Veel nieuwe gezichtspunten of nieuwe plannen van de grote politieke partijen in Amsterdam leverde het Amsterdamse sportdebat donderdagavond in het Frans Ottenstadion niet op. Wel een avond die bol stond van de passie voor sport. Als het aan de politiek ligt, behoudt sport in Amsterdam ook na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart een prominente plaats op de gemeentelijke politieke agenda.
Elf debaters traden donderdag in het strijdperk. De politici Carolien Gehrels
(PvdA), Lex van Drooge (CDA), Eric van der Burg (VVD), Evelien van Roemburg (Groen Links), Laurens Ivens (SP) en Ahu Sahin (D’66) namen het op tegen vijf debaters uit het werkveld: Cees Vervoorn (voormalig topzwemmer, topcoach en chef de mission Paralympics, tegenwoordig voorzitter van Domein Sport, Bewegen en Voeding van de Hogeschool van Amsterdam), Robert Geerlings (voorzitter Amsterdamse Sportraad), Wim van der Laan (voorzitter Korfbalclub Blauw Wit/HavenFD), Kirsten van der Kolk (voormalig toproeister, tegenwoordig docent Johan Cruyff University) en Harry ten Asbroek (chef sport Het Parool).
Het Amsterdamse Sportdebat was live te volgen op internet. In het Frans Otten Stadion kwamen ruim honderd vertegenwoordigers uit de Amsterdamse sportwereld luisteren naar de belangrijkste sportschermutselingen in de aanloop naar de verkiezingen van 3 maart.
Het Amsterdamse Sportdebat was het dertiende en laatste debat in een lange stoet door het hele land. Op initiatief van sportkoepel NOC*NSF werd de confrontatie tussen politici en vertegenwoordigers uit de sportwereld georganiseerd door Topsport Amsterdam, Olympisch Netwerk Amsterdam en de Amsterdamse Sportraad. Ook het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) participeerden in de debatreeks.
Een deskundige jury onder leiding van Erica Terpstra (met NISB-directeur
en voormalig staatssecretaris Clémence Ross en de Nijmeegse wethouder Paul Depla) riep unaniem aan het eind van de avond VVD-lijsttrekker Eric van der Burg uit tot de beste debater. De NOC*NSF-voorzitter overhandigde haar partijgenoot de Cup met de Grote Oren. Korfbalvoorzitter Wim van der Laan kreeg van de jury de aanmoedigingsprijs.
Van der Burg liet Van der Laan echter onmiddellijk delen in de feestvreugde.
Van der Burg: “Deze Cup heeft twee oren. Laat ik dat andere oor dan meteen aan de sport aanbieden om alvast een verbinding te leggen.” Van der Laan accepteerde het gebaar van Van der Burg onmiddellijk. En zo werd breed lachend aan het slot van de avond de eerste coalitie reeds gesmeed.
Of die coalitie ook stand houdt is nog maar ten zeerste de vraag. De
debaters uit het werkveld legden een hoge mate van scepsis aan de dag. Toen Van ’t Hek na een aarzelend en aftastend begin het spel echt goed op de wagen had, vlogen de harde uitspraken over en weer. Sommige tegenstellingen werden zo pregnant verwoord dat zelfs de juryleden het niet konden laten zich in het debat te mengen. Zo concludeerde Erica Terpstra aan het eind van de avond dat weliswaar allerwegen de urgentie van het belang van sport in het onderwijs werd onderschreven, maar dat de demografische grafieken reden geven tot grote zorg en onrust. Terpstra: “De huidige generatie is de eerste generatie in de geschiedenis die geconfronteerd wordt met een dalende levensverwachting, omdat er te weinig wordt bewogen en te weinig wordt gesport. Kinderen worden met de buggy naar school gebracht, ze weten bijna niet meer hoe ze zelf moeten rennen en springen.”
De elf debaters werd door Tom van ’t Hek bevraagd op vijf stellingen. Met
groene en rode kaarten kon ook het publiek in het Frans Otten Stadion zijn mening geven over de stellingen. Hoofd sport van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, Henk Stokhof, leidde de stellingen in en plaatste ze met praktijkvoorbeelden en veel cijfermateriaal in het juiste kader.