IBA Accent nummer 5, 2006
Nederland heeft wel wat weg van China. Er zijn zo’n 7 miljoen voertuigen op de weg en binnen niet al te lange tijd gaan we naar de 9 miljoen. Samen met de scheepvaart is het wegverkeer de grootste luchtvervuiler. Vooral rond tunnelmonden laat de luchtkwaliteit te wensen over. Maar ook auto’s die rondrijden op zoek naar een parkeerplek zorgen voor veel vervuiling in de stad. Uit onderzoek van het COB (Centrum Ondergronds Bouwen) blijkt dat luchtvervuiling het best aangepakt wordt met maatregelen die op de locatie toegesneden zijn. IBA coördineerde dit onderzoek.
In samenwerking met Arcadis, DHV, TNO Bouw, Tec-Tunnel en Movares heeft het COB - het kenniscentrum op het gebied van ondergronds bouwen - onderzoek laten doen naar slimme, praktische èn betaalbare oplossingen voor luchtvervuiling bij tunnelmonden en ondergronds parkeren. De Zuidas was één van de cases in het onderzoek, ingebracht door de Amsterdamse dienst Milieu en Bouwtoezicht. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat de ondertunnelingsvariant van de A6/A9 en lichte overkappingen als case in het onderzoek ingebracht.
De Zuidas is een topproject, dat desondanks stopgezet zou kunnen worden vanwege de overschrijding van de Europese normering voor koolstofdioxide en fijnstof. In de Zuidas wordt een deel van de infrastructuur ondergronds gebracht. Doordat het rijdende verkeer in de tunnel een luchtstroom veroorzaakt die zich van de ingang naar de uitgang verplaatst, is de overschrijding van de normen bij de tunnelmonden van de Zuidas een groot risico. De uitlaatgassen komen in grote concentratie bij de uitgangen naar buiten. Binnen een topproject als de Zuidas kun je stellen dat tijd geld is. Wanneer lokale oplossingen voor de tunnelmonden kunnen voorkomen dat het project wordt stilgelegd in de studiefase scheelt dit aanzienlijk in de planning. Met betrekkelijk goedkope oplossingen is het geld snel terugverdiend.
Naast geld speelt ook gezondheid een belangrijke rol bij de luchtkwaliteit. Iedereen weet dat je als automobilist in Amsterdam extra reistijd moet inlassen voor het vinden van een parkeerplaats. Extra tijd maal het aantal auto’s dat alleen maar een rondje draait door bijvoorbeeld een oud stadsdeel als de Oude Pijp. Uit het COB-onderzoek blijkt dat (mechanisch) ondergronds parkeren op een aantal strategische plekken in De Pijp een grote bijdrage levert aan schonere lucht. Maar ook de kwaliteit van de leefomgeving verbetert: een win-winsituatie dus. Het lijkt te mooi om waar te zijn: geen autoblik, maar spelende kinderen en flanerende Amsterdammers langs de gracht.
Dat er technieken genoeg zijn die luchtvervuiling effectief aanpakken, was al bekend voor het COB-onderzoek. In landen als Japan en Noorwegen blijken maatregelen als het reinigen van de lucht, het aanbrengen van ventilatiesystemen en het ontwerptechnisch aanpassen van de tunnelmonden over het algemeen effectief. Het onderzoek heeft echter uitgewezen dat lokaal gekeken moet worden naar welke maatregelen of mix ervan het meest effectief zijn. Zo verwoordde Gonny Von Meijenfeldt de conclusies van het onderzoek. Zij coördineerde namens IBA het onderzoek. De kennis die IBA hiermee heeft opgedaan kan weer ingezet worden bij andere bouwprojecten binnen Amsterdam. Al met al zijn IBA en de stad er rijker van geworden.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Gonny von Meijenfeldt
t: 020 251 1494
e: gmeijenfeldt@iba.amsterdam.nl