Otto Stapel: hoofdinspecteur Noord/Zuidlijn

3 juni 2010
-
Communicatie

In het kort

Otto Stapel is als hoofdinspecteur namens Amsterdam verantwoordelijk voor de rol van het bevoegd gezag op de Noord/Zuidlijn. Het bevoegd gezag gaat over het hele proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving. “Ingrijpen van het bevoegd gezag kan tot hoge extra kosten leiden en flinke vertragingen opleveren. Maar als het niet anders kan, dan moet dat maar.”


Otto Stapel is als hoofdinspecteur namens Amsterdam verantwoordelijk voor de rol van het bevoegd gezag op de Noord/Zuidlijn. Het bevoegd gezag gaat over het hele proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving. “Ingrijpen van het bevoegd gezag kan tot hoge extra kosten leiden en flinke vertragingen opleveren. Maar als het niet anders kan, dan moet dat maar.”

Om beter en efficiënter vorm te geven aan de rol van het bevoegd gezag en tegelijkertijd te voorkomen dat het een hindermacht wordt is de projectgroep Noord/Zuidlijn opgericht binnen DMB. Otto heeft een rechtstreeks mandaat van het College gekregen waardoor de hoofdinspecteur onafhankelijk is van DMB. “Gezien de grote, vaak financiële belangen die bij grote bouwprojecten spelen, is een onafhankelijke positie buitengewoon belangrijk”, aldus Otto Stapel. “Ingrijpen van het bevoegd gezag kan tot hoge extra kosten leiden en flinke vertragingen opleveren. Maar als het niet anders kan, dan moet dat maar. Dat mag er niet toe leiden dat noodzakelijke maatregelen niet genomen worden.”

100%-toezicht geen garantie

‘’Bijna iedereen heeft te hoog gespannen verwachting van Bouw en Woningtoezicht. Zo heeft het bevoegd gezag geen speelruimte bij het beoordelen van een aanvraag bouwvergunning. Als de vergunning verleend kán worden, dan moet zij verleend worden. Veel burgers denken dat de vergunningverlener meer ruimte heeft om plannen te weigeren of te laten aanpassen aan wat de gemeente wenselijk vindt. Zelfs de gemeentelijke ombudsman had een ander beeld van DMB dan gedragen kan worden door wet- en regelgeving. De Gemeentelijke Ombudsman verweet DMB bij de Vijzelgrachtincidenten een te passieve houding. Maar het bevoegd gezag zit per definitie in een passieve positie. Het moet afwachten welke plannen de bouwers bedenken en ter goedkeuring voorleggen. Het bevoegd gezag mag daar zeker niet actief aan meewerken. Dan zou het juist de adviseur worden in plaats van de inspecteur. Het is goed dat dit door de commissie Veerman nog eens duidelijk gesteld is.”

De commissie Veerman constateerde namelijk dat bouwinspecteurs juist te veel de adviesrol namen in plaats van een toetsende en handhavende rol. Naar aanleiding van het rapport van de commissie Veerman is de rol van de DMB-inspecteurs dan ook duidelijk veranderd. Ze staan nu meer op afstand maar laten zich wel over alles informeren. Het van tevoren toetsen van bouwveiligheidsplannen en risicomanagement speelt daarin een belangrijke rol.

Voorzorgsmaatregelen

“Het initiatief ligt bij de bouwer, het bevoegd gezag toetst. Een bouwer moet aannemelijk maken dat alle voorzorgsmaatregelen genomen zijn. Maar een bouwer kan natuurlijk niet de garantie geven dat er tijdens de bouw geen beschadigingen aan omliggende panden optreden. Daarom moet de bouwer DMB aantonen welke voorzorgsmaatregelen worden getroffen om de kans op beschadigingen zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast voeren de inspecteurs steekproefsgewijs controles uit. De mate van inzet van bouwtoezicht is een bestuurlijke keuze van de stad. De politiek zou ook kunnen kiezen voor 100% toezicht. Die 100% suggereert dat je alles in de hand hebt, maar dat kan niemand waarmaken.”

-----