Gevraagd: ongevraagd advies

De Zuidas is volop in ontwikkeling sinds het ontstaan van de eerste plannen. Dat is nu alweer tien jaar geleden. Robert Dijckmeester (financieel projectdirecteur Zuidas) en Jan Hagendoorn (directeur...

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 
Kantoor IBA

Gevraagd: ongevraagd advies

De Zuidas is volop in ontwikkeling sinds het ontstaan van de eerste plannen. Dat is nu alweer tien jaar geleden. Robert Dijckmeester (financieel projectdirecteur Zuidas) en Jan Hagendoorn (directeur IBA) spreken over de rol van IBA in de Zuidas de afgelopen jaren. Ook blikken ze vooruit. “De stad heeft behoefte aan ongevraagd advies van IBA”, meent Dijckmeester.

Dijckmeester: “Er is de afgelopen tien jaar veel gebeurd bij het project Zuidas, maar ook bij IBA. Dat merk ik als projectdirecteur. IBA zou privatiseren en stond met de rug naar de stad gekeerd. Nu is dat niet meer het geval en dat is maar goed ook.”

Hagendoorn: “Doordat wij zouden privatiseren en door de manier van werken op de Zuidas, is de afstand tussen het projectbureau en IBA relatief groot. Frans Taselaar, onze projectcoördinator Zuidas, en ik hebben periodiek contact met de projectdirectie. Op zich werkt dat goed, maar het creëert een bepaalde afstand tot de projectdirectie.”

Dijckmeester: “Sinds de eerste plannen voor de Zuidas heeft IBA veel meerwaarde voor mij. Het was vooral prettig dat IBA met mij meedacht en informatie gaf die bruikbaar was binnen mijn strategie om het project van de grond te tillen. Nu, tien jaar later, merk ik dat nog steeds. De relatie tussen het projectbureau en IBA is niet intensief maar wel waardevol. Ik spreek de mensen van IBA niet vaak maar ik weet dat jullie op de belangrijke momenten bij mij aankloppen. Het strategisch meedenken, dat is voor mij echt een meerwaarde.”

Hagendoorn: “De Zuidas is een dynamisch project. Om vaker strategisch te kunnen adviseren, maar ook voor onze rol in de uitvoering, moeten we goed weten wat er speelt. Zowel voor als achter de schermen. Ik merk dat IBA-medewerkers het soms moeilijk vinden om in de onzekere omgeving van de Zuidas te werken. Het vergt een grote flexibiliteit, maar het maakt de projecten ook heel spannend.”

Dijckmeester: “Onzeker? Ja, in de Zuidas worden de projecten en de organisatie wel eens op z’n kop gezet. Wat mij ook moeilijk lijkt voor IBA, is jullie rol in voorbereiding en toezicht. Voor deze werkzaamheden is Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA) opdrachtgever; het Projectmanagementbureau (PMB) bewaakt de samenhang tussen de deelprojecten en het stadsdeel ziet erop toe dat de openbare ruimte te beheren is. Bovendien merk ik dat het projectbureau en Ontwikkelingsbedrijf Amsterdam niet altijd dezelfde kwaliteitsnorm hanteren voor werken in de openbare ruimte.”

Hagendoorn: “Wij moeten dan bemiddelen tussen meerdere partijen.”

Dijckmeester: “Het opdrachtgeverschap moeten we beter invullen. Ik vind ook IBA daarin te kleurloos. Dat je opdrachtnemer bent, wil niet zeggen dat je moet afwachten. Jullie unieke deskundigheid van techniek, risico’s en de inhoudelijke ervaringen binnen Amsterdam is een cruciale aanvulling op de managementkwaliteiten van de Amsterdamse opdrachtgevers. Als opdrachtgever moet je inhoudelijk weten waarover je praat. Dat geldt straks ook voor de ZuidasDok onderneming. (een private onderneming in oprichting om de realisatie van het ZuidasDok mogelijk te maken, red.). IBA is als eerste binnen de gemeente bedrijfsmatig gaan werken. Dat heeft veel voordelen, maar jullie zijn nu het braafste jongetje van de klas. Geef je visie op de stad, wordt zichtbaar, vind er wat van. Ook als het je niet wordt gevraagd, de stad heeft daar behoefte aan. Daarom is het belangrijk dat jij gaat deelnemen aan het Directeurenteam Zuidas.”

Hagendoorn: “Het is goed dat je ons daar op aanspreekt, het is nu aan ons om resultaten te laten zien. Daarvoor moeten we lef tonen en dit soort discussies ook durven voeren me t andere partijen . Ik zie dit gesprek als een bevestiging in onze keuze om naast ingenieursbureau ook adviesbureau van de gemeente te willen zijn.”

Dijckmeester: “Wees niet te bescheiden. Jullie hebben met de integrale leidingentunnel en de warmte- en koudeopslag innovaties tot stand gebracht die ik niet voor mogelijk hield.”