Zeven van de tien hebben regelmatig contact met buren
Zeven van de tien Amsterdammers (69%) hebben minstens één keer per week contact met de buren. Zestien procent heeft één of twee keer per maand contact en 13% minder dan één keer per maand of zelden tot nooit.
Amsterdammers uit de groep van overige niet-westerse landen (bijvoorbeeld Ghanezen) hebben minder contact met de buren dan gemiddeld (57% heeft minstens één keer per week contact met de buren). Allochtonen van de eerste generatie hebben minder vaak contact met buren dan anderen (64%, 2e generatie 69%, autochtonen 71%). Verder geldt hoe ouder de Amsterdammer, hoe meer contact met de buren (56% van de 16 tot 34 jarigen tegenover 79% van de 55-plussers heeft minstens één keer per week contact). Lager opgeleiden hebben vaker tenminste wekelijks contact dan hoger opgeleiden (75%, gemiddeld opgeleid 66%, hoog opgeleid 68%).
Sociale cohesie in de buurt niet verder toegenomen
Om sociale cohesie in de buurt te meten zijn in de Burgermonitor verschillende stellingen voorgelegd over de omgang van mensen in de eigen buurt. Zeven van de tien Amsterdammers vinden dat de mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan en ruim zes van de tien voelen zich thuis bij deze mensen. Bijna de helft vindt dat men in een buurt woont waar veel saamhorigheid is en is het oneens met de stelling dat mensen elkaar nauwelijks kennen in de buurt. De antwoorden op deze vier vragen geven een beeld van de sociale cohesie die Amsterdammers ervaren. Er is niet veel veranderd in vergelijking met de resultaten van vorig jaar; wel voelt men zich iets minder vaak thuis bij de mensen in de buurt. De ontwikkeling die we vorige keer zagen, dat mensen meer sociale cohesie ervaren, zet dus niet door.
| Stellingen sociale cohesie, 2009 (procenten) |
|
Amsterdammers van Turkse afkomst ervaren meer sociale cohesie in de buurt dan gemiddeld; zij vinden vooral vaker dat er sprake is van een gezellige buurt waar veel saamhorigheid is. Mensen uit de groep van overige niet-westerse landen ervaren juist minder sociale cohesie dan gemiddeld; zij voelen zich vooral minder vaak thuis bij de mensen die in de buurt wonen. In tegenstelling tot in 2008 en 2007 ervaren Marokkanen niet meer sociale cohesie dan gemiddeld. Zij zijn wat minder uitgesproken in hun mening en geven ook vaker aan geen mening te hebben bij deze stellingen.
In het algemeen ervaart de tweede generatie allochtonen meer sociale cohesie in de buurt dan de eerste generatie. De leeftijdsgroep 35-55 jaar ervaart de meeste sociale cohesie in de buurt, de jongere Amsterdammers (16-34 jaar) het minste, en de 65-plussers zitten daar tussenin. Paren met kinderen ervaren de meeste sociale cohesie in de buurt. Vrouwen ervaren meer sociale cohesie dan mannen.
De ervaren sociale cohesie in de buurt is het hoogst in de stadsdelen Oost-Watergraafsmeer en Centrum. Duidelijk minder dan gemiddeld is de ervaren sociale cohesie in Bos en Lommer en De Baarsjes. De verschillen tussen de stadsdelen in de gemiddelde ervaren sociale cohesie zijn kleiner dan vorig jaar. Een belangrijk verschil geldt voor stadsdeel Zuidoost: in 2008 scoorden zij bovengemiddeld, nu is dat onder het gemiddelde.
| Ervaren sociale cohesie in de buurt (schaal 4-20) naar stadsdelen, 2009 (hoe hoger, hoe meer ervaren cohesie) |
|