Toespraak bij de uitreiking van de Gouden Medaille van de stad aan Joop van den Ende, 22 november 2010

Kruimelpad

 

Toespraak bij de uitreiking van de Gouden Medaille van de stad aan Joop van den Ende, 22 november 2010

23 november 2010
 - 
Hanane Lechkar

Toespraak van burgemeester Van der Laan bij de uitreiking van de Gouden Medaille van de stad aan Joop van den Ende, 22 november 2010

 

“Dit theater zal er over honderd jaar nog staan. Een mooie gedachte.” Deze uitspraak van Joop van den Ende siert deze week een persoonlijk en ook daarom zo lezenswaardig interview dat hij en zijn vrouw Janine aan het blad Libelle gaven. Zij worden daarin mijns inziens ten voeten uit geportretteerd, voor zover ik recht van spreken heb, want ik heb Joop voor het eerst in 2003 ontmoet en Janine pas enkele maanden geleden.

Dames en heren,

Hartelijk welkom in de ambtswoning op deze feestelijke avond waarop het gemeentebestuur Joop en Janine van den Ende eert voor de totstandkoming van hun DeLaMar Theater. Deze ambtswoning is aan de gemeente geschonken in 1926 door president-directeur Van Aalst van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Welbeschouwd stond deze Van Aalst met zijn genereuze geste in een Amsterdamse traditie van ondernemers die door hun particuliere initiatieven Amsterdam cultureel of anderszins hebben opgestoten in de vaart der volken. Vooral in de laat negentiende eeuw en in de twintigste eeuw heeft ons culturele leven enorme impulsen gekregen door het toedoen van een grote groep ondernemende stadgenoten. Zij waren met hun initiatieven en dadendrang verantwoordelijk voor de totstandkoming van belangrijke kunstgebouwen – als het Concertgebouw en het Stedelijk Museum -, toonaangevende kunstcollecties, circustheaters, theatergezelschappen en orkesten. Deze particulieren ontwikkelden ideeën, brachten geld bijeen en bestuurden kunstinstellingen. Prominente namen uit die tijd zijn Samuel Sarphati (met bijvoorbeeld het Paleis voor Volksvlijt), Oscar Carré, Abraham Tuschinsky, en de familie Heineken die al drie generaties lang de stoelen voor het Concertgebouw schenkt.

Dames en heren,

Na de Tweede Wereldoorlog nam de overheid via subsidies grote zorg voor cultuur op zich. Kunst en cultuur zijn belangrijk voor onze nationale identiteit, voor ons aanzien in de wereld en indirect ook voor onze economie. Maar het onderhouden van ons nationale erfgoed is niet alleen de taak van de overheid. De maatschappelijke verankering van cultuur is belangrijk. Cultuur is immers van iedereen. Voor een bloeiend en veelzijdig cultureel klimaat is bemoeienis van de private sector een voorwaarde. De financiering van cultuur stoelt op drie poten: publiek dat kaartjes koopt, bedrijfsleven/particulieren en overheid. Ik laat enkel omwille van onze feestvreugde de vraag liggen of een bezuiniging van 200 miljoen euro en het verhogen van de BTW naar 19% de balans niet te zeer verstoren.

Kunst en cultuur geven ons schoonheid, houvast en hoop. Zoals u het met het Prins Clausfonds eens zal zijn, vormt ‘cultuur een van de basisbehoeften van de mens. Cultuur bepaalt wie en waar je bent, geeft respect en identiteit aan individu en maatschappij, cultuur schenkt schoonheid, maakt onderwerpen bespreekbaar die anders verborgen blijven en kan een vrijplaats bieden in situaties die begrensd zijn door oorlog, politieke of religieuze regels.’

Waarde mijnheer Van den Ende, beste Joop,

Als geen ander heb jij in Nederland bijgedragen aan de professionalisering en aan de veelzijdigheid binnen de culturele sector. Met jouw Joop van den Ende Theaterproducties, Endemol Nederland, Stage Holding en de VandenEnde Foundation, heb je grote invloed gehad op het culturele landschap van Nederland. Door je nuchtere zakelijke aanpak, maar ook door de wijze waarop je persoonlijk in elkaar zit: je wil mèt mensen vóór mensen werken en je wilt wat geven aan de gemeenschap. Jij belichaamt een type ondernemerschap waarin creëren centraal staat, gedreven als je bent om de juiste omstandigheden te scheppen waarin talent kan gedijen. Als cultureel entrepreneur sla je daarbij de brug tussen de commerciële en de culturele wereld. Een culturele wereld die daar niet altijd voor openstond, hetgeen je moet hebben bezeerd. Maar gelukkig ligt dat achter ons en is de waardering voor jou niet alleen heel groot maar ook heel algemeen. Het heeft je trouwens nooit belet om rechtstreeks de weg te vinden naar de harten van een miljoenenpubliek. Met als handelsmerk een zorgzame en zorgvuldige benadering van medewerkers en artiesten, en het streven naar perfectie in de uitvoering. Die benadering komt ook duidelijk tot uitdrukking in de wijze waarop je de bouw van het nieuwe theater hebt begeleid; tal van bouwvakkers kende jij bij naam en bij het afleveren van vakwerk was je gul met complimenten. Al die mensen die aan de bouw hebben meegeholpen, heb je met hun partners uitgenodigd voor een voorstelling.

Geen detail werd aan het toeval overgelaten en de hele inrichting is er op gericht om de bezoekers een onbezorgd avondje uit te bezorgen. De bezoeker stapt van de straat een droompaleis binnen en die entourage brengt je helemaal in de stemming voor de voorstelling. Het gebouw is prachtig geworden.

De komst van jouw theater vormt een duw in de rug van het Leidseplein - hèt Theaterplein van ons land - en het vormt een aansporing voor het stadsbestuur om het plein aan te pakken. Het theater is vooral een groot cadeau aan je geboortestad. Je weet je verbonden met Amsterdam. Je begon hier je zakelijke activiteiten, met een feestwinkel die zou uitgroeien tot een internationaal entertainment imperium. In de stad steunde je al lang tal van activiteiten, waaronder het Holland Festival en de Uitmarkt. Jij gaf een beslissende start aan de fondsenwerving voor de verbouwing van het Stedelijk Museum. Onze stad heeft zeer veel aan je te danken.

Beste Joop,

Jij bent uniek. Je bouwt een theater met eigen middelen, je neemt de exploitatie voor eigen rekening en over de programmering hoeven we ons al helemaal geen zorgen te maken. Een schoolvoorbeeld van een succesvol cultureel ondernemer. Hopelijk krijgt jouw voorbeeld navolging, in de beste traditie van de stad, welke jij weer nieuw leven hebt ingeblazen. Ooit hebben de Van Eeghens het Vondelpark aan de stad geschonken en daarbij in alle bescheidenheid niet hun naam aan het park verbonden; het werd niet het Van Eeghenpark, maar het Willemspark en later het Vondelpark. En met diezelfde bescheidenheid hebben jij en Janine er de voorkeur aan gegeven om het Nieuwste DeLaMar theater niet jouw naam te geven, maar om het de aloude naam te laten behouden. Maar wij zullen er geen avond doorbrengen, noch er langsfietsen, zonder ons te realiseren dat wij dat schitterende kunsthuis aan jou te danken hebben. Weet bovendien: Amsterdammers maken graag zelf uit hoe zij een gebouw noemen: het stadhuis annex Muziektheater werden al snel in de volksmond Stopera en het ING-house aan de Zuidas staat beter bekend als de kruimeldief of de schoen. Het laat zich wel raden hoe dit theater zal worden genoemd.

Waarde mijnheer Van den Ende, (ik word wat formeler)

Het is mij een eer en een genoegen u mede te delen dat het gemeentebestuur - als blijk van zijn grote dank voor de komst van het DeLaMar Theater en voor uw jarenlange inzet voor het culturele leven in de hoofdstad – heeft besloten u te onderscheiden met een medaille.

Zoals elke medaille kent ook deze medaille een keerzijde. Hier in uiterst positieve zin, want bij het toekennen van deze medaille denken wij ook aan uw wederhelft. Ik wil dan ook de belangrijke rol belichten die uw echtgenote heeft vervuld en ik richt nu graag het woord tot mevrouw Van den Ende.

Beste Janine,

Jij bent veel méér dan “De vrouw achter de man”. Jij hebt bij de bouw van het Theater een eigen inbreng gehad en je beschikte bij de inrichting en vormgeving ervan over een beslissende stem. Je hebt ervoor geijverd – en je bent daarin geslaagd! - om van het Theater een echt kunsthuis te maken, door een bijzondere foto-collectie samen te stellen. Graag betuig ik namens het gemeentebestuur je daarvoor onze grote erkentelijkheid.

Waarde mijnheer Van den Ende, (ik word nog formeler)

Het is mij een eer en een genoegen u te berichten dat het gemeentebestuur - als blijk van zijn grote dank voor het DeLaMar Theater en voor uw jarenlange inzet voor het culturele leven in Amsterdam – heeft besloten – en u bevindt zich daarmee vanaf vanavond in goed gezelschap, van bijvoorbeeld generaal Dwight Eisenhower, Winston Churchill, Bernard Haitink, Nelson Mandela, en de hier aanwezige Martijn Sanders en Ernst Veen -, dat het gemeentebestuur heeft besloten u te onderscheiden – onder het motto: Mecenas van Mokum - met de Gouden Medaille van de stad.