Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
De stations in Amsterdam zijn omgeven door water en grond. Om ervoor te zorgen dat tijdens het doorboren van de stationswanden met onze tunnelboormachines de grond en het water niet naar binnen stromen, wordt een speciale constructie gebruikt: het schild transfer systeem (STS). Hoe werkt dit systeem?
Het STS wordt tegen de wand aangeplaatst waar de boormachine binnenkomt of vertrekt. Het STS is voorzien van een drukdichte trommel. De druk in de trommel wordt gelijkgesteld met water en perslucht aan de waterdruk in de grond (circa 2,7 bar). Dit geeft zoveel tegendruk dat water en grond niet binnen kunnen dringen. Het STS is een stalen gevaarte met een gewicht van 150.000 kilo en wordt ondersteund door de afsteunconstructie.
Als de boormachine door de stationswand boort, verdwijnt haar boorschild in het negen meter trommel.Zodra het boorschild er volledig in ligt, maken de boorders een waterdichte aansluiting tussen de tunnel en het station. Zie ook de illustratie hiernaast en bekijk het filmpje.
Wanneer de tunnel en het station op elkaar zijn aangesloten kan de druk van het STS af. De afsteunconstructie wordt verwijderd en de deksel kan eraf. De boorders koppelen het boorschild vervolgens los van de volgwagens. Het STS, met het boorschild erin, staat dan helemaal vrij en wordt naar de andere kant van het station verschoven.
Onder de poten van het STS zitten speciale voeten, een soort luchtkussens. Met een druk van 80 bar wordt stikstof in de kussens geblazen. Op het kussen van stikstof kan het loodzware geheel bijna wrijvingloos glijden in alle richtingen: een hovercraftachtig systeem. Zo kan het STS met daarin het boorschild over de vloer van de het station worden geschoven. Met behulp van lieren wordt het STS naar voren getrokken. De boorders plaatsen het STS aan de andere zijde van het station weer tegen de wand en brengen deze in de juiste vertrekpositie.
Nadat het STS met boorschild aan de andere kant van het station staat, volgen ook de zes volgwagens. Deze worden aan het boorschild gekoppeld en dan staat de boormachine klaar voor vertrek uit het STS op weg naar de volgende bestemming.
Het opvangen, verplaatsen en weer opstarten van de tunnelboormachine duurt ruim vijf weken.