Speech bij opening Casa 400, 30 september 2010

Kruimelpad

 

Speech bij opening Casa 400, 30 september 2010

13 oktober 2010
 - 
Hanane Lechkar

Dames en heren,

Laat mij beginnen met een gedicht. De titel luidt “Werkster”.

Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.


Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

Dit – mijns inziens fraaie - gedicht is van Gerrit Achterberg. Hij was een zonderlinge man met niet geringe psychische problemen. Hij is niet alleen door zijn gedichten beroemd geworden, maar tragischer wijze ook door een moord. Hij woonde in Utrecht op kamers en kreeg een relatie met zijn hospita Roel van Es. Na problemen in de relationele sfeer schoot hij op 15 december 1937 zijn 40-jarige hospita dood.

 

Dames en heren,

De neonletters van Casa 400 staan op mijn netvlies geëtst. Ik heb ze menigmaal gezien vanaf de Gooiseweg komende vanaf Diemen. Ik vond het altijd een fascinerend concept dat studenten in de zomermaanden hun kamers ontruimen voor toeristen. De initiatiefnemers Gabbe Scheltema, Nol van Zuilen, Frits Bolkestein en Ruud Klokgieters hebben er veel eer mee ingelegd dit Scandinavische model begin jaren zestig in Amsterdam te introduceren. Het duurde even voordat iedereen aan het concept gewend raakte. Studenten protesteerden tegen het jaarlijks gedwongen vertrek, tegen de scheiding tussen mannen en vrouwen, tegen de rigoureuze bestrijding van kakkerlakken, tegen de onverwachte kamercontroles en tegen huurverhogingen. In 1980 leidde een besluit tot huurverhoging zelfs tot een bezetting van CASA 400. Maar langzaamaan groeide het besef van een uniek concept en gingen studenten ook in het hotel werken, werden er feesten georganiseerd, werd de Casa Croeg opgericht en ontstonden er praatgroepen en vriendschappen voor het leven.

Het Casa-concept is nog springlevend, getuige het verrijzen van dit prachtige gebouw van Over Zaaier Architecten, dat ontwikkeld is door Bouwinvest. Bouwinvest heeft zich bij de totstandkoming laten bijstaan door Piet Kranenberg. Onvermoeibaar heeft Kranenberg voor de komst van dit gebouw geijverd. Ik wil hier zijn naam – hij is twee jaar geleden overleden – met ere noemen, en evenzeer met ere de naam van zijn vrouw Alicita die twee weken geleden is overleden en die bij leven haar man in staat stelde zoveel voor Amsterdam te doen.

 

Dames en heren,

Het belang van Casa 400 kan ik bijna niet genoeg benadrukken. Hotelcapaciteit vormt voor Amsterdam namelijk een basisvoorwaarde om toeristen en congresgangers te herbergen. Bovendien dragen hotels direct en indirect bij aan de werkgelegenheid en hebben zij een positieve invloed op de economie en op de buurt, in dit geval op het gebied Eenhoorn dat er congres- en vergaderfaciliteiten bij krijgt.

Daarnaast vormt de huisvesting van studenten een voor de stad belangrijk punt. Met 150 permanente hotelkamers en 370 kamers extra in de zomermaanden draagt uw initiatief bij aan de leniging van de kamernood van studenten en aan de zo nodige nieuwe hotelcapaciteit. Er worden hier twee vliegen in een klap geslagen en daar ben ik als burgemeester zeer verheugd over.

Sinds Gerrit Achterberg zijn de tijden veranderd. In Casa 400 treft men tevergeefs een hospita aan. Dat is voor de burgemeester van Amsterdam – verantwoordelijk voor de veiligheid – wel een geruststellende gedachte.

 

Dames en heren,

Van harte gefeliciteerd met dit prachtige multifunctionele gebouw, het vormt een parel aan de Eenhoorn. Laten wij snel overgaan tot het verrichten van de openingshandeling.