Er komen steeds meer systemen voor warmte- en koudeopslag (WKO) in Nederland. Tot 2030 zal het aantal toenemen van 485 tot zeker 2000. Hoewel dit goed nieuws is voor milieu en portemonnee, neemt de ...
Er komen steeds meer systemen voor warmte- en koudeopslag (WKO) in Nederland. Tot 2030 zal het aantal toenemen van 485 tot zeker 2000. Hoewel dit goed nieuws is voor milieu en portemonnee, neemt de kans toe dat de systemen elkaar verstoren (zgn. interferentie). De vraag is nu welke vorm van sturing door de overheid nodig is om WKO optimaal te kunnen toepassen. IBA deed onderzoek .
WKO is een techniek waarbij thermische energie tijdelijk in de bodem wordt opgeslagen, bijvoorbeeld voor de verwarming en koeling van gebouwen. De techniek is kostenbesparend én goed voor het milieu. De uitstoot van kooldioxide is flink lager dan bij fossiele energie en de energiebesparing ligt tussen de 50 en 80 procent.
Het is dus niet voor niets dat WKO-systemen in trek zijn. Maar met de toename van het aantal systemen, neemt ook de kans toe op onderlinge interferentie. Met als gevolg: rendementverlies, kostenstijging en waardevermindering van het systeem voor de gebruiker. De vraag is nu op welke manier interferentie valt te voorkomen en hoe de ondergrond eerlijk kan worden verdeeld. Want in de vergunningenpraktijk geldt meestal nog het principe: wie het eerst komt, die het eerst pompt.
De gemeente Amsterdam voorzag al in 2003 dat er bij de Zuidas problemen met interferentie zouden kunnen optreden. Omdat dit probleem ook op andere plaatsen in Nederland zal ontstaan, heeft IBA onderzoek gedaan naar interferentie bij WKO. Dat was mogelijk dankzij een subsidie van het ministerie van VROM en een opdracht van de gemeente Amsterdam.
Bij het onderzoek lag de nadruk vooral op het juridisch kader van WKO. Ook heeft IBA de technische aspecten van interferentie onder de loep genomen. Het onderzoek toegespitst op de Zuidas deed IBA alleen. Voor het overige deel werkte IBA samen met adviseurs van IF Technology BV en Sterk Consulting. Deze samenwerking leidde tot de formulering van drie visies op sturing van WKO, te weten:
Om de resultaten uit het onderzoek te toetsen aan de praktijk, heeft IBA op 11 mei jl. een workshop georganiseerd, waaraan meer dan twintig vertegenwoordigers van provincies, gemeenten en bedrijven deelnamen. De meesten bleken een voorkeur te hebben voor sturing van WKO volgens het principe van ruimtelijke ordening, met gebruikmaking van masterplannen. Met nadruk werd daarbij de kanttekening geplaatst dat er sprake moet zijn van een gebiedsgerichte benadering: de aanpak bij de aanleg van een WKO-systeem in een tuindersgebied kan dus verschillen van die in een gebied als de Zuidas.
Ondanks de geslaagde bijeenkomst is er nog geen kant en klare oplossing: er zijn nog veel open eindjes als het gaat om sturing van WKO. Maar er is wel een oplossingsrichting die zich leent om verder uitgewerkt te worden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Annemarie Buchel (Advies), t. 020 251 1202, of Ruud van Doorn (manager Advies), t. 020 251 1165.