In het kort
Het Amsterdamse beleid Maatschappelijke Opvang is in de tweede fase aanbeland. Fase I liep van 2006 tot 2010. Fase II loopt van 2011 tot 2014
Een veranderende groep daklozen, een andere visie op eigen verantwoordelijk van daklozen en financieel andere tijden vragen om een andere aanpak van Maatschappelijke Opvang in Amsterdam.
Amsterdams beleid 2006 - 2014
Het Amsterdamse beleid is in de tweede fase aanbeland. Fase I liep van 2006 tot 2010.
De komende jaren ligt de focus minder op instroom en meer op herstel en uitstroom. Uitstroom naar passend onderdak en werk of een andere dagbesteding. Enkele maatregelen in de nieuwe aanpak zijn: uitbreiding zelfstandig begeleid wonen, slechts bij hoge uitzondering 24-uursopvang en er komt een maximale verblijfsduur voor de opvang.
Nieuwe problemen, nieuwe oplossingen
De afgelopen zes jaar zijn de mensen met ernstige, meervoudige problematiek in traject en onderdak gebracht. De klassieke daklozen zoals oudere harddrugsverslaafden, zwervenden met psychiatrische problematiek, dakloze vrouwen die in de prostitutie werken, zijn zo goed als helemaal uit het straatbeeld verdwenen. Het opvangbeleid heeft duidelijk succes gehad.
Er dient zich echter een nieuwe groep daklozen aan die een beroep doet op de opvang:
- mensen zonder ernstige, meervoudige problematiek. Zij zijn wel OGGZ-cliënten maar ze zijn korter dakloos, zijn jonger en hebben een beter perspectief op herstel.
- mensen met lichte verstandelijke handicap
- vrouwen met kinderen
- mensen van buiten Nederland die geen recht hebben op sociale voorzieningen (de niet rechthebbenden)
- mensen die na detentie of psychiatrische opname door worden verwezen naar de Maatschappelijke Opvang.
Bevorderen doorstroom en uitstroom
De opvang kan zolang de oude groep niet door- en uitstroomt de nieuwe groep niet de hulp bieden die zij nodig heeft. En de oude groep wordt nu onvoldoende gestimuleerd hun leven weer zo zelfstandig mogelijk op te pakken.
Daarom vraagt de tweede fase van maatschappelijke opvang om meer dan zo veel mogelijk dak- en thuislozen met ernstige problematiek in een traject en onderdak te brengen. Het gaat nu niet meer alleen over instroom en stabiel houden van deze mensen, maar juist over het bevorderen van herstel en daarbij het aanspreken van de eigen kracht. Uitgangspunt in de opvang wordt de zelfredzaamheid: in welke mate is de persoon die aanklopt zelf in staat een oplossing te vinden.
Bezuinigingen
Er wordt bezuinigd, ook in de maatschappelijke opvang. Op een totaalbedrag van zo'n vijftig miljoen moet de komende jaren een bedrag van ruim zes miljoen worden bezuinigd. We zullen dus meer moeten doen met minder. Dit kan alleen als gemeente en instellingen er de tijd voor nemen en als we het in overleg doen.
Op basis van bovenstaande analyse (noodzaak tot bezuinigen, maatschappelijke opvang klaar maken voor toekomst) heeft de Gemeenteraad in juni 2012 de volgende besluiten genomen:
- Staking van de financiering van enkele laagdrempelige inloopvoorzieningen voor dak- en thuislozen en van minimaal een gebruikersruimte.
- Terugbrengen financiering van veldwerk in Zuidoost.
- De methodiek van het instroomhuis wordt overgezet naar de gehele nachtopvang. Dit betekent dat mensen die worden toegelaten tot de maatschappelijke opvang niet moeten wachten op opname in het instroomhuis. Er wordt direct begonnen met het maken van een traject.
- Terugbrenging van het aantal nachtopvangplaatsen.
- De instellingen leveren in twee jaar tijd 10% extra begeleid wonen trajecten aan.
- Begeleid wonen wordt als voorkeurstraject (boven 24-uurs opvang) aangeboden.
- Ambulantiseren van enkele 24-uurs voorzieningen.
- Financiering terugkeertrajecten voor niet-rechthebbenden.
- Passantenhotel wordt omgezet naar een woonhotel. Dit betekent dat de exploitatie van het passantenhotel (grotendeels) moet worden opgebracht door de bijdragen van de cliënten.
- Tegelijkertijd heeft de Raad twee miljoen euro (eenmalig) ter beschikking gesteld om extra uitstroommogelijkheden te creëren.