Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
Onze tunnelboormachines zijn speciaal voor het project ontworpen en gebouwd door de Duitse firma Herrenknecht. Ze zijn vrijwel identiek qua ontwerp en uitvoering. De tunnelboormachine is 83 meter lang en heeft een doorsnede van bijna zeven meter. De voorzijde van de boormachine wordt gevormd door het boorschild dat ongeveer acht meter lang is met op de kop het graafwiel. Achter het schild komen zes volgwagens. De tunnelboormachine weegt 870.000 kilo.
Om een tunnel te kunnen boren in de zachte Amsterdamse grond is het noodzakelijke maatregelen te nemen die voorkomen dat het boorfront tijdens het graven instort. Het boorfront is de muur van grond voor het graafwiel. Dat kan door de voor het graafwiel aanwezige grond en waterdruk voortdurend te compenseren. Bij het boren van de tunnels voor de Noord/Zuidlijn wordt daarvoor de vloeistofschildmethode toegepast, ook wel slurryschild genaamd. ‘Slurry' is een mengsel van bentonietklei, water en (weggegraven) grond.
De tunnelboormachine kan niet vanaf het straatniveau starten met boren. Boven de boormachine moet voldoende grond aanwezig zijn. Bovendien moet de machine zich vanaf het begin ergens tegen kunnen afzetten. Daarom starten de boormachines vanuit een diepe schacht, een zogenaamde startschacht. De onderdelen van de boormachines worden in de startschacht gehesen en daar gemonteerd.
Klik op de onderwerpen om er meer over te lezen.
Het boorschild is een holle stalen cilinder aan de voorkant van de boormachine. Deze ondersteunt de grond rond de boormachine tijdens het boren en bouwen van een tunnelbuis. Het boorschild houdt ook het omringende grondwater tegen.
Het graafwiel zit voorop de boormachine en schraapt de Amsterdamse bodem laagje voor laagje weg. De grond wordt "opgevangen" in de graafkamer, een afgesloten ruimte, en afgevoerd via leidingen.
Achter het boorschild bevinden zich zes volgwagens. Dit zijn in feite aan elkaar gekoppelde ‘treinwagons' met daarop alle voor het boorproces benodigde installaties, materiaal en technische ruimtes.
De boorders bemannen onze boormachines. Zij bouwen samen met de boormachine de ondergrondse tunnels. Ook plegen zij het nodige onderhoud tijdens de boortocht of in de tussengelegen stations.