Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
De geboorde tunnelbuizen liggen op een diepte van 20 tot 30 meter, hoofdzakelijk in zand (tweede zandlaag) en (eem)klei. Ze worden 3,8 kilometer lang, of eigenlijk 3,1 kilometer als de lengte van de drie stations Rokin, Vijzelgracht en Ceintuurbaan niet meerekent.
Het tracé van de twee geboorde tunnelbuizen loopt bijna geheel onder de bestaande straten: Damrak, Rokin, Vijzelstraat, Vijzelgracht, Weteringplantsoen, Ferdinand Bolstraat, Scheldestraat, Scheldeplein.
De boortunnel is 3,8 kilometer lang, of eigenlijk 3,1 kilometer als de lengte van de drie stations Rokin, Vijzelgracht en Ceintuurbaan niet meerekent. Elke tunnelbuis heeft een inwendige doorsnede van 5,88 meter en een uitwendige doorsnede van 6,52 meter. De tunnelbuizen liggen een diepte van 20 tot 30 meter beneden NAP. Op deze diepte liggen de buizen hoofdzakelijk in zand (tweede zandlaag) en (eem)klei.
Het boortracé. Eerst wordt vanaf het Damrak naar Rokin (noordkant) geboord (twee blauwe pijlen). Vervolgens vanaf het Scheldeplein naar het Rokin (zuidkant) (groene pijlen). Klik op de foto voor een vergroting.
De tunnelbuizen worden opgebouwd uit 1,5 meter brede tunnelringen van gewapend beton. Elke tunnelring is opgebouwd uit gebogen betonnen delen: vijf segmenten en één halfgrote sluitsteen. Meer informatie over tunnelsegmenten.
Onze tunnelsegmenten, een deel van de werkvoorraad in de hal boven de startschacht op het Damrak.
De tunnelsegmenten worden geplaatst binnen het boorschild. Het schild heeft dus een grotere diameter dan de tunnelringen waardoor ook het gegraven gat in de grond beduidend groter is dan de tunnelbuis. Tijdens het graven en bouwen wordt de ruimte tussen de tunnelbuis en de omringende grond direct opgevuld met een mengsel van zand, cement en water (grout) dat na verloop van tijd hard wordt. Het grout zorgt ervoor dat de invloed op het maaiveld beperkt blijft en dat de tunnelbuis, na het uitharden van het grout, stevig ingebed ligt in de omringende grond
In ieder nieuw gedeelte van de tunnel worden direct tijdelijke rails gelegd, waarover de trein rijdt die mensen en materieel aan- en afvoert. Via leidingen wordt de tunnelboormachine voorzien van water, bentoniet en perslucht. De uitgegraven grond wordt afgevoerd via een leiding. Deze leidingen worden regelmatig verlengd in korte secties van zes meter. De elektriciteitskabels worden verlengd in secties tot 100 meter, gemiddeld één keer per acht á negen dagen. Tijdens het verlengen van de kabels en leidingen staat de boormachine stil.
Geboorde tunnel Gravin. De laatste volgtrein is zichtbaar. Rechts en links van de tunnel bevinden zich de kabels en leidingen.
Het eerste deel van de geboorde tunnel van tunnelboormachine 'Gravin'. In de verte is het licht van de startschacht te zien, mei 2010.