Tunnelboren. Veilig en verantwoord, maar niet zonder risico's

Het boren van twee tunnels met een boordiameter van zeven meter is een grote en complexe operatie. De gemeente heeft veel maatregelen getroffen om zo gecontroleerd en veilig mogelijk te kunnen bouwen. Toch kan niet worden uitgesloten dat door het boren hinder of schade ontstaat, of een calamiteit optreedt. De gemeente en de aannemer zijn ook daarop voorbereid.

Kruimelpad

 

Tunnelboren. Veilig en verantwoord, maar niet zonder risico's

6 oktober 2009
 - 
Projectorganisatie Noord/Zuidlijn

Het boren van twee tunnels met een boordiameter van zeven meter is een grote en complexe operatie. De gemeente heeft veel maatregelen getroffen om zo gecontroleerd en veilig mogelijk te kunnen bouwen. Toch kan niet worden uitgesloten dat door het boren hinder of schade ontstaat, of een calamiteit optreedt. De gemeente en de aannemer zijn ook daarop voorbereid.

Zakkingen

De tunnels worden geboord op een grote diepte, gemiddeld 20 tot 30 meter onder de straat. Ondanks die diepte kan het boren invloed hebben op de bovengelegen panden en de straat. Dit komt doordat het boren bijna altijd gepaard gaat met zakkingen van de omliggende grond. Deze leveren geen problemen op voor de omgeving, zolang ze beperkt blijven. Dit vereist veel zorgvuldigheid in de voorbereiding en tijdens de uitvoering van het boorproces.

Zorgvuldige voorbereiding

In de voorbereiding is veel aandacht besteed aan het beoordelen van het risico op schade aan panden en de omgeving van het boortracé. Op basis daarvan zijn maatregelen genomen om de risico’s verder te beperken en te beheersen.

Zo zijn de funderingen van alle panden langs het boortracé onderzocht en zijn deze waar nodig hersteld. Onder enkele gebouwen worden extra voorzorgsmaatregelen getroffen om de fundering bij de passage van de boormachine zo nodig te ondersteunen.

Ook is er een monitoringsysteem ontwikkeld waarmee de effecten van het boren nauwkeurig in de gaten kunnen worden gehouden.

Invloed op panden

Ondanks alle maatregelen houden wij er rekening mee dat door het boorproces lichte schade kan ontstaan aan panden die in het invloedsgebied van de boormachines staan. Dit is een zone van ongeveer dertig meter aan weerszijden van het boortracé.

De schade die wordt voorzien is lichte scheurvorming in wanden (stuc- en metselwerk) en klemmende deuren en ramen. Deze schade levert geen gevaar op voor de bewoners of gebruikers van de panden en is doorgaans goed te herstellen. Dit betekent dat u voor, tijdens en na de passage van een boormachine gewoon in het pand kunt verblijven.

Speciaal team

Een speciaal team van medewerkers staat tijdens het boorproces paraat om snel vragen te kunnen beantwoorden en actie te ondernemen. Bijvoorbeeld wanneer schade in de woning wordt geconstateerd. De gemeente handelt snel en zorgvuldig de melding af en herstelt de eventuele schade.

Instructies en draaiboeken

Wij kunnen niet uitsluiten dat tijdens het boren een calamiteit optreedt. Mocht er iets misgaan, dan kan dit ook invloed hebben op de omgeving. Bijvoorbeeld als door het boren een verzakking ontstaat ter plaatse van wegen, tramrails, water of bebouwing. Doordat de tunnels op grote  diepte liggen, is de kans op zo een verzakking klein. Maar de gemeente en de booraannemer bereiden zich wel goed voor op zo een situatie.

De gevolgen van een plaatselijke verzakking zijn heel afhankelijk van de locatie, maar in alle gevallen zal er snel gehandeld moeten worden. Bijvoorbeeld om schade aan een pand, leiding of weg te herstellen, weggebruikers om te leiden of mensen op te vangen.

Er liggen uitgebreide instructies en draaiboeken klaar zodat iedereen weet wat hij of zij moet doen. Het Projectbureau Noord/Zuidlijn zal voor de start van het boorproces ook oefeningen organiseren om samen met betrokken partijen te testen of alles loopt zoals vooraf is afgesproken.

Bouwhinder

Het boorproces voltrekt zich op grote diepte. Het is daardoor niet waarschijnlijk dat de boormachines worden gevoeld of gehoord tijdens het boren. Hinder door het boorproces kan vooral optreden rond de bovengrondse werkterreinen bij het Damrak, de Dam en het Rokin. Bijvoorbeeld als gevolg van stof, bouwverkeer of geluid.

Het boorproces gaat 24 uur per dag en zeven dagen per week door. Er zijn daarom veel maatregelen getroffen om de geluidshinder te beperken. De aanvoer van materialen vindt bijvoorbeeld zoveel mogelijk overdag plaats en enkele installaties op de werkterreinen worden in een geluiddempende behuizing geplaatst.

Bij het Natte Damrak wordt over de startschacht een hoge hal gebouwd die een geluiddempende functie heeft. Door de grootte van de hal kan deze visueel wel hinderlijk zijn voor de buurt.