In het kort
Op 23 mei 2012 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de ruimtelijke detailhandelsbeleidsnota 'Amsterdam Winkelstad: Een kwaliteit aan winkelgebieden 2011-2015' vastgesteld. De eerste hoofddoelstelling is het koesteren en verder versterken van het gevarieerde winkelmilieu van Amsterdam. Hierdoor wordt de aantrekkingskracht op (nieuwe) bewoners en zakelijke en toeristische bezoekers vergroot. Tweede hoofddoelstelling is het versterken en borgen van de fijnmazige structuur van winkelgebieden met aanbod in dagelijkse artikelen. Zo blijven deze winkelgebieden op aanvaardbare afstand toegankelijk voor bewoners.
![kalverstraat_006c_5aug2011_e_v_eis[1] kalverstraat_006c_5aug2011_e_v_eis[1]](/publish/pages/445928/460px/kalverstraat_006c_5aug2011_e_v_eis_1.jpg)
Met het nieuwe detailhandelbeleid spant de gemeente zich in om de delicate, broze balans tussen een gevarieerd en vernieuwend winkelmilieu enerzijds en het kunnen doen van de dagelijkse boodschappen dicht bij huis anderzijds zoveel mogelijk in tact te houden.
Het nieuwe beleid sluit op veel punten aan bij het vorige beleid, omdat het vorige beleid relatief succesvol was. De leegstand bijvoorbeeld is over de hele linie nog relatief laag. We continueren de regionale afstemming. Wel zijn er andere accenten gelegd. Zo wordt in het nieuwe beleid gestimuleerd dat er meer grotere winkelunits komen in sommige winkelgebieden. Terughoudendheid blijft van kracht met betrekking tot brancheverruiming op perifere winkellocaties.
Het nieuwe detailhandelsbeleid maakt onderdeel uit van de Structuurvisie Amsterdam 2040 Economische Sterk en Duurzaam (17 februari 2011)[2] en het Amsterdams Ondernemers Programma 2011-2014 (AOP)[1]. De laatste is op 9 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin wordt gesteld dat ondernemers voor Amsterdam een belangrijke motor voor de economie vormen. Ruimte voor ondernemerschap is een belangrijke randvoorwaarde. Goede vestigingsvoorwaarden worden bepaald door diverse ruimtelijke en omgevingsfactoren. Dit geldt ook voor de detailhandel. De Amsterdamse detailhandel omvat in 2010 ruim 36.000 directe banen (bijna 7% van de werkgelegenheid). Niet alleen zorgt de detailhandel zelf voor veel (directe) werkgelegenheid, ook de horeca en de toerismebranche profiteren op hun beurt van winkelende bezoekers. Daarnaast maakt detailhandel het bezoekmotief en het vestigingsklimaat aantrekkelijker, hetgeen toeristen, allerhande bedrijven en mensen kan motiveren naar Amsterdam te (willen) komen. Het nieuwe detailhandelsbeleid vergroot de kwaliteit aan winkelgebieden in Amsterdam en biedt de beste garantie om de werkgelegenheid in de detailhandel te behouden en te vergroten.
Samenvatting van de nota detailhandelsbeleid
Ondernemerschap is voor Amsterdam een belangrijke motor voor de economie. Ruimte voor ondernemerschap is een belangrijke randvoorwaarde. Goede vestigingsvoorwaarden worden bepaald door diverse ruimtelijke en omgevingsfactoren. Dit geldt ook voor de detailhandel.
De detailhandel is binnen het ondernemerschap een belangrijke sector. Zij zorgt voor veel werkgelegenheid. De Amsterdamse detailhandel omvat in 2010 ruim 36.000 directe banen (bijna 7% van de werkgelegenheid). Niet alleen zorgt de detailhandel zelf voor veel (directe) werkgelegenheid, ook de horeca en de toerismebranche profiteren op hun beurt van winkelende bezoekers. Daarnaast maakt detailhandel het bezoekmotief en het vestigingsklimaat an sich aantrekkelijker, hetgeen toeristen, allerhande bedrijven en mensen kan motiveren naar Amsterdam te (willen) komen. En het omgekeerde geldt ook: toeristen, bedrijven en mensen, die hier komen en/of zich hier vestigen, dragen bij aan het economisch draagvlak voor het winkelbestand.
Daarnaast zorgen winkels voor sociale cohesie, levendigheid, gevoel van veiligheid en inkomsten. Ook voor de stad zelf.
Ten slotte wil Amsterdam evenwichtig, efficiënt omgaan met de schaarse ruimte en aandacht vestigen op duurzaamheid.
Amsterdam wil aantrekkelijk blijven voor (meer) bezoekers, bewoners en ondernemers. Dit is geen gemakkelijke opgave. Amsterdam is van mening dat het leggen van de focus op de kwaliteit aan winkelgebieden de beste aanpak is. Maar kwaliteit is een subjectief en relatief begrip en uit zich in verschillende gedaanten.
Amsterdam denkt dat het detailhandelsbeleid toekomstbestendig is, als wij ons richten met name twee kwaliteiten: enerzijds het koesteren en verder versterken van het gevarieerd, onderscheidende winkelmilieu, waardoor de aantrekkingskracht op bewoners en zakelijke en toeristische bezoekers wordt vergroot. Anderzijds de fijnmazige detailhandelsstructuur, waardoor winkelgebieden met aanbod in dagelijkse artikelen op aanvaardbare afstand toegankelijk blijven voor bewoners.
Vernieuwing in de detailhandel heeft geleid tot het huidige palet van onderscheidende winkelgebieden. Door de diversiteit aan winkelgebieden te (blijven) stimuleren, blijf je aantrekkelijk voor ondernemers, bewoners en bezoekers. En wordt de kans op meer bezoekers naar Amsterdam vergroot. Afhankelijk van je aankoopbehoefte, kun je in Amsterdam dan in verschillende winkelgebieden terecht. Meer bezoekers genereert op haar beurt meer werkgelegenheid. Niet alleen in de detailhandel, maar ook in aanpalende sectoren als horeca en toerisme.
Amsterdam voert al vele jaren een dergelijk beleid met betrekking tot de detailhandel en daarom is er nog steeds een redelijke fijnmazige structuur van winkels voor dagelijkse aankopen. Het is een waardevolle verworvenheid dat je dagelijkse inkopen op relatief korte afstand van de woning kunt doen. De winkels blijven dan toegankelijk, ook voor de minder mobiele Amsterdammer. Je kunt dan dichtbij huis je boodschappen doen. Winkels in dagelijkse artikelen horen daarom niet op bedrijventerreinen thuis.
Wat de leegstand van winkels betreft, is deze in Amsterdam weliswaar hoger dan een gezonde markt zou moeten laten zien, maar aan de andere kant niet alarmerend. Het bevindt zich onder het Nederlands gemiddelde. Onder meer is dit te danken aan het gevoerde (regionale) detailhandelsbeleid van de afgelopen decennia. Door efficiënt met de ruimte om te gaan en niet overal (nieuwe) winkelgebieden toe te staan, is geen sprake van grootschalige leegstand. Dit beleid willen we continueren.
De hoofddoelstellingen van het ruimtelijke detailhandelsbeleid voor de periode 2011-2015 zijn samengevat:
- Het versterken en borgen van het gevarieerde winkelmilieu van Amsterdam.
- Het versterken en borgen van de fijnmazige structuur van winkelgebieden met aanbod in dagelijkse artikelen.
Beide doelstellingen vergroten de kwaliteit aan winkelgebieden in Amsterdam. Amsterdam is van mening dat deze doelstellingen de beste garantie bieden om de werkgelegenheid in de detailhandel te behouden en te vergroten. Voor (meer) bewoners en bezoekers wordt Amsterdam als winkelstad gevarieerder en daarmee aantrekkelijker en voor Amsterdammers blijven de winkels ook op korte afstand toegankelijk. En meer bewoners en bezoekers vergroten de kans op meer werkgelegenheid.
De huidige detailhandelsstructuur (bijlage 1 van de nota) manifesteert zich in een scala aan onderscheidende en op aanvaardbare afstand toegankelijke winkelgebieden. In onze optiek is de huidige kwaliteit aan bestaande winkelgebieden kostbaar en moet gekoesterd worden. Er is dan ook geen sprake van het toestaan van nieuwe winkels op solitair gelegen plekken die nu geen winkelplek zijn, de zogenaamde weidewinkels.
In de loop der tijd kunnen zich echter ontwikkelingen voordoen die een verandering in de structuur teweeg (moeten) brengen om winkelgebieden te versterken dan wel te behouden. Winkelinitiatieven zijn welkom, indien zij een bijdrage leveren aan de winkelvariëteit enerzijds en/of de fijnmazigheid anderzijds.
Stadsdelen en projectbureaus worden van harte uitgenodigd om dergelijke initiatieven te (blijven) ontwikkelen en aan te dragen. Het gaat vaak om maatwerk op het niveau van een winkelgebied. Stadsdelen en projectbureaus hebben daarop het beste en meeste zicht. Binnen Amsterdam zijn op het lagere schaalniveau de stadsdelen het best geëigend om gedetailleerder beleid te maken en uit te voeren.
In de optiek van Amsterdam leveren onderstaande beleidshoofdlijnen een bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen. De inzet varieert overigens van winkelgebied tot winkelgebied. Het is met andere woorden maatwerk.
- Winkels zijn geclusterd in winkelgebieden en winkelinitiatieven worden bij voorkeur gefaciliteerd in of aansluitend op de bestaande winkelgebieden van bijlage 1 van de nota
- Meer grotere winkelunits in sommige winkelgebieden
- Uitbreiding winkeloppervlak in sommige gebieden (met name Centrum, Zuid en Zuidoost)
- Hanteren van ‘Nieuw voor oud' principe in sommige gebieden (met name West, Oost, Noord, Nieuw-West en Westpoort)
- Accommodatieteam als gemeentelijk aanspreekpunt voor retailers
- Vergroting organisatiegraad van ondernemers
- Verruiming bestemmingsplannen in sommige gebieden in potentiële stadsstraten
- Vasthouden aan terughoudendheid van brancheverruiming in perifere winkelgebieden
- Afhaalpunten ten behoeve van internetverkoop op bedrijventerreinen zijn logistieke bedrijven en geen (verkapte) winkels. Afhaalpunten van internetwinkels kunnen overigens naast hun logistieke functie wel een winkelfunctie vervullen, indien ze gevestigd zijn in bestaande winkelgebieden
Om bovenstaande beleidshoofdlijnen te kunnen realiseren, kunnen in wisselende samenstelling de volgende instrumenten gebruikt worden:
- Publiekrechtelijk: bestemmingsplan
- Privaatrechtelijk: erfpacht
- Privaatrechtelijk: andere privaatrechtelijke overeenkomsten
Voor de overheid is het (publiekrechtelijke) bestemmingsplan een krachtig instrument op basis waarvan onder meer kan worden aangegeven waar winkels mogelijk zijn en waar niet. Uit hoofde van de EU-Dienstenrichtlijn mogen alleen ruimtelijke relevante aspecten in de overweging worden meegenomen.
Indien de gemeente grondeigenaar is, kunnen ten aanzien van de gronduitgifte in erfpacht -gezien het privaatrechtelijke karakter- ook andere criteria, zoals economische, een rol spelen.
Ten slotte kunnen pandeigenaren, retailers, winkeliersverenigingen en gemeente afspraken of andere (privaatrechtelijke) overeenkomsten maken, die bijdragen aan de realisering van de doelstellingen.
De inzet varieert ook hier van winkelgebied tot winkelgebied. Het is eveneens maatwerk.
Het streven naar een gevarieerd winkelmilieu, fijnmazigheid en efficiënt ruimtegebruik vragen naar onze mening om een eenduidig speelveld in de vorm van een helder en stadsbreed beleidskader. Anders is in het ene deelgebied van Amsterdam alleen sprake van behoud en geen (kwalitatieve of kwantitatieve) versterking van winkelgebieden en in een ander stadsdeel precies andersom. Of zijn in het ene stadsdeel de dagelijkse producten nog op de fiets te krijgen en in een ander alleen per auto. Dat vergt een stadsbrede visie. Omdat er ook effecten in omliggende gemeenten kunnen optreden, is regionaal beleidskader eveneens een pure noodzaak.
Winkelinitiatieven dragen niet altijd tegelijkertijd positief bij aan beide hoofddoelstellingen. Een winkelinitiatief kan enerzijds een (gewenste) bijdrage leveren aan het onderscheidend winkelmilieu, maar kan anderzijds leiden tot (ongewenste) effecten op de winkelstructuur in de wijk zelf, op aanpalende winkelgebieden binnen het stadsdeel, tussen stadsdelen en/of omliggende gemeenten. Consumenten winkelen immers niet alleen in het eigen stadsdeel of de eigen gemeente.
Om te kunnen bepalen in welke mate een winkelinitiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het beleid, is het noodzakelijk een stadsbrede afweging te maken en regie te voeren. In haar regierol wil het College van B&W in de te maken afweging omtrent een nieuw winkelinitiatief worden geadviseerd. Daarom verplicht de Structuurvisie[2] stadsdelen en/of centraalstedelijke projectbureaus in het geval van een winkelinitiatief een advies aan te vragen bij de Commissie Winkelplanning Amsterdam. Deze Commissie toetst het initiatief aan (de geest van) het beleid. Een belangrijk onderdeel van een dergelijke toets is het maken van een zorgvuldige stads(deel)brede en/of regionale afweging van de (te verwachten) effecten. Een dergelijke afweging vindt overigens plaats op basis van ruimtelijke aspecten, want uit hoofde van de EU-Dienstenrichtlijn is publiekrechtelijke ordening op basis van economische motieven verboden.
Indien er regionale effecten zijn te verwachten op de schaal van de Stadsregio Amsterdam moet het winkelinitiatief tevens worden voorgelegd voor advies aan de Regionale Commissie Winkelplanning van de Stadsregio Amsterdam (RCW). Indien er boven-stadsregionale effecten zijn te verwachten, moet het initiatief worden voorgelegd aan de Regionale Advies Commissie Noord-Holland-Zuid (RAC). De provincie Flevoland is overigens niet in de RAC vertegenwoordigd.
In bijlage 2 en 3 van de nota is het toetsingskader en de werkwijze van de Commissies nader toegelicht.
Stadsdeelbeleid
Binnen het centraal stedelijke detailhandelsbeleid hebben veel stadsdelen eigen gedetailleerder detailhandelsbeleid. Raadpleeg de website van het stadsdeel voor meer informatie.
Regionaal beleid
Er bestaat ook regionaal detailhandelsbeleid. De Regioraad van de Stadsregio Amsterdam heeft op 13 december 2011 haar nieuwe detailhandelsbeleid vastgesteld. Qua inhoud past het Amsterdamse beleid in het beleid van de Stadsregio.
Meer informatie over regionaal detailhandelsbeleid: http://www.stadsregioamsterdam.nl/.
[1] Amsterdams Ondernemers Programma 2011-2014 Amsterdam Onderneemt ! (gemeente Amsterdam, 9 november 2011)
[2] Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam; (gemeente Amsterdam, 17 februari 2011)
Trefwoorden
Contact
Voor vragen omtrent het centraalstedelijke detailhandelsbeleid kunt u contact opnemen met de heer C.J. Dippel of de heer Martin van den Oever.
Economische Zaken Amsterdam
drs. C.J. Dippel
Postbus 2133
1000 CC Amsterdam
020-254 97 02
dippel@ez.amsterdam.nl
Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam
drs. M.L. van den Oever
Postbus 2758
1000 CT Amsterdam
020-255 15 60
m.vanden.oever@dro.amsterdam.nl
Heeft u een winkelinitiatief of een vraag over vestigingsmogelijkheden op het gebied van retail in Amsterdam? Neemt u dan binnen het Accommodatieteam contact op met de Bedrijvenloods, mevrouw mr. M. Heis of met de Stadsloods, mevrouw drs. A. Teppema.