Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
Veiligheid is zowel bij de bouw van de Noord/Zuidlijn als wanneer de Noord/Zuidlijn rijdt een belangrijk punt. De geboorde tunnels voorzien wij dan ook op gezette afstanden van vluchtwegen. Via deze vluchtwegen kunnen passagiers in een eventuele noodsituatie vluchten naar de naastgelegen tunnelbuis of naar de straat boven de tunnel.
Veiligheid is zowel bij de bouw van de Noord/Zuidlijn als wanneer de de metro rijdt een belangrijk punt. De geboorde tunnels voorzien wij daarom op gezette afstanden van vluchtwegen. In geval van een calamiteit, zal een metro altijd doorrijden naar het eerstvolgende station, het save haven principe. Mocht dit toch niet mogelijk zijn dan kunnen passagiers in een eventuele noodsituatie vluchten via de vluchtwegen naar de naastgelegen tunnelbuis of naar de straat boven de tunnel.
Waar de tunnels zich naast elkaar bevinden, maken wij (dwars)verbindingen tussen de twee geboorde tunnelbuizen onderling. Waar dit niet het geval is, worden naast de tunnelbuizen schachten gebouwd die dienen als nooduitgang. Deze komen, via een trap, uit op de straat. Ook de vluchtschachten worden met een (dwars)verbinding op de tunnel aangesloten.
Voor de dwarsverbinding worden acht speciale tunnelringen gebouwd. Hierin wordt een aantal stalen segmenten verwerkt om de tunnel rond de toekomstige opening van de dwarsverbinding extra stevig te maken. De tunneldelen worden met tientallen bouten aan elkaar bevestigd. De acht ringen worden bovendien met stangen extra doorgekoppeld.
|
|
Op de linkerfoto ziet u de speciale stalen tunnelsegmenten voor de dwarsverbindingen. Rechts de 'gewone' betonnen tunnelsegmenten.
Een verbinding tussen twee tunnelbuizen of tussen een tunnelbuis en een betonnen vluchtschacht, wordt gemaakt met behulp van vriestechniek.
Bij een dwarsverbinding tussen twee tunnelbuizen zitten in een aantal stalen segmenten uitsparingen die weer zijn opgevuld met beton. Door dit beton worden vanuit een tunnelbuis lange stalen vrieslansen in de grond geboord, richting de andere tunnelbuis. Door deze lansen wordt pekelwater, een koelvloeistof, gepompt. Als de grond bevroren en daardoor stevig en waterdicht is, kan het beton en de grond binnen de ring van vrieslansen worden verwijderd. In het ijslichaam wordt in feite een korte tunnel gemaakt. Tegen de bevroren grond wordt een laag spuitbeton aangebracht. Vervolgens wordt de definitieve betonconstructie gemaakt van gewapend beton. Als het beton is uitgehard, is de verbinding klaar en kan het vriesproces stopgezet worden.
De tunnel van tunnelboormachine Gravin. Links zijn de stalen tunnelsegmenten zichtbaar. Het betonnenvlak in het midden van de segmenten is later de dwarsverbinding naar de tunnelbuis van boormachine Noortje.
Op de illustratie hieronder staat waar de dwarsverbindingen en nooduitgangen komen. Blauw zijn de dwarsverbindingen en groen zijn de nooduitgangen.
Plattegrond boortracé met de locaties van de dwarsverbingen en nooduitgangen