enge zin, maar over de hele regio. Dat Amsterdam goed opgeleide mensen nodig heeft is wat anders dan te zeggen dat alle mensen in Amsterdam hoogopgeleid moeten zijn om kans te maken op een baan. Iedereen die een opleiding – zelfs gedeeltelijk – heeft voltooid moet en baan kunnen vinden. Ook mensen met een lage opleiding en een klein inkomen moeten een volwaardig bestaan in onze stad kunnen leiden. Een echte Topstad heeft werk op alle niveaus – het MKB, de Amsterdamse haven, Schiphol, de vele internationale en nationale bedrijven die hier zijn gevestigd, de zorgsector, het onderwijsveld, de bloemenveiling van Aalsmeer: ze zijn in dit opzicht allemaal even belangrijk. Een Topstad heeft mensen die op alle niveaus topwerk kunnen leveren.
Hoogwaardige werkgelegenheid op alle niveaus vereist daartoe opgeleide mensen. Dat stelt eisen aan de mensen zelf - zij moeten ervoor zorgen dat ze binnen hun vermogens zo goed mogelijk zijn opgeleid. Het stelt eisen aan leerkrachten, die op hun beurt goed opgeleid moeten zijn en hun vakkennis, expertise en ervaring moeten kunnen overdragen. Het Amsterdamse onderwijs moet kansen op een goede opleiding bieden. Verreweg de meeste leerlingen grijpen die kans. Toch zijn er te veel leerlingen die het onderwijs zowel te vroeg als ongediplomeerd verlaten en het laten aankomen op een tweede kans, als die ooit wordt aangegrepen. En er zijn leerlingen van wie het talent onderbenut wordt: zij kunnen meer dan er uitkomt. Dat is allemaal zonde van het talent. Talent dat we broodnodig hebben bij het verder vormgeven van onze toekomst. Daarbij kunnen wij immers alle handen gebruiken. Niet voor niets is één van de centrale programmapunten van het college, daarin door u allen gesteund: kinderen eerst!
Leden van de raad,
Een diverse economie en een diverse stad waarin diverse talenten tot bloei kunnen komen, maken Amsterdam sterk en geven de dynamiek die nodig is om onze welvaart te behouden. Maar deze broodnodige dynamiek leidt ook tot verschillen en tot een zekere mate van ongelijkheid. Zolang mensen zelf het gevoel hebben dat zij vooruit komen en meedoen aan de samenleving, zijn verschillen en ongelijkheid op zichzelf niet erg. Maar wat doen we met mensen die dat niet of slechts deels op eigen kracht kunnen? Die daardoor uit de boot dreigen te vallen, permanent veroordeeld tot uitsluiting of structurele armoede? Moeten die het maar zelf weten, omdat we nu eenmaal in een individualistisch tijdperk leven waarin de eigen verantwoordelijkheid heilig is? Dat kunnen we in een stad die “iedereen nodig heeft” niet accepteren. En dan is het zaak dat de stad structuren en mechanismen kent om niemand volledig uit de boot te laten vallen.
Dat vergt diverse vormen van wat ik maar Grootstedelijke Solidariteit noem. Anderen noemen het lotsverbondenheid. Ik versta er 3 dingen onder:
- samenwerken
- dialoog en debat
- niemand aan de kant
Dat samenwerking noodzakelijk is om de doelstellingen van het programakkoord te realiseren is voor iedereen evident. Of het nu gaat om de economie, het openbaar vervoer, de ketenaanpak van het veiligheidsbeleid, de uitvoering van de WMO, de woningbouw of de vormgeving van het duurzaamheidbeleid etc. - steeds wordt en zal ook in de toekomst met verschillende partijen, met het Rijk, in de regio, met het bedrijfsleven, met buurten en met tal van andere sectoren in de samenleving moeten worden samengewerkt. Dat leidt soms tot gekmakende stroperigheid, maar is in vele gevallen de sleutel tot succes.
Dan dialoog en debat. In een samenleving als de onze met veel vrijheid om het eigen leven vorm te geven is er een veelvoud en diversiteit aan wensen voor de inrichting van de samenleving. De grote verscheidenheid kan als probleem worden gezien, maar ook als een gezamenlijke uitdaging om onze samenleving beter in te richten. Een eerste stap daarbij is dat mensen hun verschillende wensen en visies kunnen uiten en dat er platformen bestaan om wensen en dergelijke op een faire manier te articuleren, te bespreken én, niet te vergeten, tégen te spreken. Dat kan plaats vinden in een van de vele debattempels die onze stad (gelukkig!) rijk is: De Balie, De Rode Hoed, Felix Meritis etc. of op internetfora. Maar het daadwerkelijk vorm geven aan deze grootstedelijke solidariteit hoort bij uitstek thuis in uw raad. De kwaliteit van het democratisch debat is belangrijk voor het vertrouwen in de overheid. Alles wat in deze raadzaal gebeurt is een uiting van het functioneren van de rechtstaat. Voor de grootstedelijke solidariteit is dan ook belangrijk hoe kwetsbare thema’s in de stad geagendeerd worden, hoe daarover gesproken wordt, hoe daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan het begrip sociale gerechtigheid. Hier worden als het goed is niet alleen al die verschillende, soms tegengestelde, maatschappelijke wensen gehoord en gearticuleerd, thema’s geagendeerd etc. maar ook besluiten genomen – met als doel tot gezamenlijke oplossingen te komen en bruggen te slaan tussen verschillende geledingen van de samenleving. Rechtstaat en democratie als gereguleerde vormen van vreedzaam samenleven.
Tenslotte niemand aan de kant. Daaruit spreekt het engagement om mensen te steunen die zich trachten te ontworstelen aan armoede, gebrek of gebreken en maatschappelijk isolement. Amsterdam is een emancipatiestad. Steeds weer nieuwe burgers trekken naar onze stad op zoek naar verbetering van hun bestaan. Velen van hen hebben de kansen die de stad biedt aangegrepen en een beter bestaan opgebouwd voor henzelf en voor hun kinderen. Voor degenen die buiten de boot dreigen te vallen, kennen we in Nederland een sociaal vangnet. Amsterdam ondersteunt daar bovenop met eigen middelen de meest schrijnende gevallen. Het doel van dat beleid is om zoveel mogelijk mensen bij de stad te betrekken, mee te laten doen, erbij te laten horen, laten floreren, zoveel als mogelijk.
Dames en heren,
Het democratische besluitvormingsproces vormt het hart van onze stad. Een onderdeel van dat proces vormt de begroting die het college vandaag presenteert. In die begroting laat het college zien op welke wijze het invulling geeft aan die grootstedelijke solidariteit. Wethouder Asscher zal de keuzes van het college toelichten.