Helft Amsterdammers verbonden met eigen groep
Bijna de helft van de Amsterdammers (48%) voelt zich verbonden met de eigen herkomstgroep (2008; 50%, 2007; 44%). Ruim een kwart (27%) is neutraal en 16% voelt zich niet verbonden met de eigen herkomstgroep.
Amsterdammers met een Marokkaanse (66%), Turkse (63%) en Surinaamse (60%) achtergrond voelen zich meer verbonden met de herkomstgroep dan gemiddeld. Bij westerse allochtonen is de verbondenheid met de eigen groep in verhouding laag (36%).
| Verbondenheid met de eigen herkomstgroep naar achtergrond, 2009 (percentage (zeer) verbonden) |
|
Verbondenheid religie relatief hoog onder Turken en Marokkanen
Net als in 2008 voelen bijna vier van de tien Amsterdammers (38%) zich verbonden met de eigen religie of geloofsovertuiging. Eén op de vijf antwoordt neutraal en een kwart (26%) voelt zich (helemaal) niet verbonden.
Onder Turken (56%) en Marokkanen (77%) is de verbondenheid het grootst. Dit is niet verwonderlijk aangezien deze twee bevolkingsgroepen ook relatief vaak aangeven zich verwant te voelen met een godsdienst, religieuze of levensbeschouwelijke stroming en relatief vaak een bezoek brengen aan een gebedshuis. Daarnaast is de verbondenheid met een religie bovengemiddeld onder Surinaamse Amsterdammers en overige niet-westerse allochtonen. Autochtonen en westerse allochtonen scoren in verhouding laag op de verbondenheid met een religie of levensbeschouwelijke stroming.
Verbondenheid geboorteland ouders
Aan Amsterdammers van wie tenminste één ouder niet in Nederland is geboren, is gevraagd wat men zich meer voelt: Nederlands of niet-Nederlands. Van deze groep voelen ruim vier op de tien (43%) zich Nederlands, in 2008 was dit 36%. Drie op de tien voelen (29%) zich niet-Nederlands (2008; 33%). Een vijfde (21%) voelt zich zowel Nederlands als niet-Nederlands. De rest (5%) weet het niet.
Op een andere manier is vervolgens ongeveer dezelfde vraag gesteld. Wederom alleen aan Amsterdammers van wie ten minste één van de ouders niet in Nederland is geboren. Nu was het echter de bedoeling om in percentages aan te geven hoeveel men zich Nederlands dan wel niet-Nederlands voelt. In totaal geeft bijna de helft (49%) aan zich meer Nederlands dan niet-Nederlands te voelen, ook hier is een lichte stijging te zien ten opzichte van 2008 (44%). Bijna een kwart (24%) voelt zich evenveel Nederlands als niet-Nederlands en een vijfde (21%) meer niet-Nederlands. In totaal een vijfde van de Amsterdammers van wie ten minste één ouder niet in Nederland is geboren voelt zich 100% Nederlands.
Elf procent rekent zichzelf tot twee of meer herkomstgroepen
Alle Amsterdammers is gevraagd tot welke herkomstgroep ze zich rekenen. Hierbij konden meerdere groepen worden aangekruist. Wanneer bekeken wordt tot hoeveel herkomstgroepen men zich rekent, blijkt dat ruim driekwart (77%) zich tot één groep vindt horen. Van hen beschouwen ongeveer drie op de vier (73%) Nederlanders als de eigen herkomstgroep. Net als vorig jaar bestaat deze groep voor in totaal een kwart uit allochtonen, waarvan het merendeel westerse allochtonen. Net als in 2008 vindt 11% van alle Amsterdammers zichzelf tot twee of meer herkomstgroepen behoren. De overige 12% gaf geen enkele groep op.