In het kort
Het persbericht gaat over de invulling van het kunstenplan 2013 - 2016. Amsterdam behoudt in het voorstel een breed aanbod van kunst en cultuur.
Wethouder Carolien Gehrels (Kunst en Cultuur) heeft vandaag het Kunstenplan 2013-2016 ‘De stad en de kunst' gepresenteerd. Hierin stelt het college aan de gemeenteraad voor welke Amsterdamse instellingen de komende jaren subsidie van de gemeente ontvangen. Volgens het Kunstenplan krijgen 141 Amsterdamse kunstinstellingen vanaf 2013 voor vier jaar subsidie, voor een gezamenlijk bedrag van jaarlijks € 82,6 miljoen. De gemeenteraad besluit hierover op 7 of 8 november 2012.
Amsterdam behoudt in het voorstel een breed aanbod van alle disciplines; van muziek tot dans en van de top tot jong talent. Verder zijn er veel nieuwe instellingen in het nieuwe Kunstenplan te vinden (48 van de 141) en worden de hervormingen om te komen tot goed cultuuronderwijs voor alle Amsterdamse kinderen de komende periode zichtbaar.
Wethouder Gehrels: ‘Amsterdam heeft de komende jaren veel te bieden. Voor Amsterdammers en bezoekers. We hebben ervoor gekozen om onze positie als internationale cultuurstad te versterken en meer Amsterdammers te laten profiteren van kunst en cultuur. We investeren veel geld in een groot aantal instellingen, maar er is wel minder geld beschikbaar in de stad dan in de huidige Kunstenplanperiode. Het is pijnlijk dat sommige instellingen behoorlijk moeten inkrimpen of mogelijk zelfs zullen verdwijnen.'
Keuzes Hoofdlijnen voor het Kunstenplan
Het gemeentebestuur heeft vorig jaar december de belangrijkste keuzes gemaakt bij het vaststellen van de Hoofdlijnen, voorafgaand aan het advies van de Kunstraad: veel blijven investeren in kunst en cultuur en de introductie van de Culturele Infrastructuur Amsterdam met functies en een vrije ruimte. Grote instellingen, zoals de Stadsschouwburg en het Muziekgebouw aan 't IJ, kregen een zekere plek in het Kunstenplan maar moesten gezamenlijk ook de € 6.5 miljoen die de gemeente bezuinigt ten opzicht van de huidige periode dragen. Daardoor bleef er voldoende budget voor verschillende functies waaronder vier verschillende buurtpodia, enkele productiehuizen en een jeugdtheatergezelschap, en een vrije ruimte voor een vernieuwend aanbod. Ook is er in de Hoofdlijnen nadrukkelijk gekozen voor goed cultuuronderwijs.
De Amsterdamse Kunstraad heeft op basis van de Culturele Infrastructuur in de Hoofdlijnennota alle 195 aanvragen van kunstinstellingen inhoudelijk beoordeeld en het gemeentebestuur geadviseerd 141 aanvragen te honoreren. Het college neemt dit advies nu vrijwel volledig over in haar Kunstenplan. De heldere keuzes hebben ook een keerzijde: enkele instellingen met een lange geschiedenis in Amsterdam krijgen geen of minder geld uit het Kunstenplan. Zo ontvangen 84 instellingen minder dan aangevraagd, 51 instellingen minder dan de huidige periode en 23 instellingen die nu in het Kunstenplan zitten niets meer.
Dit Kunstenplan is de voltooiing van een vernieuwde procedure waarmee het gemeentebestuur voor de exacte verdeling van het geld een sterkere visie ontwikkelt op de rol van kunst en cultuur in de stad. Voor het vaststellen van de Hoofdlijnen zijn ook de Verkenning door de Kunstraad, adviezen van twee Kunstschouwen en een vooruitblik van het College verschenen.
Goed cultuuronderwijs op alle Amsterdamse basisscholen
Het college zet de ambities van cultuureducatie voor alle Amsterdamse kinderen onverminderd voort. Dit jaar krijgen kinderen op 42 Amsterdamse basisscholen één uur per week muziekles, in de klas. Vanaf volgend schooljaar geldt dit voor alle Amsterdamse basisschoolkinderen. Het doel is dat in het schooljaar 2016-2017: iedere week drie uur cultuuronderwijs. Naast muziekles is er dan ook aandacht voor beeldende kunst, erfgoed en andere kunstvormen.
Wethouder Gehrels: ‘Amsterdam is een internationale cultuurstad met toonaangevende culturele instellingen. Door daarnaast te investeren in jonge kunstenaars, buurtpodia buiten de binnenstad en ervoor te zorgen dat álle Amsterdamse kinderen muziekles krijgen zorgen we ervoor dat meer Amsterdammers profiteren van het aanbod en kunst en cultuur zelf vernieuwend blijft. Maar ook dat Amsterdam over tien, twintig jaar nog de internationale cultuurstad is waar mensen graag wonen, komen of hun bedrijf hebben.'
Meer samenwerking en meer publiek
De bezuinigingen van zowel het Rijk als de gemeente versterken de noodzaak tot kostenbesparingen en meer inkomsten uit publiek en de markt. Het college is verheugd dat instellingen de afgelopen maanden veerkracht hebben getoond en meerdere instellingen gehoor hebben gegeven aan de oproep om samen te werken en een breder publiek aan te spreken. Hoewel er belangrijke stappen zijn gezet blijft het college de komende periode kritisch op het bereiken van een groter publiek, en spoort het instellingen aan kritisch te kijken naar de kostenstructuur van de organisatie. Ook wil het college dat alle Amsterdammers zich in het aanbod herkennen en zal het hier blijvend aandacht aan besteden.
Verzilveren van investeringen
De komende Kunstenplanperiode wordt van doorslaggevende betekenis voor Amsterdam; de stad maakt een schaalsprong. De afgelopen tijd is er door de gemeente, het Rijk en private partijen veel geïnvesteerd in nieuwe cultuurgebouwen en het nodige onderhoud aan de reeds bestaande gebouwen. Veel van deze instellingen hebben onlangs de deuren geopend of heropenen komend jaar. Met onder meer de nieuwe centrale bibliotheek (OBA), de vernieuwde Stadsschouwburg, het Eye Filminstituut, het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum, het Muziekgebouw aan 't IJ en De Appel beschikt Amsterdam nu over een stevig fundament voor de toekomst. De komende periode ligt de nadruk dan ook minder op het financieren van gebouwen en meer op de cultuurinstellingen en hun aanbod.
Pb-151