De Amsterdamse schoolbesturen voor primair onderwijs hebben alle onderwijsassistenten die in het basisonderwijs werken laten toetsen op hun Nederlandse taalvaardigheid. Dit in navolging van de taaltoetsen voor peuterleidsters in de voorscholen. Onderwijsassistenten ondersteunen de leraar in de klas. In de vroegschool (de eerste twee groepen van het basisonderwijs) ligt daarbij het accent op extra taalactiviteiten met kinderen. Scholen stellen daarom steeds hogere eisen aan de taalvaardigheid van hun onderwijsassistenten. Uit de eerste resultaten van de taaltoets voor onderwijsassistenten blijkt dat vooral de resultaten op het gebied van begrijpend lezen achterblijven en dat aanvullende scholing noodzakelijk is.
Uitkomsten eerste toetsronde
In de eerste toetsronde zijn in totaal 164 onderwijsassistenten getoetst op een of meer onderdelen.
De uitslag van de eerste toetsronde is als volgt:
- 84% is geslaagd voor het onderdeel spreken.
- 78% is geslaagd voor het onderdeel schrijven.
- 42% is geslaagd voor het onderdeel begrijpend lezen.
Aanvullende scholing
Voor onderwijsassistenten die een of meer toetsonderdelen niet voldoende hebben gemaakt zal door de besturen in samenwerking met de gemeente aanvullende scholing worden georganiseerd. De gemeente en de schoolbesturen willen dat alle onderwijsassistenten die op vroegscholen werken per 2013 op het vereiste niveau zitten. Aanvullende scholing bij peuterspeelzaalleiders/-sters uit de voorschool laat zien dat dit mogelijk is. Als scholen in 2013 niet aan de afgesproken normen voldoen, dan zullen de schoolbesturen en de gemeente in het kader van de kwaliteitsverbetering daaraan de noodzakelijke consequenties verbinden.
De taalnorm
De taalnorm is in overleg met de gemeente, de schoolbesturen en de Universiteit van Amsterdam vastgesteld en sluit aan bij de nieuwe exameneisen in het MBO die per 2013-2014 worden ingevoerd. Dit betekent dat de onderwijsassistenten getoetst zijn boven hun oorspronkelijke opleidingsniveau. Een aanzienlijk deel van de onderwijsassistenten heeft nog geen deelgenomen aan deze kwalificerende toets, hiervoor wordt een tweede toetsronde in november 2011 gepland. Hierna zal een volledige rapportage beschikbaar komen.
Kwaliteitsnormen voor- en vroegschoolse educatie
Vanaf 1 augustus 2010 is de landelijke Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) in werking getreden. Daarin staat aan welke eisen de voorschoolse educatie in Nederland moet voldoen. Gemeente en schoolbesturen zijn verplicht afspraken te maken over de doorgaande leerlijn van voor- naar vroegschool en de resultaten. De gemeente Amsterdam heeft in het Kwaliteitskader Voor- en Vroegschoolse educatie Amsterdam 2010-2014 nog enkele aanvullende eisen gesteld, waaronder de taalnorm.
Voor- en vroegschoolse educatie
De voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een educatief programma voor peuters en kleuters van 2½-6 jaar, dat wordt aangeboden op peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en in groep 1 en 2 van het basisonderwijs. Doelstelling is dat jonge kinderen spelenderwijs worden voorbereid op het basisonderwijs. De taalontwikkeling is daarbij een belangrijk onderdeel. Vooral kinderen met een dreigende achterstand zijn gebaat bij deze vroegtijdige educatieve ondersteuning.