Speech internationaal onderwijscongres

Kruimelpad

 

Speech internationaal onderwijscongres

11 oktober 2011
 - 
Melissa Rotteveel

Dinsdag 11 oktober 2011, gesproken woord telt.

Goedemorgen,

Ik vind het heel bijzonder dat u mij heeft uitgenodigd om dit congres te openen. Een congres met zo veel internationale onderwijsdeskundigen en een zaal vol praktijkdeskundigen. Natuurlijk heeft u mij uitgenodigd als wethouder Onderwijs. Maar ik sta hier ook als vader van drie kinderen van  0, 2 en 4 jaar in Amsterdam. Net zo als mijn leeftijdsgenoten was ik op zoek naar de basisschool voor mijn kinderen, die bij ons past. Zoeken naar de school heeft altijd te maken met beelden van de juf of meester van wie je vroeger les van kreeg. Volgens mij denken we allemaal met verlangen terug naar die ene leerkracht, die ons veel leerde maar die ook een inspirerende en betrokken man of vrouw was. Die iets in ons zag wat niemand anders zag.

Mijn uitgangspunt is dat kinderen het meest leren van vakbekwame leerkrachten die veel van ze verwachten. Op mijn wekelijkse schoolbezoeken zie ik heel veel van die model leerkrachten. Maar ik zie ook scholen, waar kinderen te weinig leren; ik kom ook een enkele keer onderwijzers tegen,waarvan ik hoop dat mijn kinderen nooit in hun klas komen.

Iedere ouder wil dat zijn kind heel goed onderwijs krijgt. Maar goed onderwijs is ook voor Amsterdam en Nederland van het grootste belang. Ik hoef u als onderwijskundigen niet uit te leggen hoe belangrijk goed onderwijs voor de economische positie van Nederland is. We zien om ons heen nieuwe economieën opkomen gebaseerd op kennis en zien dat Nederland langzaam maar zeker weg zakt in de ranking van top onderwijslanden.

In 2008, vlak na mijn aantreden als onderwijswethouder hadden we in Amsterdam 33 basisscholen die volgens de inspectie voor het onderwijs zwak of zeer zwak waren.  Maar als je er wat ambitieuzer naar keek, en niet zwak zijn niet ziet als goed genoeg, dan was het nog veel slechter gesteld met het onderwijs. We maakten een eigen analyse op basis van een aantal criteria (Citoscore groep 8, percentage Lwoo-verwijzingen en percentage havo,vwo adviezen) en daaruit bleek dat ruim 60 basisscholen onvoldoende presteerden. Op een totaal van ongeveer 208 scholen. Een onacceptabele situatie. Overigens was in 2008 al duidelijk dat zwakke en zeer zwakke scholen geen specifiek Amsterdams verschijnsel was. In 2010 waren er in Nederland meer dan 100 zeer zwakke basisscholen, 60 zeer zwakke VO scholen en ruim 60  zeer zwakke opleidingen in het MBO. Een constatering die in iedere andere maatschappelijke sector tot grote maatschappelijke onrust zou leiden. Een zeer zwak presterend ziekenhuis zou direct worden gesloten! Maar een zeer zwakke school mag kennelijk nog jaren  doormodderen. Je kind zal er maar opzitten!

Geconfronteerd met de Amsterdamse situatie was ik verbijsterd. Als fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam had ik  me sterk gemaakt om geld vrij te maken voor wat ik noemde "kinderen eerst". In het volste vertrouwen dat de overheid met de rijksinspectie en schoolbesturen er voor zorgen dat ons onderwijs werkt. Ik kon niet geloven dat er in Amsterdam 60 basisscholen waren waarvan ik als jonge ouder zeer twijfelde of we ons kind daar zouden inschrijven. In een land waar er geen politieke partij is die zich niet  druk maakt over goed onderwijs werd ik geconfronteerd met een Amsterdamse situatie die ik ronduit rampzalig vond. Er is geen politieke partij die  het belang van goed onderwijs niet in het partijprogramma heeft staan. Er zijn twee politieke partijen, bij wie vanouds her onderwijs een prominente plek in hun uitgangspunten heeft.

Voor het CDA was dat vooral het bewaken van art. 23 in de grondwet, dat de vrijheid van onderwijs regelt. Het CDA heeft altijd gevochten om die bevochten vrijheid van onderwijs niet teloor te laten gaan. Overheidsbemoeienis met het onderwijs moest zo voorkomen worden. Sterker er bestaat een heiligvertrouwen dat autonomie van schoolbesturen een zegen is voor de kwaliteit van het onderwijs..Voor sociaaldemocraten is onderwijs het middel om achterstandsgroepen te verheffen. Spreiding van inkomen, kennis en macht was het centrale uitgangspunt van de PvdA. De partij werd ook wel de onderwijzerspartij genoemd. Veel onderwijsgevenden speelden een prominente rol binnen de partij. Vandaag vormen deze historisch-politieke oriëntaties remmende ballast voor de kwaliteit van het onderwijs. Het heilig vertrouwen in de vrijheid van onderwijs en de door het CDA daaraan gekoppelde autonomie van schoolbesturen maakte iedere opvatting over de inhoud van het onderwijs bijna onmogelijk. Natuurlijk: het is een groot goed dat de overheid zich niet bemoeit met levensbeschouwelijke opvattingen. Maar het is achteraf een fout geweest om daarmee ook de kwaliteit van het onderwijs helemaal aan de besturen over te laten.  De overheid moet wel degelijk, in het belang van jongeren, aangeven welke minimale cognitieve doelen (taal en rekenen) iedere school moet realiseren. Als ik constateer dat waarschijnlijk  in Amsterdam 30% van de leerlingen in het basisonderwijs verlaat zonder minimale lees- en rekenvaardigheden, zonder dat de overheid daadwerkelijk kan ingrijpen, dan weet je dat autonomie te ver is doorgeschoten. Artikel 23 mag nooit een recht op slecht onderwijs worden, dan moet het belang van het kind voorop staan. Vandaag de dag moet ik het Islamitisch College dat net met veel verdriet gesloten is toestaan opnieuw te beginnen zónder voorafgaande kwaliteitstoets, zónder garanties voor goed bestuur.

 

Maar ook mijn eigen onderwijzerspartij PvdA heeft met goede bedoelingen grote fouten gemaakt.  Gelovend in de verheffing van achterstandgroepen dacht de PvdA vooral in systeem- en stelselveranderingen; en kwam met de indeling in schoolscoregroepen, waarna van iedere school niet meer het zelfde minimale resultaat werd gevraagd. Van een school met veel achterstandleerlingen accepteerde de PvdA dat ondanks de inzet van extra middelen de prestaties op taal en rekenen een stuk lager liggen dan van andere scholen. Met daarmee een onbegrijpelijke boodschap: voor een school met dit soort kinderen is niet-zo-goed wel goed genoeg.  Daarmee kijk je dus niet meer hoe je elk kind zo snel mogelijk, zo ver mogelijk brengt. Zie je kinderen niet meer als individu maar als onderdeel van een groep. Iedereen weet dat als er hoge verwachtingen en eisen aan je gesteld worden, je beter gaat presteren. Deze kinderen krijgen de omgekeerde boodschap: voor jou is dit wel goed genoeg. Individuele emancipatie wordt belemmerd door kinderen vooral op hun groepskenmerken te beoordelen. Maar ook de manier waarop beide partijen naar de leerkracht keken, heeft het onderwijs niet geholpen. De onderwijsgevenden stonden op een bijna onaantastbare troon. Binnen de autonome scholen werd voor het CDA de onderwijsgevende de volgende autonome schakel. De PvdA concentreerde zich meer op rechtspositie en salaris, dan op de ontwikkeling van het vak, de beroepseer en de carrièremogelijkheden van een onderwijzer. Het effect daarvan heb ik zelf vaak aan den lijve ondervonden. Wanneer ik in een interview zei dat ik niet voor honderd procent tevreden was over het onderwijs, liep de dag daarop mijn mailbox vol met boze docenten.  Er is al zoveel kritiek, niemand kijkt naar ons om, wij mogen het alleen uitzoeken. We hebben nagelaten een trotse beroepsgroep serieus te nemen en dat krijgen we terug.

Ik kwam in 2008 tot de conclusie, dat de situatie in Amsterdam onaanvaardbaar was. Zo veel zwakke scholen en zo veel scholen die naar mijn mening minimale resultaten niet realiseerden, dat kon niet langer. Wat mij bovendien frustreerde is dat een deel van de grotere schoolbesturen zich als volgt opstelde: "U gaat hier niet over" We bespreken dit met de inspectie van het onderwijs en die zijn het met ons eens".

Ik weet dat ik velen van u heb geprovoceerd met mijn minimumstandaard voor Cito-scores, Lwoo-verwijzingen en HAVO/VWO adviezen. Ik ben blij dat in Amsterdam na deze moeilijke confrontatiefase gemeente en schoolbesturen elkaar hebben kunnen vinden in de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. Met een onorthodoxe gezamenlijke aanpak verbetert het Amsterdamse basisonderwijs in rap tempo. We werken opbrengstgericht.  Kritisch en professioneel. En natuurlijk kan de school niet alleen alle problemen thuis compenseren. Ouders moeten worden aangesproken. Jeugdzorg moet beter. Maar de grote verandering is dat onderwijs draait om verwachting in plaats van verklaring van resultaten.

Maar we kunnen meer als ook landelijk fundamenteler wordt gekozen. We weten en voelen dat het beter en anders kan in het onderwijs "making a shift happen". Wat mij betreft deze shift:

tussendoelen voor alle groepen in het basisonderwijs

  1. beroepsstandaard voor directeuren, intern begeleiders en leerkrachten inclusief verplichte scholing, controle door de inspectie
  2. Verplichte scholing juist ook van directeuren en bestuurders
  3. drastische verbetering van de opleidingen
  4. verlengde leertijd door vakanties van leerlingen te beperken
  5. kwaliteitswijzer voor iedereen
  6. artikel 23 Gw moderniseren

 

1. Tussendoelen voor alle groepen in het basisonderwijs

De referentieniveaus voor taal en rekenen in het basisonderwijs zijn vastgesteld voor groep 8. Dat is een goede stap, maar we hebben er niet zo veel aan om pas in groep 8 te weten hoeveel procent van de leerlingen op een school het referentieniveau realiseert. Om als school opbrengstgericht te kunnen werken moet je weten of kinderen voldoende vooruitgaan om in groep 8 een bepaald niveau te bereiken. Een beetje zoals de groeicurves voor baby´s bij het consultatie bureau. Niet elk kind hoeft even snel even groot te worden, maar stilstand is zorgelijk.

Met de schoolbesturen vertaalt de gemeente Amsterdam de referentieniveaus voor groep 8  naar tussendoelen voor alle groepen. Op deze manier kunnen leerkrachten doelgericht lesgeven en kan een school ook over de jaren heen de toegevoegde waarde laten zien. De  tussendoelen voor alle groepen worden komend schooljaar op bruikbaarheid getest in een pilot op 15 basisscholen.

 

2. Beroepsstandaard voor directeuren, intern begeleiders en leerkrachten

Niet lang geleden was onderwijzer een beroep met grote maatschappelijke status. Dat moeten we terugkrijgen. De kwaliteit van leerkrachten is het meest bepalend voor het succes van het onderwijs. Uit internationaal onderzoek blijkt dat bijna 70% van het onderwijssucces is te herleiden vanuit het directe contact tussen de leerkracht en de leerling. Maar wat is een goede leerkracht of directeur? Als je weet wat er van je verwacht wordt, is het veel makkelijker om daar aan te voldoen. En kan je er zelf aan werken of kan je ‘baas' je er bij ondersteunen om beter te worden in wat je nog niet goed genoeg kunt. Daarom hebben we met schoolbesturen een Amsterdamse  beroepsstandaard ontwikkeld. Wordt dit jaar mee begonnen.

3. Verplichte scholing van directeuren en schoolbestuurders

Om kwaliteitsverbetering op een school te bereiken en vast te houden is goede sturing van een onderwijskundig leider en schoolbestuurder essentieel. Om het verandertraject op scholen goed te kunnen managen hebben ruim 50% van de schooldirecteuren in Amsterdam een Leergang Opbrengstgericht werken gevolgd. Hun leidinggevende capaciteiten zijn vergroot. Als je investeert en het onderwijs serieus neemt, kijk dan ook naar de directeuren en bestuurders. De leerkracht moet het doen, maar dat kan alleen met steun van een goede directeur en schoolbestuurder

4. Drastische verbetering van de opleidingen

We werken hard om de kwaliteit van de zittende leerkrachten en directeuren te verbeteren. Maar zonder de kwaliteit van de opleidingen drastisch te verbeteren heeft dat op de lange termijn niet zo veel zin. En dat er veel te verbeteren is bleek onlangs maar weer toen we de taalvaardigheid van leidsters en onderwijsassistenten in de VVE hebben getoetst. Bij een aanzienlijk deel was die zo belabberd dat ze zich moesten laten nascholen. Uiteindelijk bleek een klein deel ook na scholing het gewenste taalniveau niet te hebben. En dus mochten ze niet langer voor een klas staan. Dat zegt veel over de kwaliteit van de opleiding en dus zijn er nu afspraken gemaakt over het gewenste taalniveau om een diploma te kunnen krijgen. Ook de kwaliteit van de Pabo's is discutabel. Dat is een onaanvaardbare situatie.

 

5. Verleng de leertijd door vakanties van leerlingen te beperken

Uit onderzoek blijkt dat meer leertijd leidt tot hogere prestaties.

Onderwijsgevenden geven aan dat in de zomervakantie veel van het geleerde verdampt, ze hebben vaak het gevoel na de zomer opnieuw te moeten beginnen. In Amsterdam startten we met schoolbesturen daarom de Vakantieschool Taal. Maar er is een heel eenvoudige manier om de leertijd te vergroten. In Nederland is het vastgesteld minimum aantal schooluren in de praktijk ook het maximum geworden. Een school kan de leertijd vergroten door het aantal vakantieweken te verminderen. Wat is er op tegen? In ruil voor normale arbeidsvoorwaarden, terugkeer van de beroepseer en goede carrièremogelijkheden zullen ook veel leerkrachten dit kunnen steunen.

6. Kwaliteitswijzer voor iedereen  

Met schoolbesturen is in Amsterdam een kwaliteitswijzer ontwikkeld, die meer feitelijk inzicht biedt in wat op iedere school speelt dan het oordeel van de inspectie voor het onderwijs dat soms al jaren oud is. De kwaliteitswijzer maakt van iedere school de opbrengsten op de referentieniveau´s en tussendoelen inzichtelijk, toont gedetailleerd het oordeel van de inspectie voor het onderwijs, laat zien hoe het de zorgleerlingen vergaat en maakt de opbouw van het personeelbestand en het ziekteverzuim inzichtelijk. De kwaliteitswijzer maakt het ook mogelijk scholen met dezelfde soort leerlingen populatie te vergelijken, en daarmee worden alle scholen gestimuleerd om uit hun leerlingen het beste te halen en die maatregelen te nemen die het beste uit de docenten halen. Door de resultaten met ouders en andere geïnteresseerden te delen ontstaat er positieve druk op de scholen om aan beter presteren aandacht te besteden. Ik verwacht dat de kwaliteitswijzer positief effect zal hebben op de kwaliteit van scholen.

 

7. artikel 23 moderniseren

Ik had het al eerder over de ballast van artikel 23 in de grondwet. Niet omdat ik tegen het stichten van scholen op ideologische grondslag ben. Integendeel het is een prachtige mogelijkheid voor ouders om een school te stichten, maar wel de daaruit voortvloeiende beperking voor de nationale overheid om zich te bemoeien met de kwaliteit van het onderwijs, omdat het opgevat wordt als bemoeienis met inhoud. Wat mij betreft bemoeit de overheid zich juist met cognitieve leerstandaarden; wat willen we dat ieder kind minimaal leert. En de mogelijkheid om vooraf kwaliteitseisen te stellen als een schoolbestuur een slechte geschiedenis meebrengt. Natuurlijk bemoeit de overheid zich niet met levensbeschouwelijke standpunten, zo lang die passen binnen onze rechtstaat.

Ik ben trots op de verbeteringen in Amsterdam, maar wat mij betreft is een verdergaande verandering nodig. Een shift in mentaliteit . Het wordt tijd dat we landelijk de sprong maken. Amsterdam investeert veel in de kwaliteitsverbetering van het onderwijs.  Als u terugdenkt aan die ene leerkracht van vroeger weet u: we kunnen veel meer dan we nu tonen en onze kinderen verdienen het.