Toespraak De staat van de stad, 7 oktober 2009

Kruimelpad

 

Toespraak De staat van de stad, 7 oktober 2009

12 oktober 2009
 - 
Hanane Lechkar

Dames en heren,

De staat van de stad is de staat van haar inwoners. Daarover beschikken wij over een keur aan gegevens. De voornaamste index is die van de leefsituatie, waarin een aantal graadmeters voor het welbevinden van mensen is verdisconteerd[1]. In 2009 is die leefsituatieindex gestegen voor vrijwel alle groepen. Ten opzichte van vorig jaar, maar zeker ook in vergelijking met tien jaren geleden gaat het dus- gemiddeld gesproken (want er zijn zoals we weten grote verschillen) - beter met de Amsterdammer. Dat is verheugend – en ook begrijpelijk na een aantal jaren van hoogconjunctuur.

Als we de statistieken nader bekijken zien we dat werk, inkomen, en vooral het gevolgd hebben van een opleiding – een gunstig effect hebben op de leefsituatie. Dat zijn ook drie zeer belangrijke elementen in het Programma-akkoord van dit College maar het zijn eigenlijk al veel langer de elementen waar College en Raad op sturen, zo veel als we kunnen. En dat werpt vruchten af. Het onderwijsniveau is weer licht gestegen, ook al blijft er op onderwijsgebied nog veel te wensen over. Het aantal voorscholen – een van de belangrijkste instrumenten om de Amsterdamse kinderen een gelijkwaardige startpositie te geven- steeg explosief. Het aantal studenten, uit alle bevolkingsgroepen, aan onze hogescholen en universiteiten neemt toe Als het om werk gaat was 2008 typisch een jaar van hoogconjuctuur: lage werkloosheid, groeiende beroepsbevolking. Een aantal sectoren deed het in Amsterdam buitengewoon goed. We zagen een sterke daling in het aantal uitkeringen en de inkomensongelijkheid neemt af. De eerste kwartalen van 2009 laten uiteraard andere cijfers zien. Ik kom daar straks op terug.

Qua leefbaarheid en overlast zien we dat mensen tevredener zijn over hun buurt en dat de stad schoner en gemiddeld genomen veiliger is geworden. Het Parool berichtte daarover: “De Amsterdammer voelt zich iets veiliger, en terecht!”

Er is dus vooruitgang voor veel inwoners, zij het soms (tergend) langzaam. Het beleid richt zich juist op die ingewikkelde kwesties, waarvoor de oplossingen niet in een handboek staan. Achterstanden, jeugdzorg, onderwijs, integratie en veiligheid. “Integratie, schreef de columnist Bert Wagendorp onlangs in De Volkskrant zo treffend, “is niet een blauwe regenjas die je even aantrekt waarna je tot de club van de dragers van blauwe regenjassen behoort.” Datzelfde geldt voor de ontsnapping uit langdurige armoede en sociale achterstanden en voor de aanpak van hardnekkige overlast. Terwijl de problemen vaak ongeduldig maken en simplistische oplossingen aantrekkelijk lijken, zijn realisme, geduld en doorzettingsvermogen nog altijd het meest constructief, en de cijfers ondersteunen dat.

De stad is voortdurend in beweging en de staat van de stad is een momentopname. Er zit groei in Amsterdam, in tegenstelling tot de prognoses voor een groot deel van Nederland buiten de Randstad. Het CBS kwam gisteren weer met cijfers. Amsterdam blijft een magneet voor wie werk en welzijn zoekt. We hebben een naam hoog te houden op dat terrein; de geschiedenis van onze stad laat dat zien, en zo blijven we de mensen die naar Amsterdam komen en op welke manier dan ook een positieve bijdrage leveren aan onze stad welkom heten. Maar het is ook goed om te merken dat er steeds meer Amsterdamse gezinnen in de stad blijven, mede doordat er de afgelopen jaren een recordaantal nieuwbouwwoningen, waaronder veel koopwoningen, is gebouwd. Het zal daarmee samenhangen dat de vermeende tweedeling in welvaart en welzijn tussen de stad binnen- en buiten de ring inmiddels minder scherp lijkt. Een genuanceerder beeld dus.

Kortom, uit het beeld dat uit de statistieken naar voren komt is af te lezen dat we op de goede weg zijn met noodzakelijke investeringen in mensen (jeugd, onderwijs en werk) in woningen, in infrastructuur, waaronder, ja zeker, Noord-Zuidlijn en in een groene leefbare stad.

Maar we staan inmiddels voor een economisch zeer ongewisse situatie. De begroting van vandaag is al weer verslechterd ten opzichte van de Voorjaarsnota een paar maanden geleden. En iedereen begrijpt dat het lastig is om op basis van dit ongewisse beeld bijpassende maatregelen te nemen. Niemand weet hoe lang en hoe diep de wereldwijde economische recessie zal zijn. Internationale factoren als olieprijs en dollarkoers zijn volkomen buiten onze invloedsfeer maar wel van cruciaal belang. Ook over de vraag of Amsterdam in vergelijking tot de rest van Nederland relatief zwaar of juist minder zal worden geraakt verschillen de deskundigen van mening, maar we zullen hoe dan ook rekening houden met een forse terugval. Dat betekent dat we moeten anticiperen op een soberder en doelmatiger beleidskader en dat er scherpe keuzes gemaakt gaan worden. En dan moet je wel weten welke toekomst je voor de stad voor ogen hebt. Dat is dé opgave van het moment voor de politiek en dus een belangrijke vraag voor de aanstaande verkiezingen.

Hoe dan ook: onze uitgangspositie is goed. Amsterdam heeft mede dankzij de stappen die de afgelopen tien jaar zijn gezet, een paar sterke troeven in handen: een jonge, relatief hoogopgeleide bevolking (meer dan 50% hbo of universiteit!), diversiteit, een relatief groene en leefbare stad, hoge arbeidsparticipatie en een diverse economie. Daarmee staat Amsterdam nog altijd in de top vijf van de Europese vestigingssteden. Daar doet de recente daling op de Cushman and Wakefield lijst vooralsnog niets aan af; die lijst gaat niet uit van feiten maar van perceptie – wat ook weer niet wil zeggen dat hier geen waarschuwing van uit gaat.

Vanuit die uitgangspositie zullen van alle Amsterdammers, van alle partners in de stad de komende jaren offers en extra inspanningen worden gevraagd. Waar nu lang niet iedereen door de gevolgen van de recessie getroffen is, zal de recessie over niet al te lange tijd waarschijnlijk voor iedere Amsterdammer veel duidelijker voelbaar zijn. Maar als we ons schrap zetten ga ik er van uit, dat Amsterdam met zijn veerkracht, èn dankzij een goede basis, er sterk uit zal komen.

[1] Wonen, vrije tijd, sociale participatie, sport, vakantie, consumptie, mobiliteit, gezondheid