Toespraak 7 november afscheid oud-wethouder Asscher bij de raad

7 november 2012
-
Hanane Lechkar

Toespraak Burgemeester Van der Laan bij afscheid oud-wethouder Lodewijk Asscher in de gemeenteraad, Stadhuis, 7 november 2012

(GESPROKEN WOORD GELDT)

Excellentie,

Beste Lodewijk,

Van harte gefeliciteerd met jouw benoeming tot vice-premier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte II. Het stemt ons trots dat een Amsterdamse wethouder voor die eervolle functie in aanmerking is gekomen. Daarom neem je vandaag afscheid van de gemeenteraad. Hier was je vanaf 2002 actief als raadslid, fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid, wethouder en in 2010 enkele maanden waarnemend Burgemeester. Je was de onbetwiste leider van de Partij van de Arbeid in de stad en in die hoedanigheid vervulde je ook in het College een belangrijke rol. Je laat een leegte achter die moeilijk te vullen zal zijn.

Je hebt vele wapenfeiten op je naam staan en ik ga ze hier niet allemaal opsommen. Ik licht er een aantal uit die kenmerkend voor jou zijn. Ik begin met jouw wethouderschap in 2006, met de portefeuilles Economie, Schiphol en Financiën.

Op je eerste dag als wethouder deelde je de toenmalige minister van Financiën mee dat Amsterdam niet akkoord ging met de privatisering van Schiphol. Als jonge wethouder van begin dertig ondervond je grote druk van de landelijke politiek en het bedrijfsleven. Maar je bleef eerlijk en beschaafd, en vroeg aandacht voor de gevolgen voor onder andere de werkgelegenheid waarbij ook duidelijk was dat je oog had voor het bedrijfsleven. Je lanceerde het begrip Amsterdam Topstad en droeg bijvoorbeeld zorg voor de komst van het succesvolle Expat Center. En je streefde ernaar de ontwikkeling van het bedrijfsleven ook ten goede te laten komen aan laaggeschoolde werknemers in de stad.

Je bewogenheid beperkte zich niet tot economie en werkgelegenheid. Je had de moed om met andere ogen naar de stad te kijken en op misstanden te wijzen die wij misschien normaal waren gaan vinden. Je weigerde om weg te kijken en zorgde dat de rest van de stad ook het onrecht onder ogen kreeg. Je hebt een hekel aan onverschilligheid, dat bleek onlangs nog uit jouw Preek van de Leek.

Raadslid Karina Schaapman had in 2004 al met je gesproken over misstanden in de prostitutie. Project 1012 ging in de zomer van 2007 van start om die misstanden en andere criminaliteit terug te dringen. In samenwerking met de gemeenteraad krijgt het gebied nu een economische stimulans, 86 aangekochte ramen hebben inmiddels een nieuwe functie gekregen.

Je was in maart 2008 wethouder Jeugd geworden en had de moed om Operatie Frankenstein te beginnen. Je wilde weten hoe het systeem van jeugdhulpverlening nu precies werkte, of niet werkte. Het was een van de lastige vragen die je durfde te stellen. Onderwijs kwam in diezelfde maand ook in je takenpakket. Als wethouder ging je slechts over huisvesting, de kwaliteit van het onderwijs was een taak van de minister. Maar je wilde je niet neerleggen bij slecht onderwijs. Je kwam met een eigen programma, de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. Ook formuleerde je Asscher-normen, strengere eisen dan die de Onderwijsinspectie hanteerde. Mede door jouw kwaliteitsaanpak nam het aantal zwakke of zeer zwakke basisscholen af van 46 in 2009 tot 10 in de afgelopen maand.

Jouw doortastendheid werd je niet altijd in dank afgenomen. Je vroeg sceptici vervolgens of ze hun eigen kinderen dan naar een slechte school zouden sturen. Dat was een kracht van je: je wist bestuurlijke dossiers een gezicht van een Amsterdammer te geven. De discussie over de Wallen als Amsterdams erfgoed wist je om te buigen naar de vraag of je de uitbuiting van een vrouw kunt negeren. Grenzen van gemeentelijke bevoegdheden vond je minder interessant dan het recht van elk kind op het beste onderwijs. Je sprak niet alleen over integratie, je verbeeldde die aan de hand van je eigen stagiairs op het stadhuis. Zoals Sarah van een school uit Nieuw-West, die nog nooit het Waterlooplein had gezien en het leukste aan haar stage had gevonden dat ze ‘er helemaal bij hoorde'. Je plaatste een onderwerp op de agenda, met een gezicht, waarmee je een blik van herkenning wilde creëren bij andere Amsterdammers. Dat alles deed je in een hele goede relatie met de raad.

Beste Lodewijk,

In je boek ‘De ontsluierde stad' schrijf je over de bedoeling van politiek. Ik citeer: ‘De bedoeling is dat mensen het gevoel hebben dat ze zelf die politicus hadden kunnen zijn. Sterker nog: ik hoop altijd dat mensen denken: hé, dat wil ik ook een tijdje doen.' Het zal mij niet verbazen als je vele Amsterdammers die inspiratie hebt gegeven, door je grote betrokkenheid bij al die mensen die je dagelijks tegenkwam. Ik hoop dat zij die ook actief worden in de politiek net zo open, net zo fijnzinnig en net zo vastbesloten zijn als jij bent. Dat zijn drie nieuwe Asscher-normen die je hebt gesteld, waaraan politici in de toekomst hopelijk zullen voldoen.

Wij danken je voor al je werk. Het ga je goed.

-----