In het kort
Dieren kunnen zich langs ecologische zones in de stad verplaatsen. Er zijn verschillende typen verbindingen.

Dieren kunnen zich langs ecologische structuren de stad in verplaatsen. Er kunnen verschillende typen ecologische structuren worden onderscheiden.
Natte verbinding
De natte ofwel oeververbinding is geschikt voor amfibieën en de ringslang. Een voorbeeld hiervan is het Ecolint dat van het Nieuwe Diep in stadsdeel Oost naar de Nieuwe Meer in stadsdeel West loopt.
Droge verbinding
Taluds van spoorbanen en de spoorbanen zelf zijn voorbeelden van droge verbindingen. Langs het spoor kunnen dieren ver de stad binnendringen. ’s Nachts verplaatsen muizen, egels en soms de vos zich over de spoorbaan en overdag verschuilen de dieren zich in het dichtbegroeide talud. Een aantal jaren geleden is er vlakbij het Centraal Station notabene een vos door een trein doodgereden!
Boomkruinroute
En dan zijn er nog boomkruinroutes voor eekhoorns en sommige vogelsoorten. Ook vleermuizen gebruiken bomenrijen als trekroute. Een voorbeeld van een bewust ingerichte boomkruinroute is die het Gijsbrecht van Aemstelpark. Dit park verbindt twee leefgebieden van de eekhoorn: het Amsterdamse bos en het Beatrixpark.
Knelpunten in ecologische verbindingen
In ecologische verbindingen bevinden zich vaak wel weer knelpunten. Een drukke weg of een kanaal met steile oevers zijn levensbedreigende knelpunten in een goed functionerende verbinding. Op veel plaatsen in Amsterdam wordt gewerkt aan het opheffen van barrières voor dieren. Er worden fauna-uittreedplaatsen in het Amsterdam-Rijnkanaal aangelegd, zodat dieren het kanaal kunnen overzwemmen. Aan de westkant van Amsterdam wordt gewerkt aan een natte verbinding, die ongeveer de ringvaart van de Haarlemmermeer volgt. Dit is de Groene AS.
