Dwangsom bij te laat beslissen

29 augustus 2012
-
Nadine Bandstra

Vanaf 1 oktober 2009 is de regeling dwangsom bij te laat beslissen van kracht. De regeling is opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.

In de regeling is bepaald dat Dienst Belastingen, bij het overschrijden van de termijn die de wet geeft om te beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoekschrift, aan de bezwaarde of verzoeker een dwangsom verschuldigd is, voor elke dag van de overschrijding.

In het geval Dienst Belastingen niet tijdig heeft beslist, en u als aanvrager niet langer wenst te wachten, kan de aanvrager aanspraak maken op een dwangsom. U moet daartoe eerst het bestuur, dat de gevraagde beslissing moet nemen, schriftelijk in gebreke stellen.

Na ontvangst van de ingebrekestelling heeft Dienst Belastingen nog twee weken de tijd om de gevraagde beslissing te nemen. Lukt dat niet dan is de dwangsom verschuldigd. Hierna worden nog een aantal bijzondere gevallen, die de afhandeltermijn kunnen verlengen, beschreven.

Voor welke processen bij de Dienst Belastingen van de Gemeente Amsterdam geldt de regeling?

Voornamelijk zullen dat betreffen:

  1. Bezwaarschriften (tegen de heffing, WOZ-waarde, invorderingsrente, kosten van aanmaning/dwangbevel, aansprakelijkheidstelling);
  2. Verzoek om ontheffing ((afvalstoffenheffing*), hondenbelasting, reinigingsrecht bedrijfsvuil, precariobelasting, reclamebelasting);
  3. Verzoek van een belanghebbende om een (eigen) WOZ-beschikking.

*) ontheffing van de afvalstoffenheffing bij verhuizing of overlijden van de belastingplichtige gebeurt automatisch, daarvoor hoeft geen verzoek te worden gedaan.

Voor welke processen bij de Dienst Belastingen van de Gemeente Amsterdam geldt de regeling niet?

De dwangsomregeling geldt niet voor processen betreffende de Invorderingswet 1990, dus niet voor kwijtschelding, niet voor uitstel van betaling/betalingsregeling en ook niet voor administratief beroepschrift bodemrecht. Uiteraard houdt Dienst Belastingen zich ook hier aan de afhandeltermijnen, maar de dwangsomregeling is niet van toepassing.

Welke termijnen noemt de wet voor het afhandelen van een bezwaar en/of verzoek in het kader van gemeentelijke belastingen?

  1. Op een bezwaarschrift (ingediend tot 20 november) moet zijn beslist in het kalenderjaar van ontvangst.
  2. Op een bezwaarschrift dat is ingediend op of na 20 november van het kalenderjaar, moet worden beslist, binnen 12 weken na de dagtekening van de onderliggende aanslag. De termijn kan schriftelijk met maximaal 6 weken worden verlengd. (Een bezwaarschrift tegen de verlenging is niet mogelijk). Verdere verlenging is mogelijk als de verzoeker instemt.
  3. Op een verzoekschrift moet binnen 8 weken een beslissing volgen. Die termijn kan schriftelijk met maximaal 8 weken worden verlengd.

Bijzondere gevallen

In een aantal bijzondere gevallen, wordt de afhandeltermijn verlengd of opgeschort. Het is van belang daarmee bij de ingebrekestelling rekening te houden. Anders gezegd, over de periode van verlenging of opschorting van de afhandeltermijn, is geen dwangsom verschuldigd.

De afhandeltermijn wordt verlengd:

  1. met de periode nodig voor het herstellen van een formeel gebrek door de bezwaarde (bijvoorbeeld de gronden van het bezwaar aanvullen) of het anderszins aanvullen van het bezwaar of verzoek;
  2. met de periode waarin het bestuursorgaan wacht op informatie uit het buitenland die onmisbaar is om te kunnen beslissen, en de tijd die het bestuur nodig heeft i.v.m. de naleving van een wettelijke voorschrift (bijvoorbeeld het verplicht opvragen van informatie uit het bevolkingsregister);
  3. als de verzoeker schriftelijk instemt met uitstel of als de vertraging de schuld is van de verzoeker;
  4. als het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is om te beslissen.

Pas als alle afhandeltermijnen verstreken zijn kunt u het bestuur in gebreke stellen. Houdt u daarbij geen rekening met een eventuele verlenging van de termijn, dan bent u te vroeg met uw ingebrekestelling. Ook mag u niet onredelijk laat zijn met uw ingebrekestelling. In die deze gevallen zult u niet-ontvankelijk worden verklaard en zal uw ingebrekestelling geen gevolgen hebben.

Hoeveel bedraagt de dwangsom?

Dwangsom is verschuldigd, voor elke dag dat de beslissing langer (dan hierboven beschreven) uit blijft. De wet noemt de bedragen:

  • de eerste 14 dagen: € 20,- / dag,
  • de daarop volgende: 14 dagen € 30,- / dag,
  • de overige dagen: € 40,- / dag.

De looptijd is maximaal 42 dagen en het gaat om een bedrag van maximaal € 1.260,-.

Vaststelling verschuldigde dwangsom

Als de termijnen (zoals hierboven beschreven) zijn overschreden, moet het bestuur (binnen 2 weken nadat het gevraagde besluit is genomen) een dwangsom berekenen en een dwangsombeschikking nemen. Binnen 6 weken na de vaststelling van de dwangsombeschikking moet het bedrag van de dwangsom worden uitbetaald.

Tegen een dwangsombeschikking, kan een bezwaarschrift worden ingediend.

Samenloop

Los van de nieuwe regeling omtrent de dwangsom, blijft ook bestaan (en kan zelfs parallel aan de dwangsomregeling worden ingezet) de procedure dat de indiener van een bezwaarschrift, als de wettelijke termijn voor het geven van een uitspraak op bezwaarschrift is verstreken, naar de belastingrechter kan stappen om de uitspraak af te dwingen.

Formulier ingebrekestelling

Met dit formulier geeft u aan dat wij niet hebben gereageerd op uw bezwaar. U stelt ons in gebreke en zegt daarmee dat wij te laat zijn met het nemen van een beslissing.

Formulier ingebrekestelling

-----