In het kort
Wethouder van Es sprak op 10 november tijdens het LES congres over het belang van het spreken van de Nederlandse taal als weg naar werk en participatie in de samenleving.
Toespraak van wethouder Andrée van Es op het congres ter gelegenheid van 30 jaar LES, zaterdag 10 november 2012.
GESPROKEN TEKST GELDT.
Beste aanwezigen
Goed dat u er bent. Ik vind het van enorme betrokkenheid getuigen dat u hier op uw vrije zaterdagochtend naar toe bent gekomen. En ik ben blij dat u, net als ik, taalontwikkeling bij volwassenen zo belangrijk vindt.
Dames en heren, tussen de 70.000 en 100.000 Amsterdammers hebben een taalachterstand. Zij beheersen de Nederlandse taal onvoldoende om aan het werk te kunnen; om mee te draaien in de samenleving.
Ik wil dat alle Amsterdammers meedoen in de stad. Ik vind het belangrijk dat je werkt, dat je zelfredzaam bent en je eigen brood verdient. Maar ook dat je met de onderwijzer van je kinderen kunt praten, dat je je dokter begrijpt, dat je betrokken bent in je buurt. Daarom geeft het College van B&W hoge prioriteit aan het leren van de Nederlandse taal. Dat doen wij overigens al vele jaren en daar zullen wij nog jaren mee doorgaan.
De Wet inburgering wijzigt per 1 januari aanstaande. De gemeentelijke taak in de inburgering verdwijnt, maar de opgave voor de Nederlandse taal blijft. Deze week heeft het College van B&W het plan "Educatie Werkt!" aan de gemeenteraad aangeboden. Dit plan gaat over de volwasseneneducatie na de inburgering. Per jaar zullen taalactiviteiten voor minstens 10.000 Amsterdammers georganiseerd, variërend van professioneel aanbod, tot taalcoaches en online zelfstudie.
Amsterdam stapt met Educatie Werkt! van een normatief onderwijskader over naar een basis taalvoorziening. We baseren ons aanbod op de taalbehoefte in de stad en de gewenste opbrengst. Dat betekent meer maatwerk. U kunt daarbij denken aan de ouders van jonge kinderen met onvoldoende beheersing van het Nederlands, Amsterdammers met afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook aan mensen met schuldproblematiek. Deze mensen kloppen eigenlijk met iets anders aan dan hun taalprobleem, maar wij signaleren dit wel. En we helpen ze dan meteen verder om voldoende taalvaardigheid te ontwikkelen. Zodat ze daarna zelf verder kunnen, zonder hulp.
Als ik meeloop met medewerkers van de Dienst Werk en inkomen, of gewoon goed luister naar die medewerkers, dan zie en hoor ik hoeveel Amsterdammers met een bijstandsuitkering het Nederlands onvoldoende machtig zijn. Of laaggeletterd zijn: wel goed Nederlands spreken, maar niet goed Nederlands schrijven en lezen. Eén ding weten we zeker: om aan het werk te komen, moeten zij wel Nederlands spreken, lezen en schrijven. Onze hoogontwikkelde arbeidsmarkt vraagt ook aan de onderkant mensen die de taal beheersen. Re-integratie naar werk kan naar mijn overtuiging dan ook niet meer zonder taallessen.
Dat kunnen wij allemaal zelf in de gemeente organiseren en dat doen we ook. Toch blijft landelijke politiek van grote invloed op wat we doen en wat we kunnen. Ik heb het vorige kabinet wel een ideologische scherpslijperij verweten. Bijvoorbeeld waar het ging om de integratiediscussie. Dat is nu gelukkig een stuk minder. De ambitie is, om mensen mee te laten doen. Maar toch... Waarom mogen nieuwkomers dan pas na zeven jaar in plaats van na vijf jaar stemmen voor de gemeenteraad? Juist het recht om te mogen meebeslissen, vergroot het verantwoordelijkheidsgevoel voor en betrokkenheid bij de stad. Uitstel van stemrecht betekent uitstel van actief burgerschap. Deze etalagepolitiek geeft een negatief signaal aan de nieuwkomers, wat mij betreft ten onrechte. Zij zijn welkom en nodig!
Mijn tweede punt van kritiek richt zich op het voornemen dat voldoende beheersing van de Nederlandse taal een voorwaarde wordt voor het verkrijgen (of het behoud) van een WWB uitkering.
Begrijp mij niet verkeerd, ik ben er juist voorstander van dat iedereen het Nederlands voldoende beheerst, maar ‘als je de taal niet spreekt, krijg je geen uitkering' is de omgekeerde volgorde. Wij zeggen liever: als de taal leert, krijg je gemakkelijker werk en kan je zelf je geld verdienen. dat is insluiten in plaats van uitsluiten.
Het regeerakkoord kent ook positieve kanten. Zo wil het nieuwe kabinet dat vluchtelingen wél een onderwijsaanbod voor hun inburgering krijgen. Ik juich dat toe. Zij komen vaak berooid hier aan, zonder enig netwerk of uitvalsbasis. Een, zoals dat heet, moeilijke doelgroep. Het is voor ons, Amsterdammers, een ereplicht om ook hen de kans te bieden hun bestaan hier op te bouwen. We hebben een traditie hoog te houden op dat gebied. Amsterdam heeft namelijk een traditie op het gebied van Nederlandse les aan nieuwkomers waar we trots op zijn.
Dat geldt zeker voor het Tijdschrift LES dat 30 jaar geleden is opgericht door medewerkers van de Amsterdamse Werkgroep Educatief Plan. Deze Werkgroep was in 1982 onderdeel van de gemeente.
Het taalonderwijs aan volwassenen heeft sindsdien een enorme vlucht genomen. Amsterdam heeft voor dit onderwijs grote budgetten ter beschikking gesteld. 10.000-en cursisten participeren dankzij dit onderwijs beter in de samenleving.
Het is indrukwekkend om te zien hoe het taalonderwijs aan volwassenen niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief, in die decennia is gegroeid. Ik juich ook de samenwerking toe met de academische wereld op dit punt. De gemeente heeft diverse vruchtbare lijnen met de UvA en de VU. LES is voor die ontwikkeling belangrijk geweest. Hulde!
Nogmaals, ik heb veel waardering voor uw inzet. Ik hoop dat u vandaag ideeën en inspiratie opdoet, waarmee u thuis, in Nederland en Vlaanderen, weer volop aan de slag kunt.
Ik vind dat ik nu genoeg heb gepraat. Ik ben benieuwd naar het juryrapport en de winnaars van de LEStrofee 2012.
Dank voor uw aandacht.