“Ik ga met een goed gevoel weg”

Kruimelpad

 
Kantoor IBA

“Ik ga met een goed gevoel weg”

IBA Accent nummer 5, 2006

Na vierenhalf jaar gaat Jan Hagendoorn IBA verlaten. Per 1 februari 2007 wordt hij directeur van het Ontwikkelingsbedrijf Amsterdam (OGA). In zijn periode als directeur heeft IBA flinke veranderingen doorgemaakt. Na de beslissing van de Amsterdamse gemeenteraad dat IBA van strategisch belang was voor de gemeente en daarom niet geprivatiseerd moest worden, is IBA gereorganiseerd, verhuisd naar het centrum van Amsterdam en is er een cultuurverandering in gang gezet. Hoe kijkt Jan terug op deze periode en hoe ziet zijn toekomst eruit?

Jan, je gaat IBA verlaten. Waarom?

Laat ik eerst zeggen dat ik het nog steeds erg naar mijn zin heb bij IBA. Met het bedrijf gaat het aantoonbaar goed en de medewerkers zitten lekker in hun vel. De kans bij OGA deed zich op een onverwacht moment voor. En al vind ik het jammer om bij IBA weg te gaan, ik hou erg van complexe uitdagingen en wat dat betreft is OGA de hoofdprijs. OGA is een prachtig bedrijf in het hart van de Amsterdamse ruimtelijke sector met veel kansen om tot verbeteringen te komen.

Wie gaat je opvolgen bij IBA?

De opvolgingsprocedure start eind november en het streven is om snel een opvolger te hebben, misschien al als dit nummer verschijnt. In ieder geval zal ik vanaf 1 januari worden waargenomen door Alexandra van Olst.

Kun je 4,5 jaar IBA samenvatten in 3 steekwoorden?

Allereerst dynamisch. Ik zeg dat omdat ik dat tegenwoordig heel vaak terughoor van nieuwe medewerkers en ook van bezoekers van IBA. Het tweede woord is vakkundig. Dat waren we al en dat zijn we gebleven. Techniek is onze basis. We zijn niet voor niets het technisch geweten van Amsterdam. Het derde woord is Amsterdams. Daarmee bedoel ik dat we specifieke grootstedelijke kennis hebben, natuurlijk in het bijzonder van Amsterdam.

Wat waren voor jou de belangrijkste veranderingen bij IBA in je periode als directeur?

Het bedrijf is veel zelfbewuster geworden en de medewerkers zijn weer trots op hun bedrijf. En natuurlijk zijn ook de cijfertjes sterk verbeterd. Een zeer laag ziekteverzuim (ruim 2%), een flinke verbetering van de productiviteit en van de projectbeheersing en een sterke verbetering van de winstgevendheid. Driekwart van de reorganisaties mislukt, bij IBA is het overduidelijk wel gelukt. We zijn van zekerheidszoekers lefgozers geworden. Verder ben ik erg tevreden met onze huisvesting, die alle veranderingen symboliseert. We zijn letterlijk terug in het centrum en we stralen vernieuwing, openheid en menselijkheid uit.

Hoe heb je de advies- en ingenieurswereld ervaren?

Ingenieurs zijn analytisch scherpe en gedegen vakmensen met hart voor de techniek. Met die techniek kun je de meest ingewikkelde projecten realiseren. De kunst is om die projecten financieel en maatschappelijk haalbaar te maken. En om de gedragscompetenties van die ingenieurs te verbreden en te versterken. Daar is in deze wereld ook steeds meer aandacht voor. Wat ik ook fantastisch vind in deze wereld, is dat je het allemaal letterlijk gebouwd ziet worden.

Welke ontwikkelingen zie je in de ingenieursbranche?

Iedereen in de branche is op zoek naar meerwaarde, naar waarin men zich kan onderscheiden van anderen. Bij ons zit dat vooral in de stedelijke kennis en ervaring. Het is steeds meer onze rol om partner te zijn van de opdrachtgever, hem de ontzorgen en proactief met hem mee te denken. Al in de vroege planfases adviseren wij over uitvoerbare en betaalbare oplossingen.

Daarnaast zie je in de branche de lifecycle benadering naar voren komen, je ziet ook dat het belang van de eindgebruiker centraler komt te staan en dat het belang van de beheerfase beter in beeld komt. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat er minder snel in kant-en-klare oplossingen wordt gedacht. Zo kun je zogenaamde functionele specificaties maken , waar bij de creativiteit van een aannemer wordt gestimuleerd om tot slimme oplossingen te komen, die óf goedkoper zijn óf meerwaarde hebben. Tenslotte wordt er steeds meer en beter samengewerkt, ook tussen ingenieursbureaus.

Hoe ziet de toekomst bij OGA eruit voor jou?

OGA is een complexere organisatie dan IBA. OGA zit veel meer in de opdrachtgevende rol en staat ook veel meer in de politieke en publicitaire schijnwerpers. Behalve betrokkenheid bij de projecten in de stad zal er ook financiële regie gevoerd moeten worden bij de ontwikkeling van de stad. Naast de managementkant zal ik een actief netwerk onderhouden in de vastgoedwereld en word ik de eerste adviseur van het College op mijn toekomstige werkterrein. Mijn ervaringen bij IBA en bij de Bestuursdienst zal ik dus goed kunnen gebruiken.

Ik heb echt zin in deze complexe uitdaging en heb ook het gevoel dat ik IBA als een sterke organisatie achter laat. Ik ga met een goed gevoel weg.