Heroprichting Schutterij van Amsterdam op 12 september 2010

Kruimelpad

 

Heroprichting Schutterij van Amsterdam op 12 september 2010

13 oktober 2010
 - 
Hanane Lechkar

Dames en heren,

Vandaag mag ik u feliciteren met de heroprichting van de Schutterrij van Amsterdam. ,.

Met uw heroprichting wordt, na een onderbreking van 103 jaren, een oude traditie opnieuw opgepakt. In de 16e eeuw al organiseerden vrijwilligers zich in schutterscompagnieën om in tijden van oorlog of oproer in actie te komen. Vanaf het eind van de 16e eeuw had elke stadswijk in Amsterdam zo’n compagnie, belast met de verdediging van de stad. De bekendste schutters zijn die welke zich hebben laten vereeuwigen door hun wijkgenoot Rembrandt op het schilderij de Nachtwacht in het Rijksmuseum. Daar staan ze in hun mooiste kostuums.

In Het land van Rembrand, zijn studie over de Noordnederlandsche beschaving in de zeventiende eeuw die hij publiceerde in 1884, schrijft Conrad Busken Huet het volgende over over de schutters:

“(…) onder die zijden sjerpen en die fluweelen of lakensche wambuizen klopt het hooge hart eener republikeinsche aristokratie van gisteren. “

Want, schrijft Busken Huet,

“Aan de noordnederlandsche schutterijen waren uit de eerste jaren van den vrijheidsoorlog de eervolste herinneringen verbonden. De leidsche van 1574 had aan de algemeene zaak onvergetelijke diensten bewezen; de haarlemsche, de alkmaarsche, niet minder. (…) Nog in 1672 pleegde het schutterdom in Nederland een wapenfeit dat de beste legerafdeeling tot eer verstrekt zou hebben. Honderdzesentachtig schutters in het zeeuwsch-vlaamsch Aardenburg, gesteund door naauwlijks veertig soldaten, wederstonden in dat jaar den aanval van een fransch korps van 6000 man en maakten ten slotte, nadat uit Cadzand en uit Sluis een paar honderd militairen te hulp gesneld waren, 620 krijgsgevangenen.”

Tot zover Busken Huet.

Dames en heren,

Het is een goede zaak dat Amsterdam vanaf nu weer over een eigen schutterij beschikt die zich niet alleen kan meten met de andere schutterijen op het vlak van het vendelen, marcheren, defileren en kruisboogschieten, maar die te gelegener tijd heel veel aan de stad Amsterdam te bieden heeft: een inzetbaar pronkstuk van vrijwilligers met in hun vaaldel het devies: Vriendschap, dienstbaarheid en trouw. Dat is een prachtige aanwinst voor de stad. En als burgemeester ben ik er trots op dat ik de heroprichting officieel mag inluiden.

Ik eindig met het lofdicht, geschreven ter gelegenheid van de Inwijding van het Stadthuis op de Dam in 1655, waarbij de Amsterdamsche schutterij aantrad en exerceerde::

Hier waeckt de burgery. Hier oefent zy haer vaen,

De wapens, en 't geweer, zoo trots in harrenassen

Gegespt, en uitgerust, als ofze waer gewassen

In 't yzer, uit de wiege, en van haer moeders mam.

 

Ik wens de Amsterdamse Schutterij alle succes toe.