Reglement
Het reglement moet voldoen aan de eisen, geformuleerd in artikel 2.5 van de Taxiverordening. Hieronder kunt u een format downloaden, waarin alle onderdelen van het regelement zijn opgenomen.
In het reglement moet de TTO hebben staan wat de visie van de TTO is. Ook moet er een paragraaf opgenomen zijn over de manier waarop de TTO aan de eisen uit artikel 2.7 van de Taxiverordening voldoet. Per punt moet in het reglement hierover iets zijn opgenomen, waaruit blijkt dat de TTO borgt dat dit goed wordt uitgevoerd. Via onderstaande link kunt u het overzicht vinden van de punten die in deze beschrijving terug moeten komen.
Voor het normen- en waardenprotocol geldt dat in ieder geval de gedragingen die u via onderstaande link kunt bekijken, erin terug moeten komen:
EISEN AAN NORMEN-WAARDENPROTOCOL
Schematisch overzicht protocollen
De gemeente krijgt veel vragen over de manier waarop het normen- en waardenprotocol, het maatregelenprotocol, het internecontroleprotocol en de risicoanalyse zich tot elkaar verhouden. Om dit inzichtelijk te maken, heeft de gemeente een schematisch overzicht gemaakt van de manier waarop de verschillende protocollen en de risicoanalyse zich tot elkaar verhouden. Klik voor het schematische overzicht. Voor dit schema geldt dat het een leidraad is voor het opstellen van een reglement. Voor de precieze eisen aan het reglement wordt verwezen naar de Taxiverordening Amsterdam 2012 en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten.
In het internecontroleprotocol zijn in ieder geval de volgende punten opgenomen:
1. De wijze waarop de TTO inzichtelijk maakt hoe informatie wordt verzameld om naleving van de in het reglement vastgelegde verplichtingen en de verordening te controleren. Hiermee wordt bedoeld dat de TTO aangeeft hoe de TTO van plan is erachter te komen of chauffeurs overtredingen begaan.
2. Een onderverdeling van de interne controles naar de in het maatregelenprotocol opgenomen prioriteiten en de overige verplichtingen uit het reglement. Hier wordt bedoeld dat de TTO aan moet geven welke controles uitgevoerd worden per gedraging in het maatregelenprotocol. Een voorbeeld hiervan is dat de TTO aangeeft welke specifieke maatregelen genomen worden om het weigeren van ritten te voorkomen. De hier genoemde keuzes moeten onderbouwd worden.
3. De frequentie waarmee de interne controles plaatsvinden. Hier kan aangegeven worden hoe vaak controles plaatsvinden. De gekozen frequentie moet onderbouwd worden.
4. Op welke wijze de in de risicoanalyse geconstateerde risico's kunnen worden verkleind middels het uitvoeren van interne controles. In de risicoanalyse geeft de TTO aan welke risico's het meest zullen voorkomen bij de TTO. Onder dit kopje moet opgenomen worden hoe de interne controles kunnen bijdragen aan het verminderen van deze risico's. Deze analyse moet onderbouwd worden.
5. Specifiek beschrijft de TTO hoe de TTO omgaat met controles op de standplaatsen Centraal Station, Leidseplein, RAI, Passenger Terminal Amsterdam en het Arena-gebied.
6. De wijze waarop de bevindingen van de interne controle worden vastgelegd en gedeeld met de aangeslotenen, de auditorganisatie en met het college. Hier beschrijft de TTO hoe de bevindingen uit de controles worden gedeeld met de aangesloten chauffeurs. Ook moet hier komen te staan hoe de TTO dit vastlegt en daarmee communiceert met de auditorganisatie en de gemeente.
In het maatregelenprotocol staat welke maatregelen de TTO neemt, als een overtreding van een chauffeur is geconstateerd. In ieder geval moet voor alle gedragingen uit het normen- en waardenprotocol zijn omschreven welke maatregel genomen wordt en hoe ermee wordt omgegaan als een chauffeur vaker overtredingen begaat. Voor de vijf hieronder genoemde gedragingen geldt dat de gemeente een minimumsanctie verplicht stelt. Voor de overige gedragingen moet de TTO proportionele maatregelen opstellen (o.a. op basis van de risicoanalyse). Een voorbeeldprotocol kan worden gedownload:
Vijf gedragingen waarvan de gemeente de minimumsancties voorschrijft:
|
Omschrijving gewenste gedraging | Minimale maatregel bij schending (voor 2e keer of 3e keer geldt dat de overtreding binnen één jaar na de laatste overtreding gepleegd moet zijn) |
| De chauffeur vervoert consumenten op hun verzoek en/of staakt geen ritten tenzij dit in redelijkheid niet van de chauffeur kan worden gevergd. |
1e keer: één week OVW schorsing |
| Op of in de omgeving van de standplaats stremt de chauffeur het verkeer niet en/of op of in de omgeving van de standplaats houdt de chauffeur zich niet hinderlijk op. | 1e keer: één week OVW schorsing 2e keer: één maand OVW schorsing 3e keer: uitsluiting |
| De aanwijzingen van een ambtenaar in functie of een andere door het college aangewezen persoon die ten doel heeft de kwaliteit van taxivervoer te bevorderen, worden onverwijld opgevolgd. | 1e keer: één week OVW schorsing 2e keer: één maand OVW schorsing 3e keer: uitsluiting |
| De chauffeur vervoert de consument tegen maximaal het wettelijk geldende tarief. | 1e keer: één week OVW schorsing 2e keer: één maand OVW schorsing 3e keer: uitsluiting |
| De chauffeur overschrijdt het maximaal aantal toegestane taxi's op de standplaats niet, zet zijn voertuig op de daarvoor aangewezen plekken en rijdt door op de standplaats zodra er voldoende plek is. | 1e keer: één week VW schorsing 2e keer: één week OVW schorsing 3e keer: uitsluiting |
VW = voorwaardelijk
OVW = onvoorwaardelijk
De eisen aan het klachtenprotocol zijn vastgelegd in artikel 2.5 onder lid 4 van de Taxiverordening en in de Nadere regels klachtenprotocol. Belangrijk is dat in het klachtenprotocol in ieder geval de volgende zaken zijn geregeld:
1. de klacht wordt geregistreerd en afgehandeld door de TTO of een organisatie die namens de TTO de binnengekomen klachten afhandelt. De TTO blijft echter altijd verantwoordelijk voor het afhandelen van de klachten, ook als een derde partij de klachten afhandelt.
2. de TTO en de aangeslotenen werken mee aan de afhandeling van klachten die via het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxi of via de gemeente zijn binnengekomen. Deze klachten worden zo snel mogelijk nadat deze zijn binnengekomen bij het LKMT of bij de gemeente doorgezet naar de TTO.
3. de manier waarop in de taxi de inhoud van het klachtenprotocol bekend wordt gemaakt. De consument moet altijd inzage kunnen krijgen in het klachtenprotocol van de TTO. Deze hoeft niet altijd zichtbaar in de taxi te hangen, maar hij moet wel een exemplaar mee kunnen krijgen.
4. de uitzonderingen op het in behandeling nemen van een klacht worden genoemd. Een uitzondering is bijvoorbeeld de situatie dat een klacht bedoeld is voor een andere TTO.
In het reglement moet daarnaast zijn opgenomen hoe een klacht wordt geregistreerd. Voor het registreren van een klacht die binnenkomt moeten in ieder geval de volgende punten worden vastgelegd:
1. om welke gedraging gaat het en in welke categorie valt de klacht (professionaliteit en herkenbaarheid, gedrag op of in de omgeving van de standplaats, acceptatie ritten en keuzevrijheid consument, veiligheid, in rekening brengen ritprijs, overig).
2. de datum waarop de klacht is binnengekomen;
3. de naam en contactgegevens van de klager;
4. de datum, het tijdstip en de locatie waar de klacht betrekking op heeft;
5. een inhoudelijke beschrijving van de klacht;
6. de naam van de aangeslotene waarop de klacht betrekking heeft en het Taxxxiraamkaartnummer waar deze aangeslotene onder rijdt;
Bij het verder afhandelen van de klacht worden de volgende zaken vastgelegd:
1. de wijze waarop de klager is geïnformeerd over de verdere behandeling van de klacht (bijvoorbeeld per e-mail);
2. de datum waarop een ontvangstbevestiging van de klacht is verzonden;
3. de naam van de persoon (van de TTO of een eventuele derde partij) die de klacht heeft behandeld;
4. de naam van de persoon (van de TTO of een eventuele derde partij) die een eventuele maatregel tegen de aangeslotene heeft genomen;
5. een beschrijving van de afhandeling van de klacht;
6. het antwoord op de vraag of de klacht voor de consument naar tevredenheid is afgedaan;
7. de datum waarop door consument of TTO is besloten de klacht aan een geschillencommissie voor te leggen;
8. de eventuele maatregel die is opgelegd naar aanleiding van de klacht;
9. de motivatie bij het besluit wel of niet een maatregel op te leggen.
Bovenstaande zaken moeten zijn vastgelegd in het reglement van de TTO.
Tot slot moet in het reglement opgenomen zijn welke termijnen de TTO hanteert voor de klachtafhandeling. Daarbij zijn onderstaande regels de uiterlijke termijnen die gehanteerd mogen worden.
1. het verzenden van een ontvangstbevestiging moet binnen twee dagen na ontvangst van de klacht;
2. binnen twee weken na ontvangst van de klacht moet de klacht zijn afgehandeld en moet de klager hierover zijn bericht. In uitzonderlijke gevallen kan het natuurlijk voorkomen dat deze termijn langer wordt.
Risicoanalyse
In de risicoanalyse moet zijn opgenomen welke specifieke risicofactoren voor de TTO en aangeslotenen gelden met betrekking tot het mogelijk overtreden van de gedragingen en verplichtingen in het normen- en waardenprotocol. Ook moet van alle gedragingen en verplichtingen in het normen- en waardenprotocol opgenomen zijn of er al dan niet sprake is van een verhoogd risico dat aangeslotenen de opgenomen waarden en normen zullen overtreden. Dit moet onderbouwd zijn. Tevens moet opgenomen zijn op welke tijden en locaties bepaalde overtredingen door aangeslotenen meer aannemelijk zijn. Tot slot staat in de risicoanalyse welke risicobeperkingen er nog meer plaatsvinden, buiten de in het maatregelenprotocol en internecontroleprotocol opgenomen maatregelen. De risico's in de risicoanalyse moeten corresponderen met de maatregelen in het internecontroleprotocol en in het maatregelenprotocol. Deze maatregelen moeten de opgesomde risico's verkleinen.
Voorbeeld risicoanalyse
Bekijk een voorbeeld van hoe een risicoanalyse eruit kan zien. De risicoanalyse is hierbij onderdeel van een groter geheel: het normen- en waardenprotocol en het internecontroleprotocol. Van elke norm is bepaald of de kans groot is dat deze zich voordoet (laag, midden, hoog) en wat de impact zou zijn. Op basis daarvan is de prioriteit vastgesteld. De maatregelen en interne controles moeten een logisch gevolg zijn van het risico: bij een hoog risico en grote impact zijn de maatregelen en controles scherper dan bij een laag risico en lage impact. Het schema moet echt gezien worden als een voorbeeld; het geeft op geen enkele wijze weer of de gemeente Amsterdam de opgenomen risico's accepteert als ze zo gepresenteerd worden.
Daklicht
De eisen aan het daklicht zijn als volgt:
1. Op de voor- en achterkant van het daklicht staat de naam van de TTO (of de afkorting van de TTO, waaronder de TTO ook bekend is). De naam op het daklicht hoeft niet de volledige naam te zijn, zoals de TTO bekend is bij de Kamer van Koophandel. De naam op het daklicht moet wel overeenkomen met de naam die op het aanvraagformulier is ingevuld in het veld ‘'Naam op het daklicht''. De naam op het daklicht staat aan de voor- en achterkant van het daklicht en is aan beide zijden leesbaar tot 20 meter afstand.
2. Aan de achterzijde van het daklicht is een voor de TTO uniek nummer aangebracht. Dit nummer mag corresponderen met een voertuig of met een chauffeur. Het kan niet zo zijn dat binnen één TTO twee taxi's met hetzelfde nummer rondrijden. Het nummer aan de achterzijde van het daklicht is tot 20 meter afstand leesbaar.
3. Aan de voorkant of aan beide zijkanten is het voor de TTO unieke nummer eveneens aangebracht. Dit nummer is tot drie meter afstand leesbaar.
4. Qua kleur en vormgeving moet het daklicht onderscheidend zijn van andere TTO-daklichten.
Informatiekaart
De eisen aan de informatiekaart zijn als volgt:
Op de informatiekaart staan de volgende gegevens:
a. de naam van de TTO (zoals op het daklicht)
b. contact- en adresgegevens van de TTO;
c. de naam van de chauffeur.
d. Het Amsterdamse Taxxxilogo
- Download de informatiekaart
Let op! Op de informatiekaart moeten, naast de Amsterdamse eisen, ook de landelijke gegevens nog staan. Dit zijn in ieder geval het tarief, het P-nummer en de gegevens van het Landelijk Klachtenmeldpunt Taxi. Maakt u voor de Amsterdamse opstapmarkt gebruik van onderstaande informatiekaart, dan voldoet u in ieder geval aan de landelijke en de Amsterdamse regels.
Modelovereenkomst
In de Taxiverordening Amsterdam 2012 is opgenomen dat de TTO overeenkomsten moet hebben met de aangesloten chauffeurs en aangesloten vervoerders. Uit deze overeenkomsten moet blijken dat de chauffeurs en de vervoerders verbonden zijn aan de TTO en dat zij zich houden aan het door de TTO opgestelde reglement.
Let op! Een chauffeur kan niet bij een TTO zijn aangesloten, als de vervoerder waarvoor de chauffeur rijdt niet ook een overeenkomst met de TTO heeft.
Hieronder kunt u modelreglementen downloaden, die u kunt gebruiken voor uw TTO. Er is een apart reglement voor chauffeurs en vervoerders. Let op! Het zijn nadrukkelijk modelovereenkomsten. De situatie van elke TTO kan verschillend zijn, waardoor er mogelijk afwijkingen van het model nodig zijn. Daarnaast kan iedere TTO uiteraard andere/eigen keuzes maken.
Gebruikmaken van het model geeft dus geen garanties en er kunnen ten opzichte van de gemeente geen rechten aan worden ontleend.
Let op! Op 14 november 2012 is een update gemaakt van de modelovereenkomsten.