Amsterdammers zijn vier stellingen voorgelegd die te maken hebben met sociale isolatie. Een vijfde (20%) heeft weinig mensen met wie men echt kan praten, tegen 16% in 2008. Zeven op de tien is het hiermee echter oneens. Volgens één op de tien kan je zelfs van je naaste familieleden weinig belangstelling verwachten, acht procent voelt zich vaak in de steek gelaten en volgens een zelfde deel is er niemand die speciaal belangstelling voor de ondervraagde heeft.
| Stellingen sociale isolatie, 2009 (procenten) |
|
Verschillen tussen groepen Amsterdammers
In verhouding zijn veel Amsterdammers van 65 jaar en ouder van mening dat er weinig mensen zijn met wie ze echt kunnen praten. Daarnaast is in verhouding een hoog percentage het eens met de stelling dat je van je naaste familieleden weinig belangstelling meer kan verwachten. Jongeren daarentegen zijn het in verhouding vaak oneens met de stellingen.
Amsterdammers met een lage opleiding zijn het met alle stellingen in vergelijking met het gemiddelde vaak eens, terwijl in verhouding weinig Amsterdammers met een hoge opleiding het eens zijn.
Relatief veel Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond zijn van mening dat ze zich vaak in de steek gelaten voelen en dat er niemand is die speciale belangstelling voor ze heeft.