Luchtkwaliteit in Amsterdam

De gemeente Amsterdam werkt samen met vele partijen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Aan de hand van monitoring wordt bekeken of de maatregelen helpen.

Kruimelpad

 
Foto: grachtenpanden

Luchtkwaliteit in Amsterdam

4 maart 2011
 - 
Marchien Spier

De gemeente Amsterdam werkt samen met vele partijen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Aan de hand van monitoring wordt bekeken of de maatregelen helpen.

Berekeningen en metingen

In Amsterdam wordt de luchtkwaliteit niet alleen berekend, zoals gebeurt op veruit de meeste plaatsen in Nederland, maar ook gemeten. De gemeten concentraties PM10 (fijn stof) liggen op alle meetlocaties onder de normen. Ook op onbelaste meetlocaties zijn de concentraties NO2 (stikstofdioxide) onder de norm. Maar op bijna alle verkeersbelaste meetlocaties wordt de NO2-norm ruim overschreden. Ook de trend van 1999 t/m 2007 in NO2 laat geen daling zien.

In Nederland is de luchtkwaliteit slechter dan in veel andere Europese landen. Dat heeft te maken met de hoge bevolkingsdichtheid. U kunt actuele satellietbeelden zien op de website van het KNMI. De luchtkwaliteit in Nederland verschilt overigens van plek tot plek.

  • De achtergrondconcentraties stikstofdioxide zijn hoger in de Randstad en het zuidelijk deel van het land.
  • Voor fijn stof zijn de verschillen iets minder groot.  

Waardoor wordt luchtverontreiniging veroorzaakt?

In een stad als Amsterdam is het gemotoriseerde wegverkeer de belangrijkste bron van luchtverontreiniging. Er zijn ook andere bronnen, maar die hebben in Amsterdam minder invloed.

Invloed van het weer

Het weer is van grote invloed op de luchtkwaliteit. Bij relatief hoge windsnelheden wordt de luchtverontreiniging sterk verdund.
Noordwesten- en zuidwestenwind voeren vrij schone zeelucht aan. Bij wind vanuit het zuidoosten geldt juist het omgekeerde: luchtverontreiniging wordt dan vanaf het Europese continent aangevoerd en blijft, eenmaal in Nederland, hangen. Bovendien gaat oostenwind vaak gepaard met erg warm of erg koud weer, waardoor de uitstoot van schadelijke stoffen hoger is.

Stoffen kunnen zich met de wind over grote afstanden verspreiden. In regen, hagel of sneeuw kunnen deze stoffen op aarde neerslaan. Dit wordt depositie genoemd. Daarnaast kunnen stoffen onder invloed van zonlicht met elkaar reageren. Dit is bij ozon het geval. Teveel ozon in de buitenlucht leidt tijdens de zomermaanden tot smog. Actuele smoginformatie vindt u op teletekstpagina 711 en op de website van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).