Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Informatiecentrum
- Noord/Zuidlijn
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Renovatie Oostlijn
- Uitkijkpunt
- Organisatie
Dankzij de boortechniek kan sloop van gebouwen worden voorkomen. Daarom kan nu een metro onder de monumentale oude stad door zonder deze aan te tasten. Het tracé volgt verder zoveel mogelijk het bestaande stratenplan. Alleen voor de bouw van station Ceintuurbaan zijn enkele panden gesloopt, omdat daar gekozen is voor het maken van inpandige toegangen.
Deze methode is goedkoper doordat het een minder zware constructie is. Bovendien leidt de caissonmethode tot minder aantasting van de bodem en de eventueel daarin verborgen bodemvondsten. Men verwacht hier in de monding van de Amstel meer historische vondsten te doen.
Bentoniet is vloeibare, zuivere klei die gebruikt wordt als steunvloeistof tijdens de bouw van de diepwanden. Tijdens het ontgraven van de diepwandsleuf zorgt de bentoniet, die in de sleuf gepompt wordt, dat de sleuf goed open blijft staan. Meer weten over de techniek? Meer informatie vindt u op de website van het Informatiecentrum Noord/Zuidlijn
Een metro rijdt gemiddeld 35 km per uur, dat is 2 keer zo snel als de tram in de binnenstad, die gemiddeld 16 km per uur haalt.
Caissons zijn grote betonnen tunneldelen die aan elkaar worden gekoppeld en dienen als metrobuis voor een deel van de Noord/Zuidlijn (bijvoorbeeld in ter hoogte van de Prins Hendrikkade). De vloer van een caisson is 2 meter dik, de zijwanden zijn ongeveer 1,2 meter dik en deze zijn 10 meter hoog. Caissons worden zo gebouwd dat de zijkanten aan de onderkant taps toelopen, in de vorm van een punt. Dit zijn de zogeheten 'snijranden' die ervoor zorgen dat de caissons makkelijker in de bodem kunnen worden 'afgezonken’.
Een stempel is een stalen balk die horizontaal in een bouwput aangebracht wordt om de zijwanden uiteen te houden.
Diepwanden zijn de feitelijke zijmuren van een station. De diepwanden bestaan uit reeksen van diepwandpanelen. De diepwandpanelen worden gegraven tussen twee speciaal daarvoor gemaakte geleidebalken. Een graafmachine graaft diepe sleuven van 40-45 meter diep. Tijdens het graven wordt het gat gevuld met bentoniet, een mengsel van water en klei. Dit mengsel voorkomt inzakken van de wanden. Hierna wordt een wapeningskorf (stalen draadconstructie) in de sleuf aangebracht. De sleuf wordt vervolgens van onderaf gevuld met beton en het bentoniet wordt tegelijkertijd weggepompt. Zo is er een paneel klaar.
Een van de eisen is dat de metrostellen in principe ook op de bestaande lijnen kunnen rijden. Het worden Alstom metrostellen.