Toespraak start herdenkingsjaar slavernijverleden

20 januari 2013
-
Melissa Rotteveel

In het kort

Wethouder Van der Burg hield op zaterdag 19 januari een toespraak bij de start van het herdenkingsjaar van het slavernijverleden.


Dames en heren,

We zijn hier bij elkaar om te herdenken dat nog maar 150 jaar geleden Nederland de slavernij officieel afschafte. Ik zeg nadrukkelijk ‘nog maar'. Nog maar 150 jaar geleden was het volkomen legaal om een ander mens te bezitten, te gebruiken en te verhandelen.

En zelfs na de officiële afschaffing werden bijvoorbeeld in Suriname voormalige tot slaaf gemaakten nog 10 jaar onder staatstoezicht geplaatst. Uiteindelijk waren deze mensen pas echt vrij in 1873. En het is niet alleen nog maar relatief zo kort geleden. De afschaffing van deze onmenselijke praktijken ging in Nederland ook nog eens niet zonder slag of stoot. En helaas ook niet altijd om humane redenen. De alom zo geroemde Nederlandse handelsgeest speelde namelijk ook hier een rol, zij het een dubieuze: de slavenhandel was simpelweg niet meer winstgevend. En daarmee voor ons handelsvolk minder interessant.

Ondanks deze kille kosten-batenanalyse verliep de afschaffing van slavernij in ons land uiterst moeizaam. Engeland was ons een halve eeuw eerder al voorgegaan. Maar bij ons werd nog jarenlang gesteggeld over onder andere de schadevergoeding. Die uiteindelijk zo'n 300 gulden per slaaf bedroeg. Dat geld ging overigens niet naar de slaaf, maar naar de eigenaar, ter compensatie voor het verloren eigendom.

Want dat waren de verhoudingen. Slaven waren eigendom van iemand anders, handelswaar, waar goed geld mee viel te verdienen. Het waren wegwerpmensen. Die als ze op waren, werden weggegooid en vervangen door nieuwe. Maar niemand, helemaal niemand heeft ooit het recht zich een ander mens toe te eigenen. Ieder mens behoort alleen zichzelf toe. En niemand heeft het recht een ander zijn vrijheid te ontnemen. Toen net zo min als nu.

Ieder van ons heeft een persoonlijke reden om hier te zijn. Zij die zonder de slavenhandel hier waarschijnlijk nooit terecht waren gekomen omdat hun voorouders dan niet uit Ghana of een ander Afrikaans land waren weg gehaald. En zij die de pijn van slavenvoorouders weliswaar niet zelf voelen, maar zich zeer bewust zijn van deze pijnlijke periode uit de geschiedenis van ons land en zich daar rekenschap van willen geven

Samen zijn wij er van overtuigd hoe belangrijk het is om deze geschiedenis levend te houden. Laat de geschiedenis van deze misdaad tegen de menselijkheid van nut zijn voor het zinvol maken van het heden en de toekomst. Wij leven allen samen in dit land, in deze stad. Ieder met ons eigen verleden, maar zeker ook met een gezámenlijk verleden. En als wij ons ten volle bewust worden van het bestaan van dat gezamenlijk verleden en onze eigen rollen daarin, pas dan kunnen wij daadwerkelijk werken aan een gezamenlijke toekomst.

Daarom is het goed dat we dit jaar uitgebreid stil staan bij deze zwarte periode in de geschiedenis van óns land. En daarom is het ook goed dat het herdenkingsjaar samenvalt met het Amsterdamse jubileumjaar 2013. Onze stad gaat een heel jaar festiviteiten en jubilea tegemoet. Zo bestaat het Concertgebouw 125 jaar, Artis 175 jaar en het Rijksmuseum wordt heropend.

En de grachten, onze prachtige veel bezongen Amsterdamse grachten, sinds 2010 terecht officieel werelderfgoed, bestaan maar liefst 400 jaar. En ook dat wordt gevierd. Miljoenen bezoekers per jaar komen zich vergapen aan dit typisch Nederlands architectonisch hoogstandje. Gebouwd in een tijd van typisch Nederlands ondernemerschap en handel drijven.

In rijkdom gebouwd en tot grote bloei gekomen door de handel in onder andere specerijen, goud en inderdaad, slaven. De grachtengordel is een erfenis uit een rijk verleden, maar mede tot stand gekomen ten koste van duizenden mensenlevens. Laten wij dit jaar dus ook stil staan bij het feit dat de grandeur van de grachtengordel ook een andere, onzichtbare, wrange kant heeft.

Als de grachtengordel symbool staat voor enorme economische bloei en Nederlandse hegemonie, laat ons slavernijverleden daar dan ook zichtbaar onderdeel van uitmaken. Vertel op scholen, thuis of op het werk wat er is gebeurd en wat dit tot op de dag van vandaag heeft betekend voor grote bevolkingsgroepen. Spreek over deze beladen geschiedenis, niet om praktijken goed te praten, niet om te veroordelen, maar om elkaar beter te begrijpen. Zodat we samen verder kunnen. Dat is ook wat ik zo mooi vind van het werk van de Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013. Ik vind het mooi dat nadrukkelijk wordt gezocht naar projecten die door ánderen worden uitgevoerd, waardoor er dit jaar veel maatschappelijk draagvlak ontstaat voor de herdenking.

Want hoewel we sinds 2002 eindelijk een Nationaal Slavernijmonument hebben en daar ieder jaar op 1 juli Keti Koti vieren, is slavernij nog steeds niet uitgebannen. De ketenen zijn niet voor iedereen verbroken. Problemen als rassenhaat en discriminatie zijn nog steeds aan de orde van de dag. En ook op dit moment, terwijl wij hier bij elkaar zijn, worden in de wereld, en ook hier in Nederland en Amsterdam, mensen uitgebuit en behandeld als waardeloze dingen. Het zijn slachtoffers van moderne slavernij. Die onder zeer slechte omstandigheden werken, worden uitgebuit en volledig in de greep zijn van hun baas. Anno 2013, 150 jaar na de officiële afschaffing, bestaat slavernij dus nog steeds.

Laat de geschiedenis zich niet herhalen. Het afschaffen van de slavernij in 1863 gebeurde omdat het minder lucratief was maar zeker ook omdat steeds meer mensen zich realiseerden dat mensenhandel inhumaan en onrechtmatig was. En niet in de laatste plaats omdat moedige slaven zich verzetten.

Laat het een les voor ons zijn altijd onze ogen open te houden voor onrecht, voor discriminatie, voor misstanden, voor moderne slavernij. Want zo lang mensen zich nog druk maken om andere mensen, voor elkaar opkomen en voor elkaar zorgen, misstanden aankaarten en bespreekbaar maken, moet het lukken echt met elkaar samen te leven.

Ik sluit daarom af met een gedicht van Remco Campert "Verzet begint niet met grote woorden". Laat het een aansporing zijn vragen te stellen bij misstanden. Aan je zelf en aan de ander. Alleen dan gaan wij samen verder met een gezamenlijke toekomst.

Verzet begint niet met grote woorden

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

Dank u wel.

-----