Gemeenteraad stemt in met raadsonderzoek naar de Noord/Zuidlijn

De gemeenteraad heeft op 11 maart 2009 ingestemd met het houden van een raadsonderzoek naar de voorbereiding, besluitvorming en de uitvoering van de Noord/Zuidlijn. Het voorstel werd door alle partijen in de raad onderschreven. Het onderzoek zal zich kunnen uitstrekken over het hele proces, vanaf de eerste planvorming in de raad tot de situatie nu.

Kruimelpad

 

Gemeenteraad stemt in met raadsonderzoek naar de Noord/Zuidlijn

1 september 2009
 - 
Gemeenteraad

De gemeenteraad heeft op 11 maart 2009 ingestemd met het houden van een raadsonderzoek naar de voorbereiding, besluitvorming en de uitvoering van de Noord/Zuidlijn. Het voorstel werd door alle partijen in de raad onderschreven. Het onderzoek zal zich kunnen uitstrekken over het hele proces, vanaf de eerste planvorming in de raad tot de situatie nu.

Aanleiding

Aanleiding voor het raadsonderzoek is het beeld dat uit de jaarlijkse doorrekening van de Noord/Zuidlijn naar voren is gekomen. Opnieuw is sprake van een grote financiële tegenvaller. Ook zijn er opnieuw tot nu toe nog onbekende risico's aan het licht gekomen. Dit alles met als gevolg dat de oplevering verdere vertraging oploopt. 

Doel van het onderzoek

Het doel van het raadsonderzoek is tweeledig:

  1. waarheidsvinding over het hele traject van voorbereiding, besluitvorming en uitvoering tot nu toe;
  2. lering trekken uit het verleden en deze te vertalen in aanbevelingen aan de gemeenteraad voor grote projecten in de stad Amsterdam.

Hoofdvragen

Het onderzoek moet antwoord geven op de volgende hoofdvragen:

  • de besluitvorming in het verleden: hoe is het project voorbereid, hoe is de reikwijdte bepaald en hoe is de finale besluitvorming tot stand gekomen;
  • de financiën: welke financiële afspraken zijn bij de besluitvorming gemaakt en hoe zijn deze aan de raad bekendgemaakt;
  • het totale proces: is in het hele proces, voorbereiding en uitvoering tot nu toe, alles gedaan om maximaal kennis te verwerven over de technische haalbaarheid en de risico's;
  • de informatievoorziening: op welke manier is die kennis gemeld aan het college en de raad;
  • het risicomanagement: hoe is de risico-inschatting gemaakt en welke maatregelen voor beheersing zijn genomen;
  • de contractvorming: hoe is de contractvorming tot stand gekomen, hoe zijn de risico’s in de contracten verwerkt en bij wie zijn de financiële consquenties van de risico’s neergelegd?
  • de organisatie: hoe heeft het indertijd gekozen organisatiemodel bijgedragen aan het ontstaan van problemen, op welke manier is dat model later aangepast en waren die aanpassingen voldoende.