Diversiteitsbeleid

Diversiteit is zo oud als de stad zelf. Van oudsher trekken mensen van heinde en verre naar Amsterdam, aangetrokken door het beeld van een tolerante en eigenzinnige stad. In de loop der eeuwen zag Amsterdam joden uit Portugal en Oost-Europa komen, protestanten uit de Vlaamse steden Antwerpen, Gent en Brugge, Hugenoten uit Frankrijk en landarbeiders afkomstig van het verarmde Duitse platteland. Een stad vol verscheidenheid was het resultaat van al die toestroom.

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Diversiteitsbeleid

28 oktober 2002
 - 
Johanneke Helmers

Diversiteit is zo oud als de stad zelf. Van oudsher trekken mensen van heinde en verre naar Amsterdam, aangetrokken door het beeld van een tolerante en eigenzinnige stad. In de loop der eeuwen zag Amsterdam joden uit Portugal en Oost-Europa komen, protestanten uit de Vlaamse steden Antwerpen, Gent en Brugge, Hugenoten uit Frankrijk en landarbeiders afkomstig van het verarmde Duitse platteland. Een stad vol verscheidenheid was het resultaat van al die toestroom.

De laatste decennia veranderde de samenstelling van de bevolking opnieuw ingrijpend. In grote lijnen is de volgende onderverdeling van nieuwe Amsterdammers te maken:

  • De immigranten afkomstig uit de voormalige koloniën, Indonesië (de Zuid-Molukken), Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba.
  • De 'gastarbeiders': immigranten uit de zogenaamde 'wervingslanden' in het Middellandse Zeegebied (Turkije, Marokko, Italië, Spanje, Portugal, Griekenland en het voormalige Joegoslavië) waar arbeiders werden aangezocht die hier tijdelijk zouden verblijven om te werken en geld te verdienen.

De resterende groep immigranten bestaat uit meer dan 100 nationaliteiten, afkomstig uitgeïndustrialiseerde en niet-geïndustrialiseerde landen, waarvan een belangrijk deel vluchteling is.

Ook nu nog verandert de bevolking van Amsterdam voortdurend van samenstelling. Dat blijkt alleen al uit wat cijfers. Van de ongeveer 731.000 inwoners die Amsterdam nu telt, woonden er maar liefst 512.000 tien jaar geleden nog niet in de stad. In die tien jaar trok ruim een kwart miljoen mensen uit de rest van Nederland naar Amsterdam en kwamen er zo'n 164.000 uit het buitenland hier naartoe. Al met al wonen er nu mensen van 173 verschillende nationaliteiten in de stad.

De Amsterdamse samenleving bestaat inmiddels voor circa 37 procent (2000) uit allochtonen. In 2020 zal dat naar verwachting 46 procent zijn. De groei is het sterkst bij mensen uit niet-geïndustrialiseerde landen. In 2020 zullen zij 16% van de Amsterdamse bevolking uitmaken.

Maar er is de afgelopen decennia veel méér gebeurd. Vrouwen zijn steeds meer actief geworden in het openbare leven. Mede onder invloed van de vrouwenemancipatie is de arbeidsparticipatie in de afgelopen twintig jaar fors toegenomen (van 15 procent in 1975 naar 57% in 1999). Ook de aanwezigheid van een aanzienlijke homoseksuele en lesbische populatie in Amsterdam wordt steeds meer zichtbaar. Naar schatting is ongeveer 10 procent van de Amsterdamse bevolking homoseksueel. Een evenement als de Gay- en Lesbian Games (1998) heeft bijgedragen aan het vergroten van deze zichtbaarheid. Amsterdam is nu een stad van vele culturen, etniciteiten en religies. Juist die diversiteit in levensstijlen geeft Amsterdam haar vitaliteit en maakt haar tot een bruisende, internationaal georiënteerde stad.

Van doelgroepen naar diversiteit

De grote veranderingen in de Amsterdamse samenleving hebben de nodige aanpassingen gevergd. Mensen moeten wennen aan elkaar, aan andere levensstijlen, andere waarden en normen, uiterlijke verschijningen en andere omgangsvormen. Sinds de jaren zeventig heeft de gemeente een specifiek beleid gevoerd voor verschillende doelgroepen: etnische minderheden, vrouwen, homoseksuelen, jongeren, gehandicapten en ouderen.

Het belangrijkste resultaat van dit doelgroepenbeleid is dat het de relatieve achterstand van de doelgroepen zichtbaar heeft gemaakt en op de agenda heeft gezet. Maatregelen als positieve actie hebben zowel voor vrouwen als voor allochtonen deuren geopend. Een nadeel van dit beleid was dat minderheidsgroepen hierdoor geproblematiseerd werden. Het leek alsof zij het zonder steun van de overheid niet zouden redden. Ook ging het beleid voorbij aan de sociaal-economische en culturele verschillen binnen de doelgroepen. Aan het einde van de 20ste eeuw willen mensen steeds meer als unieke individuen worden gezien en aangesproken, en niet meer uitsluitend als lid van een groep. Het minderhedenbeleid is daarom opnieuw onder de loep genomen en herijkt tot 'diversiteitsbeleid'. Dit diversiteitsbeleid omvat onder meer het beleid inzake homo- en vrouwenemancipatie en het nieuwkomers- en minderhedenbeleid.

Het diversiteitsbeleid speelt op een positieve manier in op de veranderende bevolkingssamenstelling en houdt rekening met verschillen tussen Amsterdammers. Niet zozeer de doelgroep staat centraal als wel de problemen die moeten worden aangepakt. Het nieuwe diversiteitsbeleid wil bereiken dat de diversiteit die op straat te vinden is, weerspiegeld wordt op alle niveaus van de samenleving, in het bestuur en de ambtelijke organisatie en op de werkvloer van instellingen en bedrijven. Het ideaal is een diverse stad waarin alle Amsterdammers zich kunnen herkennen en thuis voelen en waar iedereen de kans krijgt zijn talenten te ontplooien. Hierbij is er extra aandacht voor de jeugd.

Wat houdt het diversiteitsbeleid in?

Diversiteitsbeleid zet hoog in. Het streeft naar een stad waar iedereen zich thuis voelt. Een stad waarin iedereen eerlijke kansen heeft (onder meer op scholing, werk, huisvesting, zorg). Waarin er respect voor elkaar is en discriminatie actief wordt bestreden. Waarin iedereen kan meedoen, meedenken en meebeslissen.

Dat is een hoog gegrepen ideaal, maar niet té hoog. Het is goed te bedenken dat diversiteitsbeleid geen conflictloze samenleving tot stand kan brengen. Conflicten worden niet veroorzaakt en dus ook niet opgelost door de diversiteit van de samenleving. Conflicten kunnen wel ontstaan door achterstelling en onopgeloste problemen bij het omgaan met verschillen. Daarom zet het diversiteitsbeleid in op het slechten van barrières en het stimuleren van interactie tussen mensen met verschillende culturen en verschillende leefstijlen.

Aan dat ideaal van een diverse stad werkt de gemeente Amsterdam niet alleen omdat dat sociaal is, maar vooral omdat de gehele Amsterdamse bevolking daar beter van wordt. Stimuleren dat iedereen een bijdrage kan leveren en ieders talent zich kan ontplooien, leidt immers tot een betere stad. Dan wordt het potentieel van een diverse stad ten volle benut.

Het diversiteitsbeleid streeft niet naar het afbouwen van alle inspanningen die tot nu toe in het kader van het doelgroepenbeleid zijn geleverd. Integendeel, het beleid dat gevoerd wordt op het gebied minderheden, vrouwenemancipatie en homo's levert bouwstenen voor het nieuwe diversiteitsbeleid. Dat nieuwe beleid streeft ernaar bestaand beleid een impuls te geven en een nieuwe algemene denkrichting te bevorderen. Daarbij kiest de gemeente voor een extra investering in de Amsterdamse jeugd, het kapitaal voor de toekomst.

De gemeente heeft haar uitgangspunten voor het diversiteitsbeleid vertaald in vier doelstellingen. Deze doelstellingen en maatregelen zijn in twintig concrete projecten geoperationaliseerd. De twintig projecten vormen samen het Implementatieplan 'De kracht van een diverse stad': Uitvoering van het diversiteitsbeleid van de gemeente Amsterdam.

  • Het gemeentelijk beleid beter afstemmen op de diverse samenstelling van de Amsterdamse bevolking
  • Inzet van het diversiteitsbeleid is de inbedding van diversiteit in regulier beleid mainstreaming). Hierdoor wordt duidelijk dat de gemeente Amsterdam het diversiteitsbeleid mede ziet als een veranderingsproces voor de gemeentelijke organisatie en het door haar te ontwikkelen beleid. Veel projecten zijn gericht op het ontwikkelen van instrumenten, methodieken en het inzetten van experimenten om het diversiteitsproces te bevorderen.
  • Zorg dragen voor de weerspiegeling van de diversiteit van de Amsterdamse bevolking in de personele samenstelling (op alle niveaus) en de organisatiecultuur van gemeentelijke instellingen en bedrijven

Het belang van deze doelstelling ligt voor de hand. Als het ambtelijk apparaat divers is samengesteld, zal ook de inbreng bij het voorbereiden en uitvoeren van beleid diverser zijn. Dat vergroot de kans dat dat beleid adequaat inspeelt op de diverse behoeftes van alle Amsterdammers. De kwaliteit van overheidsvoorzieningen en -diensten kan daardoor verbeteren. Daarnaast komt het de geloofwaardigheid van de gemeente ten goede als alle Amsterdammers zich in het ambtelijk apparaat kunnen herkennen.

De gemeente heeft haar inspanningen al vergroot om vrouwen, allochtonen en mensen met een handicap evenredig op alle niveaus in het personeel vertegenwoordigd te krijgen. Uit de cijfers van 2000 blijkt dat vrouwen 43,5 procent van de Amsterdamse beroepsbevolking vormen. Het aandeel vrouwen binnen de gemeentelijke organisatie was in dat jaar 31 procent. In 2000 was 19,4 procent van het personeel binnen de gemeente allochtoon, terwijl allochtonen 29,5 procent van de Amsterdamse beroepsbevolking vormen.

Maar er moet ook gewerkt worden aan een cultuuromslag: verscheidenheid moet gemeengoed worden. Dat kan alleen als diversiteitsbeleid gekoppeld wordt aan de doelstellingen van elk onderdeel van de gemeente: steeds moet worden duidelijk gemaakt waarom diversiteit helpt die doelen beter te realiseren.

  • De participatie van alle Amsterdammers stimuleren en negatieve beeldvorming, vooroordelen en uitsluiting actief bestrijden

Alle Amsterdammers moeten kunnen meedoen, meedenken en meebeslissen in de wijk, op school, in buurtcentra en bewonersorganisaties enzovoorts. Daar ontbreekt nog veel aan. Vrouwen en allochtonen (en dan vooral vrouwelijke allochtonen) zijn zwaar ondervertegenwoordigd. Om daar iets aan te doen, wil de gemeente onder meer bij het toetsen van beleid extra aandacht geven aan de vraag of er wel genoeg verschillende groepen betrokken zijn geweest bij het tot stand komen ervan.

Zolang de Amsterdamse bevolking nog niet evenredig vertegenwoordigd is in allerlei beleidsgerichte adviesraden van de gemeente, blijft het bestaan van categorale adviesraden (zoals de adviesraad minderhedenbeleid, de emancipatieadviesraad en het homoplatform) noodzakelijk. Maar overleg en samenwerking tussen die adviesraden moet gestimuleerd worden en de hele adviesstructuur zal flexibel en actiegericht moeten worden opgezet.

  • Een brede maatschappelijk coalitie in beweging zetten die zich richt op het positief benutten van de Amsterdamse diversiteit

Er is een cultuuromslag nodig: verschillen niet langer zien als een last, maar als een kans. Zo'n omslag kan de gemeente niet in haar eentje realiseren. Commitment van stadsdelen, politiek, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, zelforganisaties en burgers is noodzakelijk. Daarom wil de gemeente het voortouw nemen om een brede maatschappelijke coalitie bij elkaar te brengen, voorzieningen te financieren en informatie en instrumenten te leveren.

Wat doet de gemeente nu precies?

Het is inmiddels twee jaar geleden dat de gemeente Amsterdam haar uitgangspunten bij het diversiteitsbeleid bepaalde. Sindsdien is er uiteraard het nodige gebeurd. Er zijn twintig concrete projecten opgezet, en een aantal daarvan is al goed op gang gekomen. Hieronder een aantal voorbeelden, in willekeurige volgorde.

  • Verschillende gemeentelijke sectoren zijn aan de slag gegaan om de algemene uitgangspunten van het diversiteitsbeleid voor zichzelf uit te werken. Op het gebied van sportbeleid wordt nu bijvoorbeeld gewerkt aan plannen om sportverenigingen met veel allochtonen extra te ondersteunen en combinaties te leggen met kinderopvang. Ook wordt er nagedacht over sportvoorzieningen in de buurt. Daar moeten er meer van komen en ze moeten vrij toegankelijk en van goede kwaliteit zijn.
  • Op het gebied van gemeentelijk huisvestingsbeleid staat eveneens het nodige in de steigers. De gemeente wil meer woningen realiseren voor de bewonerscategorieën die het moeilijkst aan bod komen. Dat betekent onder meer extra woningaanbod voor grote gezinnen en voor kleine en grotere huishoudens met een middeninkomen. Ook moeten er meer woningen komen die geschikt zijn voor mensen met lichamelijke of geestelijke beperkingen.
  • De gemeente Amsterdam heeft ook haar eigen subsidiebeleid onder de loep genomen. Instellingen die subsidie willen krijgen, zullen aandacht moeten geven aan de diverse samenstelling van hun eigen bestuur en personeel. Omdat keiharde verplichtingen in de praktijk niet werken, worden er geen nieuwe, aangescherpte subsidieregels opgesteld. Maar bij het uitvoeren van de bestaande regels zal extra gelet worden op diversiteit.
  • Voor het Amsterdamse personeelsbeleid gold het jaar 2000 gold als 'Themajaar diversiteit'. In dat kader is een hele serie projecten van start gegaan. Zo wordt er gewerkt aan het imago van Amsterdam als werkgever: de gemeente moet beter uitdragen dat zij diversiteit onder haar personeel nastreeft. Daarnaast zijn er onder meer stageplaatsen voor vluchtelingen gecreëerd, is de sollicitatiecode aangepast aan de uitgangspunten van het diversiteitsbeleid en zijn er trainingen opgezet voor selectiegesprekken.
  • Naar het voorbeeld van Amsterdam-Zuidoost wordt er in Amsterdam-West en Amsterdam-Noord gewerkt aan plannen om jongeren aan een baan te helpen. In Zuidoost werken onder meer de gemeente, het stadsdeelbestuur, de Arbeidsvoorziening en het ROC van Amsterdam al een paar jaar samen. Scholieren van het vmbo kunnen aan de zogeheten Arena-academie buiten de gewone schooltijden om aanvullende cursussen krijgen. Niet alleen komen zij zo extra goed opgeleid de arbeidsmarkt op, ook zijn ze alvast gewend aan gewone werktijden.

De centrale gedachte in dit Arena-initiatief is wat wel de 'haal- en brenggarantie' genoemd wordt: een grote werkgever die zich in het gebied wil vestigen, legt zijn precieze wensen over arbeidskrachten op tafel, de gemeente verzekert hem dat die krachten er zullen zijn als het bedrijf zijn deuren opent. Het initiatief werkt. Veel werknemers van bijvoorbeeld de Pathé-bioscoop en de Heineken Hall komen uit de buurt.

  • Van mei 2000 tot de zomer van 2001 is de campagne 'Amsterdam Leeft Samen' gehouden, met krantenadvertenties, affiches, tv- en radiospots en een website. Uit een eerste evaluatie bleek dat de boodschap van de campagne breed wordt onderschreven. In een vervolg wil de gemeente vooral jongeren aanspreken. Zij zijn tenslotte dragers van vernieuwing: kritisch, snel, eigenzinnig. Jongeren zijn zich, naar eigen zeggen, al goed bewust van de positieve kanten van de diverse stad. Een nieuwe campagne mag dus uitdagender en prikkelender zijn.
  • In april 2001 is het Informatie- en Servicepunt Politieke Participatie Migranten (ISP) van start gegaan. Het ISP moet eraan bijdragen dat de besturen in Amsterdam (van gemeente, stadsdelen en maatschappelijke instellingen) een betere afspiegeling van de bevolking worden. Dat wil het steunpunt onder meer bereiken door cursussen politieke participatie voor migranten te organiseren en bestuurders uit migrantenkringen te coachen en te begeleiden. Ook heeft het ISP een informatiedesk en geeft het een nieuwsbrief uit.
  • Sinds april 2001 is er ook een allochtone bestuurdersbank (www.amsterdam.besturen.net). Dat is een databank met twee soorten gegevens: enerzijds die van allochtonen die in een bestuur willen plaatsnemen, anderzijds die van instellingen en adviesraden die bestuurders zoeken. Het systeem vergelijkt de gegevens van de bestuursvacatures en de kandidaten met elkaar en koppelt de meest geschikten automatisch aan elkaar. Het zal nog wel even duren voor de databank genoeg gegevens bevat. Zodra dat het geval is, zal het ISP de zaak gaan beheren.
  • In het Vrouwenempowermentcentrum in Amsterdam-Zuidoost is in 1999 het zogeheten Action Learning Programma gestart. Het uitgangspunt van het ALP is dat mensen vaak ideeën genoeg hebben. Vaak missen ze echter de benodigde kennis en ervaring en netwerken om daar iets mee te doen, bijvoorbeeld in maatschappelijke en politieke organisaties en ook op de arbeidsmarkt. Om dat te verhelpen, zijn vrouwen in Zuidoost getraind in politieke participatie, fondsenwerving, communicatie, presentaties - kortom, allerlei vaardigheden waarmee zij hun eigen ideeën kunnen omzetten in concrete acties. Vrouwen die een ALP-training hebben gevolgd, kunnen zelf andere vrouwen trainen. Het voorbeeld van Zuidoost wordt inmiddels nagevolgd in de Westelijke tuinsteden.

Het is maar een greep. Niet alles wat de gemeente van plan was, is al daadwerkelijk van de grond gekomen. Daarvoor was de tijd ook te kort. Wat in elk geval vaststaat, is dat het beleid divers zal moeten zijn. Bijna net zo divers als de stad zelf.