Toespraak 25 februari 2011 herdenking Februaristaking

28 februari 2011
-
Hanane Lechkar

Toespraak van burgemeester Van der Laan bij de herdenking van de Februaristaking, 25 februari 2011

Staakt!, staakt!, staakt! Dat was de hartenkreet op de gestencilde pamfletten die eind februari 1941 in Amsterdam werden verspreid.

Dames en heren,

Het is dit jaar 70 jaar geleden dat de Februaristaking werd uitgeroepen. Zeventig jaar, een mensenleven lang. De aanleiding voor de Februaristaking vormden twee razzia's, op 22 en 23 februari 1941. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter werden 425 Joodse mannen tussen 20 en 35 jaar opgepakt en - naar later bleek - naar het concentratiekamp Mauthausen afgevoerd. Slechts twee van hen overleefden de oorlog. De razzia's waren een represaille voor de gebeurtenissen in ijssalon Koco die gedreven werd door joodse vluchtelingen uit Duitsland. Samen met enkele klanten vochten de eigenaren tegen binnengevallen agenten van de Grüne Polizei.

Op 24 februari kwamen CPN-leden bijeen op de Noordermarkt om een proteststaking te organiseren. Drijvende krachten waren Willem Kraan, arbeider bij de afdeling bestratingen van Publieke Werken en Piet Nak, arbeider bij de stadsreiniging. Pamfletten werden gemaakt en de volgende ochtend verspreid. Op de pamfletten was onder andere te lezen: Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolging! En met de hand ertussen geschreven het driewerf: Staakt! Staakt! Staakt!

Inderdaad legden vele Amsterdammers het werk neer, uit solidariteit met hun Joodse stadgenoten. De Februaristaking was een feit. Het is de enige algemene politieke staking geweest in Europa tegen de anti-joodse maatregelen van de nazi's in bezet gebied. Geert Mak schrijft in zijn ‘Kleine geschiedenis van Amsterdam' dat er op die dag in Amsterdam, voor de eerste maal, eenheid in het verzet heerste. Ik citeer: "[...]met de staking was een norm gesteld: een fatsoenlijke Amsterdammer sprong voor verdrukten in de bres, en die verdrukten waren op dit moment de joden. En die wisten, al was het maar voor even, dat ze niet in de steek gelaten werden".

Dat is dus ook de grote tragiek van Amsterdam. Vele joden zijn weggevoerd, omdat het, onder het juk van de dwingelandij, meestal inderdaad maar bij dat ‘voor even' is gebleven.

Dames en heren,

De eerste herdenking van de Februaristaking in 1946 bracht 50.000 mensen op de been. Onder hen bevond zich Koningin Wilhelmina. Gezeten in haar hofauto, die in de menigte was opgesteld, woonde zij een groot deel van de herdenking bij. In zijn toespraak maakte waarnemend burgemeester Feike de Boer bekend dat de koningin naar aanleiding van de Februaristaking had besloten het devies ‘Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig' aan het wapen van Amsterdam toe te voegen.

Gedurende de Koude oorlog in de jaren vijftig herdachten het gemeentebestuur en het Comité bestaande uit communisten de Februaristaking geschéiden. Van gemeentezijde werd de staking voorgesteld als een spontane verzetsdaad. Het Comité vond het nodig om het initiatief van de staking geheel te leggen bij de landelijke partijleiding.

Wie iets wil begrijpen van het kwaad van de Koude Oorlog hoeft eigenlijk alleen dit ene feit te kennen: de communisten waren niet welkom op de officiële herdenking van de staking die zij voor een groot deel zelf waren begonnen.

Het waren de communist Verheij en de sociaal-democraat Van Thijn - beiden fractievoorzitter in de gemeenteraad - die halverwege de jaren zestig ijverden voor één gezamenlijke herdenking, met succes. Zij stapten over verschillen heen om het hogere belang van een gezamenlijk herdenking te dienen. Toen werd ook besloten dat het een stille herdenking zou zijn zonder toespraken, een traditie die tot tien jaar geleden in ere is gehouden. Het doorbreken van die traditie stelt mij in de gelegenheid stil te staan bij het belang van deze grote daad van verzet.

Dames en heren,

Sinds 1952 staat hier de Dokwerker van Mari Andriessen, het beeld dat symbool staat voor het individu tegen een onderdrukkend, totalitair regime. De zware gestalte straalt kracht en verzet uit, maar tevens machteloosheid. Hij staat letterlijk met grote, sterke, maar lege handen. Toch overheerst de uitdrukking van onverzettelijkheid.[1]

Het is een beeld met grote zeggingskracht dat bijdraagt aan het in herinnering houden van die daad van solidariteit van de Amsterdamse bevolking om voor de vervolgde joden in de bres te springen. Het doet ons ook denken aan de grote moed die de stakers aan de dag legden en aan de harde reactie van de Duitsers. Honderden arrestaties volgden. Op 13 maart werden drie opgepakte stakers gefusilleerd, tezamen met de vijftien leden van de Geuzenverzetsgroep, die al eerder waren gearresteerd - zij zijn de achttien doden uit Jan Camperts beroemde gedicht. Later volgden nog meer arrestaties en executies.

De Februaristaking vormde een daad van ongehoorde opstandigheid en grote moed. Wanneer wij op onze beurt niet bereid zijn in onze dagen op te komen voor de gerechtigheid op te komen waar die in de verdrukking zit, dan kunnen wij hier net zo goed níet staan. Wij dienen daarbij wel te beseffen dat onze inzet voor de gerechtigheid, in dit vrije land en beschut door onze rechtstaat, wel even iets anders is - en bijkans gratis is - vergeleken bij de moed en de opofferingsgezindheid van de stakers van toen. Wij herdenken hen vandaag en laten ons inspireren door hun heldhaftigheid, vastberadenheid en barmhartigheid.


[1] Ontleend aan een artikel van Joost de Jong, Ons Amsterdam, februari 2011, p 79

-----