Speech burgemeester Van der Laan ' Staat van de stad'

Kruimelpad

 

Speech burgemeester Van der Laan ' Staat van de stad'

6 oktober 2010
 - 
Hanane Lechkar

Speech burgemeester Van der Laan 6 oktober 2010

Staat van de stad

Gesproken woord geldt

Voorzitter, dames en heren,

Vandaag presenteert de wethouder Financiën Lodewijk Asscher, namens het College, de begroting van Amsterdam. Ik zal een korte inleiding houden. Daarbij zal ik wat van mijn ervaringen uit mijn eerste drie maanden met u delen.

De staat van de stad is natuurlijk altijd een serieuze aangelegenheid. Maar dit jaar hebben wij er voor moeten waken dat die ernst niet doorslaat naar somberheid. Ik hoef niemand bij te praten over de economische crisis; de noodzaak om de overheidsfinanciën op orde te brengen is evident. De aanstaande regering wil 18 miljard euro bezuinigen en daar gaan veel mensen veel van merken in deze stad. Ik noem de voornemens rond huurliberalisatie, korting op de jeugdzorg, daling van de zorgtoeslag, en verlaging van het minimumloon en de bijstand. Amsterdam zal blijven proberen de lasten te verdelen volgens onze eigen principes en uitgangspunten, binnen de uiteraard beperkte mogelijkheden die wij als lokale overheid hebben. Wat dat betreft is deze begroting wellicht nog maar het begin van een langere, moeilijke periode.

Ik ben inmiddels bijna 100 dagen burgemeester van een stad die ik al 35 jaar heel goed ken. Wat ik in die 100 dagen (en 35 jaar) heb gezien geeft mij weinig reden tot somberheid. Ik heb dingen geconstateerd die mij prikkelen om met  uw raad en met het College zaken te verbeteren, dat zeker. Voor somberheid is geen plaats. Deze stad gaat over zelfvertrouwen, creativiteit, solidariteit en kansen.

De staat van de stad is de mooie benaming voor deze Amsterdamse Prinsjesdag. De wethouder zal u vertellen wat ons – gegeven die staat van deze stad- de komende tijd te doen staat. Maar wat is op dit moment de staat van de stad? Ik deel graag in vogelvlucht de meest recente cijfers met u.

Amsterdammers; dienstverlening

De bevolking is het afgelopen jaar opnieuw gegroeid: ik heb me laten vertellen dat er ruim 11 duizend meer Amsterdammers zijn dan vorig jaar. De trend dat gezinnen met kinderen steeds vaker in de stad blijven wonen zet zich door. Amsterdam heeft een sterke aantrekkingskracht op mensen. De stad staat hoog in de internationale ranglijsten -bijvoorbeeld 8ste op de Global Power Index, de ranglijst van de krachtigste en meest leefbare steden ter wereld; recentelijk gestegen van de 8ste naar de 6de plaats op de European Cities Monitor- .En daar zijn Amsterdammers doorgaans niet verbaasd over. Ik heb ontzettend veel trotse en bevlogen mensen ontmoet, in alle gelederen van de bevolking.

Ik geef u enkele voorbeelden die hier kenmerkend voor zijn. Zo kom ik Amsterdammers tegen die hun nieuwe burgemeester begroeten door te zeggen: “ Ik heet u van harte welkom in mijn stad”. Een Amsterdamse burger die mij op zelfverzekerde wijze aangeeft dat ik even op haar stad mag passen. Of een werkbezoek in de Pijp waar ik met bewoners sprak over hun zorgen en mogelijke oplossingen voor problemen met de openbare orde en veiligheid. De politie hield tijdens het werkbezoek professioneel en gepaste afstand. Tot ik terugkwam bij mijn auto die kennelijk verkeerd geparkeerd stond. Daar zat keurig een bon onder de ruitenwisser. Ook dat hoor bij die Amsterdammer.

Ik was getuige van 5 indringende minuten televisie toen ik keek naar de boosheid van Erwin Olaf bij Zomergasten over de groeiende intolerantie tegen homo’s in zijn stad. En ik was afgelopen vrijdag aanwezig tijdens de Black Tea Party, een extravagant homo-feest waarmee hij op indrukwekkende wijze uiting gaf aan de veerkracht en het verzet hiertegen binnen diezelfde gemeenschap.

Denk ook aan de huismeester in Noord die tijdens de ontploffing op de Viermasterstraat zorgde voor de woningen en inwoners, alsof het zijn eigen huizen en gezinsleden waren.

Denk aan Auke Bijlsma, voormalig raadslid, die ik twee keer mocht bezoeken. Bij hem moet een been worden afgezet, wat tragisch is voor hem. Maar wat hem karakteriseert is dat hij tijdens die twee bezoeken niet een keer over zichzelf klaagde. Natuurlijk had hij wel van alles op te merken over de stand van de gezondheidszorg en het aanvullend openbaar vervoer. Ook die trots hoort bij Amsterdam.

Die trots en veerkracht hebben we de komende jaren hard nodig in de stad. We zullen meer beroep doen op alle  Amsterdammers. Maar we willen natuurlijk ook dat Amsterdammers, of het nu om onderwijs, zorg, wonen of werk gaat, een beroep kunnen blijven doen op de gemeente waar dat nodig is. En mensen helpen zichzelf te helpen. De wethouder zal onze ambities straks toelichten. We willen bijvoorbeeld de dienstverlening van de gemeente richting de burgers fors verbeteren. Om klachten en aanvragen sneller en beter af te handelen wordt geïnvesteerd in ICT. Maar dienstverlening is meer dan ICT. Ik heb tot nu toe een flink aantal wijken bezocht en mijn intentie is om, samen met andere collegeleden, de komende jaren intensief mijn oren te luisteren te leggen in de buurten van Amsterdam. Dat zijn wat mij betreft bezoeken waarbij de bewoners en ondernemers in de buurt centraal staan en waar ze gehoor vinden voor hun problemen èn voor hun oplossingen. De cijfers laten zien dat maar liefst 88% van de Amsterdammers zich verbonden voelt met zijn of haar buurt. Uit die verbondenheid valt meer te halen. En tegelijkertijd wil ik de hand reiken aan degenen die deze verbondenheid nog niet voelen. Ook dat zie ik als een vorm van dienstverlening.

Economie en werk. Zoals ik al zei ga ik u niet nodeloos vermoeien met een lesje economie. Het is bekend dat we weliswaar de ergste conjuncturele dip waarschijnlijk hebben gehad, maar de effecten daarvan zijn vaak met vertraging, overal in de stad merkbaar: of het nu om wonen, werk, bouwen of bedrijvigheid gaat. Het aantal mensen in de schuldhulpverlening neemt nog altijd toe, nu 30% meer dan vorig jaar.

Maar er zijn ook  lichtpuntjes. Na een periode van stijgende werkloosheid is de werkloosheid sinds april heel geleidelijk aan het afnemen, net als het aantal mensen in de bijstand. Het aantal vacatures neemt weer licht toe; dat is een  'early indicator' voor groei. Het toerisme trekt weer aan. Maar er is geen enkele reden om achterover te leunen. Juist nu is het belangrijk om in te zetten op acquisitie bijvoorbeeld. Door actief bedrijven en hoofdkantoren naar Amsterdam te halen stimuleren we werkgelegenheid.

Ik was onder de indruk van het Shell Research Centre, waar gewerkt wordt aan de nieuwste technologieën op het gebied van brandstof, en waar men bovendien actief betrokken is bij de ontwikkeling van Overhoeks tot een aantrekkelijk stedelijk gebied. Ik heb gesproken met verschillende leiders van bedrijven in het Amsterdamse, die graag willen meedenken over de economische ontwikkeling van de stad.

Ontzettend blij werd ik van het kennismakingsbezoek aan het nieuwe De La Mar, waar met grote toewijding wordt geïnvesteerd in de cultuur en economie van deze stad. Maar ook denk ik met genoegen terug aan een bezoek aan twee ondernemende kunstenaars in Nieuw West die daar een hippe broedplaats opzetten omdat ze vinden dat cultureel ondernemerschap niet ophoudt bij de Ring.

Wonen en bouwen. De gevolgen van de kredietcrisis zijn al sinds 2008 duidelijk zichtbaar op de Amsterdamse woningmarkt. De verkoopprijzen lijken zich nu na een daling te stabiliseren, - 10% ten opzichte van voor de crisis. Maar op de kantorenmarkt is van herstel nog lang geen sprake. Daar ligt nog een grote opgave. Net als bij de stedelijke vernieuwing. Ik heb gesproken met buurtvrijwilligers die hun buurt langzaam hebben zien opkrabbelen, mede dankzij stedelijke vernieuwingsgelden. Zij verkeren nu in grote onzekerheid of die verbetering wel doorzet. Ze bereiden zich er op voor dat zij zelf een extra tandje zullen moeten bijzetten met hun vrijwilligerswerk. Dat dwingt respect af en tegelijkertijd ligt ook daar een belangrijke opgave voor ons. Onder leiding van wethouders Van Poelgeest en Ossel zal het college selecteren uit de plannen die voorliggen met de inzet om over twintig jaar te kunnen zeggen: “Het waren moeilijke jaren, maar geen verloren jaren”.

Onderwijs. Ik heb begrepen dat het aandeel hogere schooladviezen licht stijgt, dat is mooi. De kwaliteitsaanpak lijkt vruchten af te werpen. In 2007 kreeg 29% van de niet-westerse allochtonen het laagste schooladvies, in 2010 is dat 25%. Ik heb kunnen vaststellen bij de – overigens onvoorstelbare hoeveelheid - studenten die ik mocht toespreken aan het begin van hun universitaire carrière dat het aantal studenten van niet-westerse afkomst is toegenomen. De cijfers bevestigen dat. 35% gaat naar het hbo en en 16% naar het wetenschappelijk onderwjis.  Deze lijn moeten we vasthouden, want de verschillen in schooladviezen tussen allochtone en autochtone leerlingen zijn nog steeds te groot. Die verschillen beginnen, zoals bekend, al vroeg. Ik sprak vorige week de leidster van een nieuwe peuterspeelzaal in Amsterdam Zuid waar zeven van de acht kindjes thuis geen Nederlands spreekt. Dat is – om maar eens een understatement te gebruiken -een uitdaging voor zo’n leidster.

Veiligheid. De afgelopen jaren is de criminaliteit gedaald zowel in aantallen als in de beleving van Amsterdammers. Maar die daling vindt de niet over de hele linie plaats. Het aantal meldingen van overlast is toegenomen en het aantal geweldsincidenten ook. Dat wij geweld afkeuren en hard aanpakken is evident. Geweld met een discriminatoir karakter vind ik zo mogelijk nog verwerpelijker. Het hoogste goed in deze stad is dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Wie daar niet aan meewerkt komt ons tegen. En met ‘ons’  bedoel ik uiteraard de gemeente, politie en het OM, maar feitelijk alle Amsterdammers die pal staan voor het recht om jezelf te zijn. Ik heb vooral bij de homobeweging maar ook bijvoorbeeld bij Marokkaanse en Joodse organisaties een sterke wil gezien om dit geweld een halt toe te roepen.

Ten slotte nog dit. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd van veerkracht en creativiteit van deze stad, voorbeelden die grote indruk op mij maakten. Maar ik constateer ook dat we deze stad nog veel verder kunnen brengen. Dat zijn de kansen waar ik over sprak. Met méér focus –in plaats van stapelen- en méér aandacht voor de uitvoering – dan beleid maken-. Dat vraagt niet zozeer om investeren in centen, maar om efficiëntie en vindingrijkheid. Daar zijn hervormingen voor nodig, daar zal de wethouder straks nog iets over zeggen. Maar dat vraagt ook, simpelweg, om samenwerken. Ik heb gezien hoe bij de evenementen die de afgelopen zomer plaatsvonden alle betrokkenen boven zichzelf uitstegen; er zijn geweldige resultaten geboekt door samenwerking. Die vanzelfsprekende bereidheid tot samenwerken voor een hoger doel, die ik deze zomer vaak heb gezien, moeten we vasthouden. Dat is overal van toepassing. In de jeugdzorg, bij de aanpak van armoede. Denk ook aan de ketenaanpak (politie, gemeente, OM: bij huiselijk geweld, jeugdcriminaliteit en mensenhandel bijvoorbeeld. Of de intentie om de samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en lokale overheden te verbeteren (economic development Board) om deze regio in economisch sterker en innovatiever te maken, of de samenwerking met woningcorporaties om de woningbouwproductie in goede banen te leiden. Samenwerking is cruciaal. Want juist in een tijd dat iedereen minder te besteden heeft kan die samenwerking het verschil maken tussen succes en falen.

Burgemeester van der Laan speech Staat van de stad, foto E

Fotograaf: Edwin van Eis. Download hier een groter formaat.