Politiek zelfvertrouwen is het idee dat je invloed hebt op de politiek, dat er naar je geluisterd wordt. Het SCP concludeert dat er sprake lijkt te zijn van een stijgend aantal zogenaamde kritische burgers in de bevolking.[1] Deze burgers onderschrijven het democratisch principe, maar hebben een kritische houding ten opzichte van politici en beleid en willen graag invloed hebben op de politiek. Willen staat niet gelijk aan kunnen en uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het politiek zelfvertrouwen in de jaren tachtig landelijk steeg, maar vanaf 1990 tot 2002 vrij constant is. In de Burgermonitor is de mate waarin men politiek zelfvertrouwen heeft gemeten aan de hand van de beoordeling van drie stellingen:
- De politieke partijen zijn alleen geïnteresseerd in mijn stem en niet in mijn mening.
- Mensen zoals ik hebben wel degelijk invloed op de politiek van het bestuur.
- Raadsleden bekommeren zich niet om mensen zoals ik.
In 2008 menen ongeveer vier van de tien Amsterdammers (41%) dat gemeenteraadsleden zich om hen bekommeren. Bijna een derde (34%) denkt politieke invloed te hebben en een derde (33%) meent dat politieke partijen geïnteresseerd zijn in hun mening. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met vorig jaar. Over een langere periode lijkt er sinds 2000 een stijgende lijn te zien. Het aantal Amsterdammers met een duidelijk hoog politiek zelfvertrouwen blijft echter beperkt: 16% beoordeelt alle drie de stellingen positief en 18% twee van de drie.
Verschillen tussen groepen Amsterdammers
Net als voorgaande jaren hebben autochtone en westers allochtone Amsterdammers meer politiek zelfvertrouwen dan niet-westerse allochtone Amsterdammers en hoger opgeleiden meer dan lager opgeleiden. Ook zien we weer terug dat jongeren (16-24) en ouderen (65+) minder politiek zelfvertrouwen dan Amsterdammers tussen van 25 tot en met 64.
Politiek zelfvertrouwen uitgedrukt in stellingen, 2000-2008 (percentage mee eens)
Verschillen tussen groepen Amsterdammers
Net als voorgaande jaren hebben autochtone en westers allochtone Amsterdammers meer politiek zelfvertrouwen dan niet-westerse allochtone Amsterdammers en hoger opgeleiden meer dan lager opgeleiden. Ook zien we weer terug dat jongeren (16-24) en ouderen (65+) minder politiek zelfvertrouwen dan Amsterdammers tussen van 25 tot en met 64.
[1] SCP, In het zicht van de toekomst: Sociaal en cultureel rapport 2004, oktober 2004.