Speech bij Seminar selectiemechanismen, 11 oktober 2012

11 oktober 2012
-
Sara Gradstein

In het kort

Wethouder Van Es houdt een toespraak op het seminar van de politieacademie over Selectiemechanismen. Thema's als discriminatie, integratie en stereotypering komen aan de orde. De wethouder spreekt het poiltiekorps aan op de voorbeeldfunctie die het heeft en moedigt het aan om dit kwetsbare onderwerp van stereotyperen bespreekbaar te maken.


Speech van Andrée van Es, wethouder Burgerschap & Diversiteit van de gemeente Amsterdam, tijdens het seminar selectiemechanismen op 11 oktober 2012.

Gesproken tekst geldt.

Dames en heren,

Allereerst dank ik de politie Amsterdam-Amstelland voor de uitnodiging om hier namens het college van b&w iets te zeggen. Ik sta hier graag, omdat ik het moedig vind dat de politie een gevoelig onderzoek als dit heeft laten doen - in de wetenschap dat het commentaar niet gering zal zijn. Lof daarvoor.

Maar ik wil hier niet verhullen dat ik tijdens het lezen van het onderzoek mijn wenkbrauwen enkele keren heb gefronst bij de kwalificaties die kennelijk gebruikt worden door politiemensen om groepen Amsterdammers aan te duiden.

Natuurlijk. Ik denk dat iedereen begrijpt dat de aard van politiewerk inhoudt dat een agent op straat anders kijkt naar twee keurige oude dames in een saaie middenklasser dan naar drie opgeschoten jongens in een veel te grote bolide. Dat een agent onderscheid maakt in zijn optreden, hoort bij politiewerk. We moeten selecteren om de werkelijkheid hanteerbaar te maken. Maar dat je discrimineert, dus alle Marokkanen zijn zus, of alle Roemenen zijn zo, dat kan niet. Dan is de norm helder, dat doe je niet. En zeker niet als agent, want de politie handhaaft het gezag, zonder aanzien des persoons.

En omdat het handelen van individuele agenten voor burgers grote consequenties kan hebben, is de norm dat je niet discrimineert extra belangrijk. De lat ligt extra hoog en moet altijd hoog blijven liggen.

Want dit komt er nog eens bij: De politie heeft als primaire taak de wet te handhaven, dus ook de wet die discriminatie verbiedt. Voor de politie ligt ook daarom de lat extra hoog. We mogen juist van de politie verwachten dat zij uiterst zuiver is in haar benadering van burgers op straat: zonder vooroordeel dus.

Dames en heren, deze norm kan niet vaak genoeg worden herhaald. Maar ik begrijp ook goed dat het juist de bijzondere positie van de politie is en de dagelijkse confrontatie met burgers, iedere dag opnieuw, en niet altijd positief, die er voor zorgt dat het politieapparaat tegelijkertijd kwetsbaar is.

Waar komt stereotyperen eigenlijk vandaan?

Vooroordelen of negatieve houdingen ten opzichte van een bepaalde groep hangen, behalve met onwetendheid, nauw samen met groepsdenken[1]. Of beter, met de neiging van vrijwel iedereen om in groepen, in `wij' en `zij', te denken. Ieder mens wil graag positieve waardering voor zichzelf en de eigen groep. Wanneer in een andere groep iets negatiefs gebeurt - veroorzaakt door een lid van die groep- wordt dit bewust of onbewust toegeschreven als persoonlijkheidskenmerk aan alle leden van die groep. Maar wanneer er binnen de eigen groep door een lid iets negatiefs gebeurt is er vaak wel nuance en kunnen we het wel zien als een incident.

Is dit erg?

De mens denkt van nature in groepen, zo leert ons de sociale psychologie. Als overlevingsmechanisme om gevaar te herkennen. We benoemen groepen door algemene kenmerken te gebruiken waarmee de ene groep van de andere onderscheiden wordt.

Bij vooroordelen denken we in sjablonen en plakken we etiketten op rassen, standen, religie, wetenschappen en politieke stromingen.[2]Dit kan in de praktijk negatief uitpakken.

Bijvoorbeeld de rellen en agressie in Haren: een Marokkaans-Nederlandse vrouw twitterde: "Hebben jullie Nederlanders nou al afstand genomen van deze rellende vernielende jongeren van voornamelijk Nederlandse afkomst?".

Mijn antwoord zou `ja' zijn want er is stevig afstand genomen van de relschoppers en diegenen die ze via de sociale of traditionele media hebben opgeroepen naar dit `feest' te komen. Maar stel.

Stel dat het jongens van Marokkaanse komaf waren geweest die met honderden onuitgenodigd op een feestje waren afgekomen en de boel kort en klein hadden geslagen. Hadden we dan gesproken ook over een incident?

En de jongens enkel als relschoppende jongeren gezien of zou er dan gesproken zijn over Marokkaans straattuig?

Dames en heren, deze week heb ik mijn vervolgbrief over burgerschap naar buiten gebracht. Daarin maak ik de stand op van integratie in Amsterdam. Wat betekent integratie op dit moment?

Ik zie drie categorieën:

  • hardnekkige sociaal-economische en culturele vraagstukken;
  • excessen en;
  • dagelijkse zorgen en confrontaties

Op al deze domeinen is de politie actief. De politie heeft te maken met excessen, met dagelijkse zorgen van en confrontaties tussen mensen. En de politie heeft uiteindelijk ook te maken met de gevolgen van hardnekkige sociaal-economische vraagstukken.

Ik vind dat alle mensen in vrijheid hun leven moeten kunnen leiden zonder dreiging, geweld of angst. Helaas is er meer onvrijheid dan ons lief is. Denkt u bijvoorbeeld aan de verborgen vrouwen in Amsterdam. Nog altijd zijn veel vrouwen en ook sommige mannen niet in staat óf niet vrij om eigen keuzes te maken. Dat maakt hen kwetsbaar.

Slachtoffers van excessen hebben fysieke en juridische bescherming nodig, daarin speelt de politie een belangrijke rol. Maar het belangrijkst is om mensen in hun kracht te plaatsen, zodat zij voor zichzelf kunnen zorgen, hun eigen keuzes kunnen maken, de vrijheid van de Amsterdamse samenleving kunnen benutten. Maar als dat niet volstaat, dan moeten deze Amsterdammers terug kunnen vallen op u, het Amsterdamse korps.

Ook dan is het zo belangrijk dat bij dat korps geen sprake is van vooroordelen.

Ik rond af. We hebben allemaal te maken met het fenomeen stereotyperen, actief en passief. In het antidiscriminatiebeleid van de gemeente Amsterdam zetten we daarom zoveel mogelijk in op de bewustwording van vooroordelen, vaak al beginnend in een vroeg stadium, bij kinderen door middel van bewustwordingstrainingen op scholen. Maar bijvoorbeeld ook door met trainingen voor klantmanagers bij de dienst Werk en Inkomen ervoor te zorgen dat zij vroegtijdig negatieve stereotypering signaleren; zodat zij discriminatie in hun contacten met sollicitanten en met werkgevers bespreekbaar kunnen maken.

De strijd tegen negatieve stereotypen blijft een moeilijke evenwichtsoefening. Politiemannen en -vrouwen zijn mensen en geen machines. Ze werken ook op basis van gevoel, van intuïtie.

Maar ze hebben wel de plicht om, als wetshandhavers,een voorbeeldfunctie te vervullen. De lat -ik zei het al- ligt daarom erg hoog voor hen. En dus voor het gehele korps.

De politie heeft publieke verantwoordelijkheid jegens burgers, die ook wij als gemeente Amsterdam hebben. Wellicht kunnen wij hierin van elkaar leren. In ons beleid om actief burgerschap te bevorderen moedigt de gemeente burgers aan om (moeilijke) zaken bespreekbaar te maken en het debat aan te gaan over hoe wij samen vorm kunnen geven aan de door ons gewenste samenleving.

Daarom bedank ik de politie Amsterdam-Amstelland dat zij het initiatief heeft genomen dit brede fenomeen van stereotyperen bespreekbaar te maken, niet alleen binnen het korps, maar juist ook daarbuiten. Deze kwetsbare opstelling getuigt van veel moed. Ik hoop dat die moed in het publieke debat beloond wordt.

Ik dank u wel.


[1] ´The Group Self´, Naomi Ellemers, Science 336, 848, 18 mei 2012.

[2] http://www.cognitieve-evolutie.nl/index/de-sociale-contexten/sociale-psychologie

-----