Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
Het graafwiel op de kop van de boormachine draait langzaam rond en schraapt de grond los. Afhankelijk van de soort grond waardoor geboord wordt, draait het graafwiel 1 tot 2 keer per minuut rond.
Met behulp van de ‘erector', een mechanische robotarm met grote "zuignappen", worden de tunneldelen opgepakt en op de juiste plaats gezet. Het bouwen van de tunnelring gebeurt binnen het boorschild dat de omringende grond en het grondwater tegenhoudt.
Er vinden enorm veel handelingen plaats die op elkaar afgestemd moeten worden. Dit vraagt om een gedetailleerde, strakke logistieke planning. De kleinste afwijking aan het begin van het proces kan 'verderop' enorme gevolgen hebben.
Hoe kan ondergronds worden bepaald of een boormachine op koers ligt? De machine vindt haar weg met behulp van laser- en driehoeksmetingen in de tunnel. De stuurcomputers berekenen continu de afwijking ten opzichte van het geplande tracé.