Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
De boormachines passeren bij het boren van de tunnelbuizen vanaf het Scheldeplein twee toekomstige metrostations in de binnenstad: De Pijp en Vijzelgracht. De boormachines eindigen aan beide zijden vlak voor het station Rokin.
De boormachines moeten de circa 200 meter lange stations passeren en verbinden zo de tunnels en stations aan elkaar. De stations moeten daarvoor helemaal op diepte zijn en in ruwbouw klaar zijn. In vaktermen heet dit boorontvangstgereed (BOG). Bij station Rokin worden de machines aan de buitenzijde tegen het station "geparkeerd" en wordt later een verbinding met het station gemaakt, ook wel de verloren-schild-methode genoemd.
Bijna alle wanden van de schachten of stations zijn verstevigd met wapeningsstaal. De boormachines kunnen niet door beton met stalen wapening boren. Bij de wanden waar de boormachines doorheen boren is gebruik gemaakt van een zeer sterke kunststof (glasvezel) wapening. De boormachines zijn uitgerust met speciale rolbeitels om door het beton van de wanden te boren.
De wanden van de schachten en stations waar de boormachines doorheen boren, worden verstevigd met dikke voorzetwanden. Deze wand bestaat uit twee stalen ringen naast elkaar, voor elke buis één, en wordt daarom wel 'brilwand' genoemd. Aan de binnenzijde van de ringen zijn rubberen profielen verwerkt die een waterdichte afsluiting vormen tussen de ring, het boorschild en vervolgens ook de tunnel. Mede daardoor wordt de tunnel waterdicht aangesloten op de schacht of het station, ook als de drukdichte trommel verwijderd wordt.
De brilringen worden zo in de voorzetwand geplaatst dat de boormachines bij de start in de juiste richting zullen boren. Door de positie van de brilringen in de wand kan de aannemer de boormachines als het ware richten.
Foto rechts: de brilwand in de startschacht op het Damrak. De brilwand zorgt tijdens het doorboren van de wand voor een waterdichte afsluiting tussen de ring en het boorschild van de boormachine. Mede daardoor blijft het grondwater buiten de startschacht.
De startschachten en de stations worden omgeven door water en grond. Om te voorkomen dat er bij het doorboren van de wanden door de boormachine grond of water in een schacht of station stroomt, is een speciale constructie nodig om de boormachine te laten vertrekken of te ontvangen. We hebben daarvoor twee methodes:
Op de illustratie hiernaast is het STS te zien. Deze staat hier tegen de wand van het station om de boormachine als het ware op te vangen wanneer zij door de wand heen boort.
Bij de stations Vijzelgracht en Ceintuurbaan boort de boormachine door de wand heen en gaat zover in de drukdichte trommel tot de tunnelbuis waterdicht aan de stationswand kan worden bevestigd. Het boorschild wordt als het ware opgevangen in de trommel. Daarna wordt de hele installatie losgemaakt en met behulp van lieren naar de andere zijde van het station verplaatst. Daar wordt de drukdichte trommel weer gebruikt om de boormachine in positie te brengen om via de wand aan de andere kant van het station haar weg te vervolgen. Dit hele systeem voor het opvangen, verplaatsen en weer laten opstarten van de boormachines wordt het schild transfer systeem genoemd.