Hoe krijg en houd je de openbare ruimte in Amsterdam schoon, heel en veilig? Tijdens de Openbare Ruimte Conferentie in december 2002 formuleerden stadsdelen en de centrale stad zeven acties om dit ...
Hoe krijg en houd je de openbare ruimte in Amsterdam schoon, heel en veilig? Tijdens de Openbare Ruimte Conferentie in december 2002 formuleerden stadsdelen en de centrale stad zeven acties om dit te bewerkstelligen. Inmiddels zijn de gevolgen hiervan merkbaar.
Neem de Puccini-methode, een uitgave van de Dienst Ruimtelijke Ordening (dRO) vol aanbevelingen om de uitvoeringskwaliteit van projecten in de openbare ruimte te verbeteren. Het is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen verschillende stadsdelen en centrale diensten. Heiko Miskotte, projectleider van het onderzoek namens dRo, en Ko Hamelink, seniorprojectleider van IBA, vertellen er meer over.
Zij maakten samen deel uit van de werkgroep ‘ontwerp-uitvoering-beheer’ die het project begeleidde. “In de groep had ik enkele enthousiaste mensen gevonden die er de schouders onder wilden zetten”, blikt Ko Hamelink van IBA terug. “Er was onderling respect en niemand deinsde ervoor terug om de zwakke plekken van de eigen organisatie bloot te leggen.” Heiko Miskotte: “Natuurlijk zijn er verschillen en waren er veel discussiepunten maar er is een sterke drang om zaken te verbeteren. Gebleken is dat een betere samenwerking nodig is, het gros van de aanbevelingen gaat dáár dus over. Inderdaad, allemaal open deuren, maar nu zijn de wil én het gereedschap er om er iets mee te doen.” Gezamenlijke verantwoordelijkheid is een van de aanbevelingen die in de Puccini-methode worden genoemd. Alle partijen hebben hetzelfde eindresultaat voor ogen en voelen zich hier ook gezamenlijk verantwoordelijk voor.
Tijdens een expertmeeting over uitvoeringskwaliteit werden bonbons uitgedeeld van Puccini. Gekscherend werd opgemerkt dat deze bonbons symbool staan voor een goede uitvoering: passie, ambacht, goede ingrediënten, gedegen voorbereiding, nauwkeurige uitvoering met als resultaat een hoge eindkwaliteit. Dit is wat wij in Amsterdam willen bereiken en waarvoor we de methode hebben opgesteld. Vandaar de naam ‘Puccini-methode’.
De Puccini-methode lijkt een verzameling van voor de hand liggende constateringen. Maar nu het allemaal eens goed is opgeschreven, kan het een hulpmiddel zijn om bestaande procedures te verbeteren en te stroomlijnen. Planning en kwaliteit kunnen zo in de toekomst beter bewaakt worden. De werkgroep heeft de – tussentijdse – resultaten een aantal keer gepresenteerd tijdens zogenaamde ‘expertmeetings’ die werden bijgewoond door enkele bestuurders, de directeuren van een aantal centrale diensten en ambtenaren van zowel centrale stad als stadsdelen. De Puccini-methode is het voorlopige eindproduct: een reeks concrete aanbevelingen en een aantal onderzoeksvoorstellen.
De samenwerking waarvan Ko Hamelink en Heiko Miskotte deel uitmaakten is bijzonder en zinvol te noemen. “Er ontstond begrip voor elkaars problemen”, bevestigt Hamelink. “Wat uiteindelijk resulteerde in aanbevelingen die we allemaal konden onderschrijven. Het concern I amsterdam leefde helemaal op, prachtig toch?” Miskotte: “Er is een steeds breder besef dat de uitvoeringsfase feitelijk de belangrijkste fase is: de fase waarin de enorme hoeveelheid werk die jarenlang verzet is daadwerkelijk een fysieke vorm krijgt. Maar we zijn nog maar net begonnen. Eerst zien, dan geloven. Het is niet de eerste keer dat deze materie op de agenda staat!” Een belangrijke aanbeveling voor de uitvoeringsfase is het instellen van een uitvoeringsteam waarvan alle betrokkenen deel uitmaken. Dat team kan tijdens de uitvoering nog veel problemen oplossen.
Enkele aanbevelingen worden nog verder uitgewerkt. “Zo gaan we bekijken hoe de rol en de verantwoordelijkheid van de be heerder beter in het proces kunnen worden gewaarborgd en zijn we bezig met de afronding van een concept-catalo g us ‘Amsterdams Straatwerk’. Hierin is een systematiek uitgewerkt voor inrichtingsprincipes en detaillering van ‘standaard’ straatwerk.”
“We moeten er wél op toezien dat Puccini niet zomaar in de lade verdwijnt”, waarschuwt Hamelink tot slot. We zullen voorlopig dus aan de weg moeten blijven timmeren om de aanbevelingen stevig ‘tussen de oren’ te krijgen”.