Voorbeelden nadeelcompensatie

Kruimelpad

 

Voorbeelden nadeelcompensatie

3 oktober 2011
 - 
Malika Maach

Ondernemers die langs het tracé van de Noord/Zuidlijn hun onderneming zijn gestart hebben te maken bij aanvraag van nadeelcompensatie met het voorzienbaarheidcriterium. Hierbij is het uitgangspunt dat de startdatum (het moment van investeren) van de ondernemer bepalend is in relatie met de voorzienbaarheid van de start en het einde van de werkzaamheden van de Noord/Zuidlijn.

Onderstaand wordt de bestaande praktijk geïllustreerd aan de hand van enkele voorbeelden. Daarbij wordt telkens uitgegaan van een verzoeker (aanvrager) gesitueerd aan een stationslocatie wiens aantoonbare schade € 10.000,- bedraagt. In het geval deze verzoeker een ondernemer is, betreft dat de winstderving per (boek)jaar.

Voorbeeld 1

Een ondernemer is vòòr 1996 gevestigd. Met ingang van 2003 dient hij jaarlijks zijn schade in. Aan hem wordt, op basis van de regeling Nadeelcompensatie, het volledige  bedrag per schadejaar vergoed namelijk € 10.000,-. Voor deze ondernemer is er in financieel opzicht feitelijk weinig veranderd

Voorbeeld  2

Een ondernemer is in 1999 gevestigd. Met ingang van 2003 dient hij jaarlijks zijn schade in. Op grond van gedeeltelijke voorzienbaarheid (‘oude verordening') werd aan hem per schadejaar  € 5.000,- vergoed. In de nieuwe verordening komt de korting als gevolg van de gedeeltelijke voorzienbaarheid met ingang van het schadejaar 2009 te vervallen. De vergoeding bedraagt vanaf 2009 dan € 10.000,- per jaar.

Voorbeeld 3

Een ondernemer is in 2001 gevestigd. De schade die hij sinds 2003 lijdt op grond van een 100% korting wegens voorzienbaarheid komt niet voor vergoeding in aanmerking (‘oude verordening'). In de nieuwe verordening komt deze korting vanaf het schadejaar 2010 te vervallen. De vergoeding over 2010 bedraagt dan € 10.000,- . 

Deze ondernemer kan met ingang van 2010 ook eerst een aanvraag indienen voor de Tegemoetkomingsregeling, en ontvangt dan het basisbedrag van € 1.380 per jaar. In dat geval hoeft hij verder niets (van zijn schade) aan te tonen. Besluit hij later voor 2010 toch nadeelcompensatie aan te vragen, dan wordt langs die weg aanvullend (nog) maximaal  € 8.620,- vergoed.

Voorbeeld 4

Een ondernemer is in 2004 gevestigd. De schade die hij sinds de start aldaar lijdt kwam (net als de ondernemer in voorbeeld 3) onder de oude verordening niet voor vergoeding in aanmerking.

Met ingang van 2010 kan deze ondernemer een aanvraag indienen voor de Tegemoetkomingsregeling. Op grond van deze aanvraag is aan hem voor 2010 het basisbedrag van € 1.380,- per jaar toegekend. Direct na het collegebesluit tot het uitbreiden van de Tegemoetkomingsregeling met een zogenaamde overbruggingstoeslag (november 2010) heeft deze ondernemer (indien aangesloten bij een bedrijfschap) in januari 2011 een aanvullende aanvraag ingediend voor 2010. Op grond van het toeslagschema kan hij tot het schadejaar 2012 jaarlijks aanspraak maken op een bedrag van maximaal € 4.800.-. Na de honorering van zijn aanvraag over 2010 wordt aan hem derhalve nog een aanvullende betaling van € 3.420,- gedaan (€ 4.800,- minus € 1.380,-). 

In de nieuwe verordening deze ondernemer met ingang van het schadejaar 2012 wel nadeelcompensatie aanvragen. De € 4.800,- die hij in 2010 en 2011 heeft ontvangen op basis van de Tegemoetkomingsregeling (incl. overbruggingstoeslag) worden niet met de in 2012 te ontvangen Nadeelcompensatie verrekend. De vergoeding op grond van Nadeelcompensatie bedraagt in 2012 € 10.000,-.

Voorbeeld 5

Een bewoner verkoopt in 2011 zijn huis. De opbrengst blijkt als gevolg van de bouwwerkzaamheden € 10.000,- lager. Bij het toekennen van nadeelcompensatie wordt met de circa € 5.500,- die hij sinds 2008 op grond van de Tegemoetkomingsregeling heeft ontvangen geen rekening gehouden. Het uit te keren bedrag is € 10.000,-.

De uitleg van het voorzienbaarheidscriterium kunt u teruglezen in de toelichting van de Verordening Nadeelcompensatie.