In de vorige zes paragrafen zijn we ingegaan op de mate waarin Amsterdammers zich thuis voelen en verbonden voelen met de buurt, het stadsdeel en de stad; hun leef- en woonomgeving. In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de binding van de Amsterdammers met hun woonomgeving. Zijn er verschillen tussen specifieke groepen Amsterdammers? En zijn er verschillen met voorgaande jaren?
Vergelijking met voorgaande jaren
Amsterdammers zijn het meest verbonden met de stad en met Nederland, vervolgens met hun eigen buurt en met mede Amsterdammers. Het minst verbonden zijn ze zowel met hun stadsdeel als met Europa. Over de jaren heen lijken Amsterdammers zich iets meer verbonden te voelen met Amsterdam en met mede Amsterdammers.
Verbondenheid van Amsterdammers, 2003-2008 (percentage dat zich verbonden/thuis voelt.
Verbondenheid van Amsterdammers, 2003-2008 (percentage dat zich verbonden/thuis voelt)
Verschillen tussen groepen
De binding met de stad en de buurt verschilt tussen groepen Amsterdammers. Amsterdammers van autochtone en westers allochtone herkomst voelen zich op alle fronten meer verbonden met en meer thuis in de stad, hun buurt en hun stadsdeel. Amsterdammers van Surinaamse en Marokkaanse herkomst scoren op vrijwel alle onderdelen iets lager, maar vooral de Amsterdammers van Turkse en overige niet-westerse allochtone herkomst scoren laag. Zij voelen zich minder verbonden met Amsterdam en de buurt. Overige niet-westerse allochtonen voelen zich ook minder verbonden met het stadsdeel maar voelen zich wel gemiddeld thuis in zowel Amsterdam als hun eigen buurt. Turkse Amsterdammers voelen zich gemiddeld verbonden met hun stadsdeel, maar voelen zich minder thuis in de stad en in hun buurt.
Deze en andere verschillen tussen ‘verbonden zijn met’ en ‘thuisvoelen in’ laten zien dat het andere soorten van binding met een stad zijn. Het lijkt erop alsof ‘thuisvoelen in’ iets subjectiever is, zoals Metaal, Delnoij en Duyvendak (2006)[1] concluderen: “Thuis voelen betekent vooral dat de wijk een positief identificatiekader vormt.” Verbondenheid met een plek kan ook ontstaan simpel en alleen doordat je ergens woont. Dit zou betekenen dat de Turkse Amsterdammers, die zich minder thuis voelen in de buurt en in de stad, minder ‘positief verbonden’ zijn met de stad. Ook in nationale cijfers is zichtbaar dat Nederlanders van Turkse herkomst zich relatief het minst thuis voelen en minder dan gemiddeld tevreden zijn met het eigen leven en Nederland.[2]
Verbondenheid met woonomgeving naar herkomstgroepering, 2008
(percentage dat zich verbonden/thuis voelt)
Generatie
Amsterdammers van allochtone herkomst van de eerste generatie voelen zich op alle fronten minder verbonden met de stad. Dit geldt in het algemeen voor alle herkomstgroepen en sterk voor de groep overig niet-westerse allochtonen. Allochtone Amsterdammers van de tweede generatie voelen zich echter even veel of meer verbonden met hun stad en buurt dan autochtone Amsterdammers. Voor autochtone Amsterdammers geldt hoe ouder de Amsterdammer, hoe meer binding met de stad en/of buurt.
Verbondenheid met woonomgeving naar generatie, 2008 (percentage dat zich verbonden/thuis voelt)
Opleiding
In het algemeen voelen hoger opgeleiden meer binding met Amsterdam, hun stadsdeel en hun buurt. Uitzondering hierop is dat lager opgeleiden zichzelf meer als Amsterdammer beschouwen. Dus hoewel lager opgeleiden zichzelf meer als Amsterdammer beschouwen, voelen ze zich er minder dan gemiddeld thuis en mee verbonden. Het zou kunnen dat hoger opgeleiden, die vaak niet in Amsterdam geboren zijn, zich wel erg thuis voelen in Amsterdam en hun buurt (positief verbonden zijn), maar zich niet écht Amsterdammer voelen (bijvoorbeeld omdat ze een andere geboorteplaats hebben).
Verbondenheid met woonomgeving naar opleiding, 2008 (percentage dat zich verbonden/thuis voelt)
Stadsdelen
In het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer voelt men minder dan gemiddeld binding met de stad, het stadsdeel en de buurt. Inwoners van Geuzenveld-Slotermeer voelen zich echter wel in gemiddelde mate Amsterdammer. Inwoners van Bos en Lommer voelen zich vooral minder dan gemiddeld verbonden met hun eigen buurt en voelen zich minder Amsterdammer. Inwoners van de stadsdelen Westerpark, Oud-Zuid, Oud-West en Centrum scoren op de meeste van de bindingsvragen hoger dan de gemiddelde Amsterdammer. Geen enkel stadsdeel scoort op alle aspecten hoger dan gemiddeld.
Amsterdammer zijn
In de Burgermonitor wordt op verschillende manieren aan Amsterdammers gevraagd naar hun relatie met de stad. In hoeverre ze zich Amsterdammer voelen, hoe verbonden ze zijn met de stad en of ze zich er thuis voelen. In het algemeen geldt dat hoe ouder en hoe hoger opgeleid iemand is, hoe meer men zich identificeert met Amsterdam. 40% van de Amsterdammers die hoog scoren op deze vragen leest het parool en 45% kijkt AT5.
Verder geeft 43% van de Amsterdammers aan dat Amsterdam de eenheid is die het belangrijkst is voor de manier waarop ze over zichzelf denken (ter vergelijking: 30% noemt de buurt en/of Nederland).
[1] Metaal, Delnoij en Duyvendak, “Een Amsterdamse benadering; vooruitkomen, samenleven en thuisvoelen in Nieuw West. Verslag van een onderzoek”, 2006.
[2] CBS, Jaarrapport Integratie 2008, november 2008.