Allah op de Euro?
"God zij met ons". Het staat sinds 1816 op onze munt. En hoewel God al heel lang niet meer ‘met' een meerderheid van de bevolking is, staat de spreuk toch nog steeds op onze 2-euromunt. Vrij zijn op Hemelvaartsdag en met Pinksteren, terwijl weinigen kunnen uitleggen waar die dagen voor staan. Behalve dat het bij uitstek de dagen zijn om met het gezin naar de Efteling, de woningboulevard of Artis te gaan. Winkels die dicht zijn op zondag vanwege de zondagsrust. Terwijl het in Amsterdam juist op koopzondagen erg druk is in de winkelstraten. Maar denk ook aan de publieke omroepen die met belastinggeld dagelijks hun religieuze gedenkgoed mogen uitdragen. Zo maar wat voorbeelden van religieuze invloeden op ons dagelijks leven. De christelijke identiteit zit in de haarvaten van onze maatschappij. Daar kun je of je wilt of niet, niet omheen. Je wordt er dagelijks mee geconfronteerd. Het zijn de verborgen gebreken van de neutrale overheid.
Religie, de relatie tussen overheid en religie, religieuze uitingen. Het zijn ondanks de toenemende secularisering nog altijd gevoelige onderwerpen. Denk aan de recente commotie over de "weigerambtenaar" die vanwege een geloofsovertuiging weigeren een aan de overheid toevertrouwde taak uit te voeren. De discussie en uiteindelijk de rechtszaak over de medewerker die zichtbaar een christelijke kruisje droeg tijdens het werk voor het Gemeentelijk Vervoersbedrijf.
Scheiding kerk en staat is heilig
De relatie tussen overheid en religie is dan ook al honderden jaren voer voor staatkundigen, religieuzen en filosofen. In hoeverre kan de overheid zich met religie bemoeien? Moet de overheid zich daar wel mee bemoeien, is het algemeen belang daar wel mee gediend? Voor mij is een absolute scheiding van kerk en staat heilig. Daarmee zeg ik niet dat de religieuzen in onze samenleving aan de goden zijn overgeleverd. In tegendeel. De overheid beschermt het algemeen belang en sluit daarbij vanzelfsprekend niemand uit. Maar dat kan in mijn ogen alleen als de overheid zelf volledig neutraal is en dus niet zoals nu, een beetje neutraal. Immers, alleen een neutrale staat kan waken over de godsdienstvrijheid. Niet voor niets één van onze klassieke grondrechten.
Het recht op godsdienstvrijheid betekent voor mij dat de overheid zich niet bemoeit met de geloofsovertuiging van mensen. Sterker nog; dit recht beschermt religies en geloofsovertuigingen juist tegen staatsinmenging. Wie zit te wachten op een kabinet dat de 10 geboden herziet? Een ieder moet de vrijheid hebben om zelf een godsdienstovertuiging te kiezen én deze ook te belijden. Maar even zo belangrijk is dat dit recht het omgekeerde beschermt: het kiezen van een godsdienstloos bestaan. En beide overtuigingen hebben recht op bescherming door de neutrale staat.
Een helder uitgangspunt. Maar de dagelijkse werkelijkheid is dus een stuk complexer. Want staat neutraliteit gelijk aan religieloos? Is een religieloze overheid nog wel een afspiegeling van de samenleving? Nee, daarom is het goed ook een onderscheid te maken tussen staat en politiek. Tussen de overheid en de democratisch gekozenen. De staat is neutraal, politieke partijen vertegenwoordigen de verschillende geloofs- en idealistische overtuigingen. Maar hoe ga je dan als overheid om met religieuze instellingen die zich inzetten voor de maatschappij en daar ook een hele goede en zinvolle bijdrage aan leveren? Zoals bijvoorbeeld het Leger des Heils. In Amsterdam een onmisbare partner als het gaat om de daklozenopvang. Daarvoor ontvangen zij ook gemeentelijke subsidie. En daar zit precies de crux; die subsidie krijgen zij voor een niet-religieuze activiteit. Een activiteit waar de stad iets aan heeft en beter van wordt. En nog belangrijker; waar de mensen die zij opvangen en helpen beter van worden. Niet omdat de heilsoldaten bij deze groep zieltjes proberen te winnen, maar omdat ze deze kwetsbare groep simpel gezegd een menswaardiger bestaan geven. Het gaat dus niet om het denken, maar om het doen. Niet de beweegredenen staan voorop, maar het uiteindelijke handelen. We moeten als overheid religieuze instellingen neutraal benaderen en kijken welke niet-religieuze bijdrage zij leveren aan de maatschappij. De overheid gaat niet over het gedachtegoed, iedereen is in ons land gelukkig vrij om te denken wat hij wil, maar wel over wat instellingen of instituten met dat gedachtegoed doen. Het gaat om de religieuze component in het handelen. En dan met name om de intolerante religieuze component. We moeten als overheid te allen tijde de strijd aangaan tegen religieuze intolerantie. Het is een basisprincipe wat in onze grondwet zou moeten staan. Het is een principiële kwestie waar niet over valt te onderhandelen. De overheid mag zich nooit op wat voor manier dan ook aan welk geloof dan ook verbinden.
Schrap artikel 23
Die verbinding zit in zijn algemeenheid wel al bijna 100 jaar verankerd in onze grondwet. Een eeuw financiert de Nederlandse samenleving reeds het bijzonder onderwijs. Na Thorbecke die de vrijheid van onderwijs vastlegde kwam het gedoogakkoord tussen de liberalen en de confessionelen. We kennen dus in Nederland openbaar en bijzonder onderwijs (het onderwijs gestoeld op een religieuze overtuiging). Het gaat mij om de financiële gelijkstelling tussen beide soorten onderwijs, geregeld in artikel 23 van onze grondwet. Logisch gevolg van mijn overtuiging dat kerk en staat volledig gescheiden moeten zijn, is dat ik vind dat dit artikel uit de grondwet moet worden geschrapt. De overheid mag nooit financieel bijdragen aan onderwijs gestoeld op een religieuze of andere levensbeschouwelijke zienswijze. De overheid is immers neutraal en openbaar. En laat mij daarbij meteen benadrukken dat ik het niet alleen heb over het islamitisch onderwijs. De actuele discussie over het wel of niet financieren van islamitisch onderwijs vertroebelt de principiële vraag waar het over zou moeten gaan: moeten kinderen met rijksgeld onderwezen worden in een religie? Nee, dat moet niet. Ieder kind heeft recht op kwalitatief goed onderwijs. Dat moet de overheid garanderen. Daarnaast staat het vanzelfsprekend een ieder vrij te kiezen voor onderwijs op religieuze basis. Een logische keuzevrijheid. Het is echter niet logisch dat de staat vervolgens opdraait voor de kosten van extra religieus aanbod naast de wettelijke vastgestelde basis.
Neutraal staatshoofd
Het moge duidelijk zijn; ik geloof slechts in een neutraal functionerende staat. Met als uiterste consequentie dus ook een neutraal staatshoofd. Het staatshoofd is bij uitstek het symbool van onze staat en daarmee naast de samenleving ook van de overheid. Natuurlijk kunnen en willen wij een staatshoofd geen geloofsovertuiging ontnemen, net zomin als dat we dat mogen verwachten van een trouwambtenaar, maar in de uiting moet het staatshoofd neutraal zijn. Ook hier gaat het om het uiteindelijke handelen en niet om het denken. Geen toespraken meer van het staatshoofd op christelijke feestdagen, geen troonredes met christelijke afsluitingen en wanneer Willem-Alexander ingezworen wordt tot koning, geen "zo waarlijk helpe mij, God Almachtig". Zolang het staatshoofd deel uit maakt van onze regering, moet het staatshoofd dus ook neutraal zijn. Alleen een neutraal staatshoofd is echt staatshoofd van het hele volk. En alleen een neutrale staat garandeert godsdienstvrijheid voor het hele volk.
Eric van der Burg
wethouder gemeente Amsterdam
Uit:
"Breekpunt of bindmiddel"
Religieus engagement in de civil society
Wat zijn de kansen en de risico's van religieus geïnspireerd maatschappelijk engagement in het hedendaagse Nederland? Een bondige samenvatting van het publieke debat over de invloed van religie op de huidige maatschappij. Met persoonlijke bijdragen van wetenschappers, politici en praktijkmensen.
Onder redactie van Paul Dekker, Gürkan Çelik en Iris Creemers
ISBN: 9789021143187