Een van de onderzoeken die Projectbureau IJburg bij IBA heeft uitgezet, is een historisch onderzoek naar niet-gesprongen explosieven. Dit onderzoek was nodig omdat het Zeeburgereiland tijdens de Twe...
Eén van de onderzoeken die Projectbureau IJburg bij IBA heeft uitgezet, is een historisch onderzoek naar niet-gesprongen explosieven. Dit onderzoek was nodig omdat tijdens de Tweede Wereldoorlog de Duitsers het Zeeburgereiland gebruikte als watervliegtuigbasis. Deze basis, de Fliegerhorst Schellingwoude, was de grootste in Nederland en is diverse malen door de Britten gebombardeerd. Ook lagen er munitiebunkers. Met behulp van oude kaarten, archiefmateriaal en interviews met voormalige dienstplichtigen heeft IBA de militaire gegevens geïnventariseerd.
In 2006 werd in de Probleeminventarisatie conventionele explosieven (PI CE) onder andere het vermoeden geuit dat zich Duitse explosieven zouden kunnen bevinden in de waterbodem van het Buiten IJ. In 2007 kwamen bij onderhoudsbaggerwerkzaamheden in de vaargeul van het Buiten IJ inderdaad een Duitse zeemijn en een Duitse brisantbom boven water. De probleeminventarisatie was de basis voor de risicoanalyse die verricht is door twee opsporingsbedrijven.
Nadat de Duitse zeemijn en brisantbom waren opgebaggerd heeft de Directie Openbare Orde en Veiligheid, IBA gevraagd om een vooronderzoek CE voor het Buiten IJ. Het onderzoek is samen met de Koninklijke Marine verricht.
IBA heeft daarnaast nog historisch onderzoek verricht naar oefeningen van het studentenpeloton met mortieren op het Zeeburgereiland in de jaren vijftig. Hierbij werden rookgranaten afgeschoten. In het onderzoek stond het traceren van aangetroffen granaten centraal.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Alfred Bakker
t: 020 251 1283
e: abakker@iba.amsterdam.nl