Uitspraak Gerechtshof in zaak Renaultgebouw

8 november 2012
-
David Valentijn Pruijt

In het kort

De gemeente heeft kennis genomen van de uitspraak van het Gerechtshof in het hoger beroep van de zaak over de vraag of de gemeente aan de eigenaar van het Renaultgebouw aan de Wibautstraat duidelijk genoeg heeft gemeld dat bij een bestemmingsverandering een hogere erfpacht gevraagd kan worden.


De gemeente Amsterdam heeft kennis genomen van de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 november 2012 in het hoger beroep van de rechtszaak rond het Renaultgebouw aan de Wibautstraat 224. Deze rechtszaak ging vooral over de vraag of de gemeente aan de eigenaar van het Renaultgebouw duidelijk genoeg had gemeld dat bij een bestemmingsverandering een hogere erfpacht gevraagd kan worden als door de verandering de waarde stijgt. Het Gerechtshof heeft geoordeeld dat de gemeente tegen deze eigenaar onvoldoende duidelijk is geweest en oordeelt daarom dat in het geval van het Renaultgebouw de gemeente geen hogere erfpacht mag vragen. De gemeente bestudeert op dit moment de precieze details van de uitspraak.

Op dinsdag 6 november heeft het gerechtshof uitspraak gedaan in het hoger beroep van de rechtszaak rond het Renaultgebouw aan de Wibautstraat 224. De eigenaar van dit gebouw stelde dat de gemeente onvoldoende duidelijk was geweest over het feit dat er bij een bestemmingswijziging ook hogere erfpacht gevraagd kan worden als de waarde van het gebouw door de bestemmingswijziging stijgt.

De gemeente heeft de eigenaar van het gebouw in 2004 toestemming gegeven voor de verbouwing en de bestemmingswijziging. Omdat naar het oordeel van het Hof de gemeente toen onvoldoende duidelijk heeft gemeld dat bij deze bestemmingswijziging ook een hogere erfpachtcanon zou worden gevraagd, stelt het Hof dat de toestemming voor de verbouwing door de gemeente onvoorwaardelijk is gegeven. Omdat in de Algemene bepalingen 1937/1955 die op dit erfpachtcontract van toepassing zijn deze voorwaarde ook niet duidelijk staat mag de gemeente van het Hof aan de eigenaar van het Renaultgebouw geen hogere erfpacht vragen.

Duidelijk

De gemeente erkent dat de correspondentie destijds niet toereikend is geweest voor een eenduidig begrip van de financiƫle consequenties van een bestemmingswijziging. Tot 2011 werd het Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente niet automatisch op de hoogte gesteld van een aanstaande bestemmingswijziging. Het kon daardoor gebeuren dat de toestemming voor de bestemmingswijziging door het stadsdeel werd verleend voordat het Ontwikkelingsbedrijf melding had kunnen maken van de gevolgen voor de erfpachtcanon. Sinds een jaar gaat dat anders. Het Ontwikkelingsbedrijf heeft nu toegang tot het systeem waarin alle aanvragen en verstrekte omgevingsvergunningen worden geregistreerd.

Algemene bepalingen

Het beleid van de gemeente om bij bestemmingswijzigingen die leiden tot waardevermeerdering van een pand, een hogere erfpacht te vragen staat sinds 1966 in de Algemene bepalingen van de erfpachtcontracten. Dat is niet het geval bij de oudere Algemene Bepalingen. Voor de Algemene Bepalingen 1915 is eerder door het Gerechtshof Amsterdam bevestigd dat de gemeente de bevoegdheid heeft om meerwaarde te kunnen vragen in de daarvoor in aanmerking komende gevallen. Voor de op dit punt vrijwel gelijkluidende Algemene Bepalingen 1937 en 1955 die in de Renaultzaak van toepassing zijn, blijft deze bevoegdheid volgens de gemeente dan ook onverkort van toepassing.

Transparante dienstverlening

De gemeente streeft naar heldere en transparante dienstverlening aan burgers en bedrijven. In het kader van het programma Modernisering Erfpacht wordt momenteel een aantal werkprocessen tegen het licht gehouden. Heldere en begrijpelijke correspondentie met Amsterdamse erfpachters is hierin een belangrijk onderdeel.

Pb-180

-----