In het kort
De gemeente Amsterdam heeft de hoofdlijnen gepresenteerd voor een nieuw bestuurlijk stelsel van de stad vanaf 2014. Het college van B&W stelt voor om zeven bestuurscommissies die bestaan uit maximaal 14 leden in te stellen. Amsterdam halveert hiermee ruimschoots het lokaal bestuur: van 203 deelraadsleden en 30 deelraadbestuurders naar bestuurscommissies met 98 leden. De directe aanleiding hiervoor is het wetsvoorstel van de Tweede Kamer om deelgemeenten af te schaffen.
Op deze pagina
Er komen zeven bestuurscommissies die bestaan uit maximaal 14 leden. Zij kiezen uit hun midden een dagelijks bestuur van drie leden. Amsterdam halveert hiermee ruimschoots het lokaal bestuur: van 203 deelraadsleden en 30 deelraadbestuurders naar bestuurscommissies met 98 leden. De bestuurscommissies worden benoemd door het college van B&W en de gemeenteraad samen, op basis van de uitslag van rechtstreekse verkiezingen. Bestuurscommissies zullen aanzienlijk minder bevoegdheden en taken hebben dan de huidige stadsdeelbesturen en -raden. Het nieuwe stelsel wil meer ruimte bieden voor burgerparticipatie en initiatieven uit de samenleving. Eén Amsterdam komt dichterbij: beleid wordt stedelijk bepaald en wordt gebiedsgericht door diensten en stadsdelen ingevuld. Alle Amsterdamse ambtenaren worden inzetbaar voor de hele stad.
Op 5 juli 2012 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Afschaffing deelgemeenten aangenomen. Als de Eerste Kamer het wetsvoorstel ook aanneemt, treedt de wet in werking in maart 2014. De voorstellen die nu worden gedaan, passen binnen het wetsvoorstel en tegelijkertijd grijpt het college dit moment aan om verdergaande stappen te zetten naar een robuuste en toekomstbestendige bestuurlijke inrichting van Amsterdam. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen maken vernieuwing van de rol van de overheid en haar organisatie noodzakelijk. Wat aan kracht en ervaring is opgebouwd in 32 jaar stadsdelen, wordt daarbij benut in een vorm die past bij de opgaven van deze tijd. Wethouder Andrée van Es (Bestuurlijk stelsel): "We wijzigen het stelsel omdat we meer eenheid willen in de stad. Eén Amsterdam is mijn credo. Maar wel een Amsterdam met oog voor de buurten en wijken. Een Amsterdam waarin de kracht van de stadsdelen blijft bestaan. Dus: we behouden de oren en ogen van het stadsbestuur, een goede toegankelijkheid van de bestuurders voor bewoners en bedrijven, en een kleinschalige en krachtige uitvoering van beleid."
Uitgangspunten
Het college heeft al enkele keren met de gemeenteraad gesproken over de uitgangspunten voor een nieuwe bestuurlijke inrichting en daarbij ook reacties van burgers, stadsdeelbestuurders en maatschappelijke organisaties betrokken. Op basis daarvan komt het college tot de volgende uitgangspunten voor een nieuw bestuurlijk stelsel:
De maatschappelijke opgave staat centraal.
Veel meer nog dan nu moeten Amsterdammers, ondernemers en bezoekers centraal staan in het handelen van de gemeente.
Eén Amsterdam met differentiatie in beleid en uitvoering.
De gemeente Amsterdam moet als één geheel opereren. Differentiatie en maatwerk zijn en blijven nodig maar verschillen tussen stadsdelen moeten wel uit te leggen zijn.
Democratische legitimatie op stedelijk en lokaal niveau.
Het college kiest voor direct gekozen lokaal bestuur met eigen (gedelegeerde) bevoegdheden en taken.
Toegankelijk en afrekenbaar bestuur.
Bestuurders moeten op de hoogte zijn van wat er lokaal speelt en ook toegankelijk en aanspreekbaar zijn.
Compacte ambtelijke organisatie die snel, flexibel, daadkrachtig en efficiënt handelt.
Ambtenaren van de gemeente Amsterdam werken voor de hele stad. In het nieuwe stelsel werken zowel diensten als stadsdeelorganisaties gebiedsgericht en is er meer ruimte voor burgerparticipatie en initiatieven uit de samenleving.
Hoofdlijnen
Het college komt tot de volgende hoofdlijnen voor een nieuw bestuurlijk stelsel:
- Zeven lokale, rechtstreeks gekozen bestuurscommissies. Het college acht lokaal bestuur en lokale democratie van belang om Amsterdam krachtig te kunnen besturen. Het kiest er daarbij voor om het aantal bestuurscommissies gelijk te houden aan het aantal huidige stadsdelen.
- Lokale bevoegdheden bestuurscommissies. Aan de bestuurscommissies worden zowel bevoegdheden van het college als van de raad gedelegeerd. Vanaf 2014 worden beleidskaders van alle beleidsdomeinen in de gemeenteraad vastgesteld. Het lokale bestuur richt zich vooral op de gebiedsgerichte invulling en uitvoering van taken met een lokale functie en een lokaal bereik. Het pakket van taken en bevoegdheden zal daardoor substantieel kleiner zijn dan in de huidige situatie. Dit werkt naar verwachting door in het budget van de bestuurscommissies.
- Omvang bestuurscommissie. Gezien dit takenpakket stelt het college voor het aantal leden van de bestuurscommissie te stellen op maximaal 14 leden. Zij kiezen uit hun midden een dagelijks bestuur van drie leden. Op dit moment zijn er 30 lokale bestuurders en 203 deelraadsleden. In het nieuwe bestuurlijk stelsel zijn er 98 leden van bestuurscommissies.
Het college wil deze hoofdlijnen verder uitwerken in samenhang met ontwikkelingen op het gebied van de gemeentelijke organisatie en financiën. Vorige week heeft de wethouder Financiën de begroting 2013 gepresenteerd met daarbij de voorstellen voor de gezamenlijke bezuinigingen van de centrale stad en de stadsdelen in het kader van één stad, één opgave. De gemeentesecretaris heeft de opdracht om voorstellen te doen om te komen tot één ambtelijke organisatie voor Amsterdam. De hoofdlijnen voor een nieuw bestuurlijk stelsel hangen nauw samen met zowel één stad, één opgave als de opdracht van de gemeentesecretaris.
In het definitieve besluit zal ook ingegaan worden op het tempo van invoeren van het nieuwe stelsel. Het is van belang dat de veranderingen zorgvuldig en in een zodanig tempo worden voorbereid dat het nieuwe bestuurlijk stelsel ‘startklaar' is bij de verkiezingen van maart 2014.
Pb-156
Voor meer informatie:
Robert Wichink, Bestuursvoorlichting